Review

Schrijven, na de dood

Vasalis is nog steeds een van de meest gelezen dichters. Na haar dood in 1998 hebben haar kinderen een nieuwe dichtbundel uitgegeven: 'De oude kustlijn'. Dichter Leo Vroman, zijn vrouw Georgine Sanders en Hester Knibbe geven reacties op deze gedichten.

Peter Henk Steenhuis

,,Hij heeft de grote moed gehad om voor zijn dood alles te vernietigen, dat hij beneden de maat vond, jeugd-producten, aanzetten van romans, gedichten, kladjes met 'gedachten', wijze of wrange paradoxen, die verzameling van bokke-keutels die menig schrijver achterlaat, in de hoop, dat er iets houdbaars tussen zit.'

Dit schreef M. Vasalis over Geert van Oorschot, in een boek dat verscheen ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de uitgeverij waar zij tussen 1940 en 1954 drie bundels publiceerde: 'Parken en woestijnen'(1940), 'De vogel Phoenix'(1947) en 'Vergezichten en gezichten'(1954).

Na deze bundels zweeg Vasalis, ze liet haar pseudoniem rusten en ging verder door het leven als de kinderarts Margaretha (Kiki) Drooglever Fortuyn-Leenmans (1909-1998). Maar na de spaarzame keren dat ze in de openbaarheid optrad, bijvoorbeeld om belangrijke oeuvreprijzen als De Constantijn Huygensprijs (1974) of de P.C. Hooftprijs (1982) in ontvangst te nemen, zwollen de geruchten over koffers met ongepubliceerde verzen weer aan.

Geruchten die nog gevoed werden door een gedicht over haar stervende moeder. Het verscheen in het tweehonderdste nummer van Tirade, werd juichend ontvangen en ogenblikkelijk in een bloemlezing geplaatst. Op enkele tijdschriftpublicaties na bleef ze echter zwijgen. Ze werd een legende die zich met haar man in het Drenthse Roden had teruggetrokken om zich te wijden aan haar gezin en haar officiële vak. Bij de inontvangstneming van de Constantijn Huygensprijs in 1974 zei ze over haar stilgevallen productie: ,,Wat mij in en na de oorlog overkomen is komt hier op neer: een enorme relativering van mijn eigen lot... Ik moest voortdurend tot de conclusie komen dat mijn commentaar volstrekt overbodig was.'

Een conclusie die haar lezers niet hebben gedeeld: de drie bundels werden herdrukt en herdrukt, en nog altijd is Vasalis een van de meest gelezen dichters van ons land. Veel van haar verzen werden klassiek: 'Drank, de onberekenbare', 'De idioot in bad,', 'Afsluitdijk' en 'Aan een boom in het Vondelpark'. Bovendien hebben velen zich in momenten van grote wanhoop aan haar 'overbodige commentaar' vastgeklampt. Nog steeds zie je boven overlijdensadvertenties geregeld de zinnen staan:

,,Zoveel soorten van verdriet,/ ik noem ze niet./ Maar één, het afstand doen en scheiden./ En niet het snijden doet zo'n pijn,/ maar het afgesneden zijn.'

In het nawoord van de bundel die vandaag postuum verschijnt, 'De oude kustlijn', schrijven haar kinderen niet te weten hoe bij Vasalis ,,de wens te publiceren toch weer de overhand heeft gekregen. (...) Wel weten we dat schrijven een levensbehoefte van haar was.'

Haar kinderen merken verder op dat Vasalis zich de laatste jaren van haar leven intensief heeft beziggehouden met het schiften van haar werk - net als Van Oorschot vond ze dus 'de grote moed' te vernietigen wat ze beneden de maat vond. Ze wilde pertinent voorkomen dat een verzameling 'bokke-keutels' zou achterblijven.

Vasalis is er niet meer in geslaagd het werk te voleindigen, haar kinderen heeft ze gevraagd een keuze te maken uit de verzen die ze goed genoeg achtte voor publicatie. Zo is er een bundel ontstaan met gedichten uit haar hele leven: van haar jeugd tot aan haar dood. De titel heeft ze zelf ooit genoemd. Zoals de samenstellers schrijven: ,,Ze vertelde dat haar vader vroeger eens tijdens een strandwandeling wees op een vlucht vogels boven de zee: 'Die volgen de oude kustlijn'.'

Lieve Vasalis,

Wat fijn dat je weer bent gaan schrijven, zoveel tijd na je dood; het geeft ons allemaal hoop, maar je bent mooi tegenstrijdig met deze nagelaten gedichten, want je schreef altijd alleen als je het niet kon nalaten, leek me. Daardoor was je werk zeldzaam in alle opzichten.

Nu heb ik je 'avondland na 't avondeten' bezocht en er meteen een flink stuk vertakt heimwee van overgehouden: naar dat Holland, die kust, die kinderen, dat verleden, en jou zelf. Hoewel ik ,,'t gerekte roepen van

een kindernaam' nu vaak in het Amerikaans denk, zoals 'Kaaasie!', 'Liiiisaaa', 'Olgaaa', en de vuurtoren ergens in Martha's Vinyard. Het hindert niet, het verleden heeft overal zoete plekken om in te liggen.

Ik ben nog steeds blij dat jullie bij ons waren, die keer in Brooklyn. Kom nog eens langs, dan hoop ik dat ik het merk. Ik zie intussen uit naar de rest van je nagelatenheid. Ik vind 'De oude kustlijn' wel een goede titel, want nu alles warmer wordt kruipt die lijn langzaam het land in, geloof ik. Zou je dat wel willen zien, vraag ik me af; en mij, wiens kustlijn van het geheugen ook al kronkelend het vasteland in trekt.

Dag hoor, omhelsd en tot ziens, Leo.

Herinneringen aan Vasalis

In 1939 bracht Leo twee keer een boek mee voor ons samen. Wij schreven er onze namen in. 'Eiland der Ziel' van Achterberg en 'Parken en Woestijnen' van Vasalis.

Er was weinig bekend over deze auteurs. Dat Vasalis een vrouw was die Leenmans heette en dat zij psychiater ('zenuwarts') was, wist ik pas later. De gedichten maakten een diepe indruk. Ze werden moeiteloos tot een persoonlijke herinnering. 'De idioot in het bad', de busreis over de Afsluitdijk met de slapende jonge matroos.

In 1949 kwam een mijnheer Bouman uit Zwolle kennismaken toen wij in New Brunswick woonden. We vonden vandaag een brief van hem in 'De Vogel Phoenix' dat hij ons zond daarna. Vasalis was een vriendin van hem en zijn vrouw. Hij had gehoord dat de Amerikaanse dichteres Edna St Vincent Millay zo onder de indruk was van 'Ik droomde in den oorlog, dat het oorlog was' dat ze Nederlands wilde leren.

In de jaren zeventig zochten zijzelf en haar man ons op in Brooklyn. Zij gaf ons een bloemlezing van moderne Amerikaanse gedichten. Het was als een bezoek van oude vrienden, wij spraken over hun honden.

Wij ergerden ons over het onbegrip waarmee sommigen na haar dood zich verwonderden over de populariteit van die ,,ouderwetse schrijfster die zo weinig nieuws te zeggen had'. Niemand heeft zo eenvoudig en ingetogen geschreven over haar eigen leven en het de lezer als nieuw en toch

zelfervaren doen ondergaan.

Georgine Sanders (Tineke Vroman)

,,Naar aanleiding van dit gedicht heb ik Vasalis' eerdere bundels weer ingekeken. Het viel me op dat ik haar poëzie nu minder waardeer dan een tiental jaren terug, het is me af en toe wat te zoetgevooisd. Neemt niet weg dat dit nieuwe gedicht weer gekenmerkt wordt door haar uiterst soepele en vanzelfsprekende taalgebruik. En dat de belevingswereld ervan net zo dichtbij ligt als in haar vroegere werk.

Het gedicht roept een magische wereld op: een kind wordt in bed gelegd terwijl het buiten nog licht is, en er allemaal geluiden te horen zijn. Vasalis verwoordt de sfeer van deze wereld prachtig met de zin: ,,'t gerekte roepen van een kindernaam/'. Die naam blijft vervolgens eenzaam in de lucht hangen, en de anderen zijn gespannen omdat niemand antwoord geeft. Wat zou er met het kind zijn?

Ook het licht van de vuurtoren dat langs het plafond strijkt, verbeeldt die wereld: 'De witte, zachte vingers regelmatig/ draaiend en dovende en keer op keer.' Maar binnen deze wereld ineens die zin in de tweede strofe: 'nog één verhaaltje, nog en nóg een kus' - dat is me te zoet.

In de bundel 'Vergezichten en gezichten' heeft ze een gedicht, 'Steen', dat bestaat uit vijf korte staccato zinnen die zo ingehouden zijn dat de tranen je in de ogen springen: ,,Verdriet kit al mijn krachten samen,/ zodat ik roerloos word als steen./ Mijn hele wezen wordt materie,/ een ondoordringbaar star mysterie,/ o sla de rots, opdat ik ween.'

Maar een gedicht als 'Fanfare-corps', wat ik vroeger prachtig vond, eindigt mij nu te suikerachtig: ,,Ik voelde me bedroefd en goed.'

Dit nieuwe gedicht, waarvan we niet weten hoe oud het is, lijkt mij de middenweg te bewandelen. Ze heeft veel gedichten die gelieerd zijn aan de eigen belevingswereld en aan de natuur. Dat vind je ook hier sterk terug, mooi in terug. Maar af en toe te uitgesponnen. Dat zie je in de eerste strofe, daarvan lijkt me de vijfde regel overbodig: 'voetstappen, af en toe helder gelach'. De zin valt uit het ritme en ontneemt het gedicht wat van zijn tover.'

Hester Knibbe is dichter. Zij won de Anna Blamanprijs en de Herman Gorterprijs. Haar poëzie verschijnt bij uitgeverij De Prom.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden