Interview

Schrijfster Yvonne Keuls: 'Echte vriendschap is altijd een krachtmeting'

Beeld Martijn Gijsbertsen

Om uit elkaar te groeien, moet je elkaar eerst na staan. Schrijfster Yvonne Keuls (86) was ruim veertig jaar bevriend met Hella Haasse. Ze schreef een boek over hun wederzijdse trouw én onbegrip. 'Hella is mij altijd blijven bellen, maar ik was koppig.'

Zeg maar je hoor, zegt Yvonne Keuls aan het begin van het interview, dat plaatsvindt in haar Haagse herenhuis vol bloemen en boeken, kussens en kleden. Aan de wanden tientallen foto's van haar kinderen en kleinkinderen en van hoogtepunten uit haar lange carrière. "Iederéén zegt je, ik ga met alle leeftijden om. Op straat zeggen kleine jongetjes: 'Hé Yvonne!' Dat is toch leuk?"

Toch dwingt de 86-jarige schrijfster vanzelf een u af, met haar licht geaffecteerde stem en uitstraling van Haagse dame. En met haar veelzijdige oeuvre dat klassiekers bevat als 'Jan Rap en z'n maat', 'Het verrotte leven van Floortje Bloem' en 'De moeder van David S.'. Hele generaties kregen empathie met 'probleemjongeren' dankzij Keuls' werk.

Nu ligt er een nieuw boek: 'Zoals ik jou ken, ken jij mij', over haar vriendschap met Hella Haasse, die in 2011 is overleden. Het is een mix van Keuls' memoires, herinneringen aan haar schrijversleven én een liefdevol, maar ook kritisch portret van Haasse. Geschreven omdat de tijd dringt, vertelt Keuls. Want ook al is ze niet moe te krijgen ('Ik kan eindeloos doorgaan, ik voel mijn eigen grenzen niet'), het aantal boeken dat ze nog kan schrijven is beperkt.

Dat ze in elk geval dit boek nog wilde maken, realiseerde ze zich na een gesprek met Aleid Truijens, die werkt aan een biografie van Haasse. "Ze stuurde me een verslag en dat sloeg in als een bom. Ik kreeg er een schok van, ik dacht: hier staat mijn verhaal, hier staat wat Hella en ik hebben meegemaakt in veertig jaar, samengevat in vijf pagina's. Toen ben ik maar gewoon begonnen."

Het geheugen is notoir onbetrouwbaar, we maken overal ons eigen verhaal van. Putte u voor dit boek louter uit uw herinneringen?

"Nee, ik was jarenlang columnist voor Het Vaderland en maakte daarvoor altijd aantekeningen. Ik heb gebruikgemaakt van dagboeken en agenda's die ik tussen 1965 en 1990 heb bijgehouden. Maar..." Ze citeert uit het voorwoord: "Uiteraard zijn de dialogen door mij ingekleurd - toon en ritme komen eerder overeen met mijn toon en ritme dan met die van Hella - en zijn ze geen letterlijke weergave van onze gesprekken."

Haasse en Keuls: ze deelden een jeugd in Nederlands-Indië, hun Haagsheid en hun beroep, maar waren verder antipoden. Haasse was de oudere, erudiete en gelauwerde schrijfster van historische en moderne romans, getrouwd met een rechter, van deftige komaf. Ze was de beroemdste van de twee: ze kreeg in 1983 de P.C. Hooftprijs en is de enige auteur die drie keer gevraagd werd om het Boekenweekgeschenk te schrijven.

En dan Keuls: een strijdbare doener die zich zo betrokken voelde bij maatschappelijk onrecht dat ze zelf een opvanghuis voor jongeren oprichtte, zelf nachtenlang over straat liep om 15-jarige heroïnehoertjes hulp te bieden. "Ik loop met vlag en vaandel voorop", zo typeert ze zichzelf. "Ik zal nooit vergeten dat ze me een keer vastgeketend hebben aan de Russische ambassade. Ik stond weer eens te protesteren omdat er schrijvers waren opgepakt, onder wie ene Nina die al dertien jaar zat opgesloten in Siberië. Ik riep: 'Nina moet vrij! Nina moet vrij!' Toen vond een idioot het wel leuk om mijn arm aan het hek van de ambassade te ketenen met een fietsslot. Zo heb ik urenlang gestaan. Dat zegt wel iets over mij."

De studeerkamerschrijfster en de activiste: dat contrast ontstond pas gaandeweg. In de eerste periode van hun vriendschap, grofweg van 1965 tot 1975, ontwikkelde Keuls zich tot schrijfster van televisiedrama, indertijd een nieuw beroep: ze bewerkte 'De boeken der kleine zielen' van Couperus voor de NCRV, daarbij geadviseerd door Haasse.

De serie werd een groot succes, Keuls' carrière leek verzekerd, maar de echte wereld begon aan haar te trekken. Ze gaf lezingen op scholen en kwam zo in contact met jongeren die van huis wegliepen, aan drugs verslaafd raakten, waren beland in de criminaliteit en prostitutie. Jongeren die hulp nodig hadden, háár hulp; Keuls werd een selfmade maatschappelijk werkster, een van de pioniers in het jongerenwerk.

Uw engagement ging erg ver, u had ook alleen maar over deze jongeren kunnen schríjven.

"Nee, dat kan ik niet. Dat is mijn karakter hè: ik kan niet loslaten. Ik houd in de gaten of het recht wel zijn loop krijgt en als dat niet zo is, moet ik me ermee bemoeien, wat me nooit helemaal in dank is afgenomen.

"Vanaf 1968 ontstond er een drugscultuur in Nederland en niemand wist er raad mee. Ik heb tien jaar lang intensief met verslaafden gewerkt. Dan ging 's nachts de telefoon en dacht ik: het is mijn moeder, of iemand met grote problemen vanuit een telefooncel. Ik was degene die naar die mensen luisterde, niemand anders deed dat.

"Het is gebeurd, ik heb het niet gekozen. Ik dacht dat het normaal was om te helpen. Als jij ziet dat iemand op straat een klap op zijn hoofd krijgt, dan loop je toch niet door? En wat deze jongeren overkwam, was heel wat meer dan een klap op hun hoofd."

Wat heeft uw engagement u gekost?

"Het heeft zeker dertig jaar van mijn leven beïnvloed. Ik weet niet of ik dezelfde weg nog eens zou willen lopen. Als ik geweten had wat het overhoop zou halen in mijn hele leven, terwijl ik ook zoveel andere mogelijkheden had... Het werk met deze jongeren gaf me enorm veel voldoening, maar natuurlijk niet op literair gebied. Dat moest ik laten liggen."

Het dramatische dieptepunt van 'Zoals ik jou ken, ken je mij' is de beschrijving van een zaak waarvoor Keuls zich met hart en ziel inzette, waarin ze Haasse om steun vroeg - en die niet kreeg. Tijdens haar werk in het opvanghuis was Keuls gestuit op een grote misbruikzaak: een kinderrechter die zich vergreep aan de jongens over wie hij rechtsprak, nota bene ín het gerechtsgebouw.

Een ingewikkelde zaak die nooit officieel is opgehelderd en die hier ook niet helemaal kan worden uitgelegd. Maar Keuls schreef er wel een boek over, 'Annie Berber en het verdriet van een tedere crimineel' (1985). Ze vroeg haar vriendin Haasse om het eerste exemplaar in ontvangst te nemen en haar op die manier openlijk bij te staan. Maar Haasse zei nee.

Al gauw kwam Keuls onder vuur te liggen - het hele establishment viel over haar heen, justitie ontkende het misbruik. Dat vond Haasse's echtgenoot, voormalig rechter Jan van Lelyveld, zó onrechtvaardig dat hij besloot om Keuls wél te steunen. In een brief aan de procureur-generaal meldde hij dat het wangedrag van de kinderrechter al jaren bekend was bij justitie en dat er sprake was van een doofpot. Van Lelyveld gaf Keuls een kopie, maar die mocht ze van Haasse weer niet publiceren. Een verbod waaraan ze zich hield, maar dat de twee vriendinnen wel uit elkaar dreef.

Hoe lang heeft u het haar kwalijk genomen?

"Heel lang. Hella is me altijd blijven bellen, ze hield me in de gaten, ze was altijd de allereerste met bloemen en briefjes als ik een boek had geschreven of een prijs had gewonnen."

Maar u belde haar niet?

"Nee. Ik was koppig. Ik heb er spijt van. Ik vind het heel jammer. Ik ben pas weer gaan bellen na een lange radiostilte, in 2009, toen ze vroeg of ik kwam. Vanaf toen belden we elke vrijdagochtend om elf uur.

"Zij heeft tegen het einde van haar leven gezegd: ik hef mijn verbod op, je mag met de brief van Jan doen wat je wilt." Van Lelyveld was toen al overleden. Uiteindelijk publiceerde Keuls zijn brief in 2014, in een herziene heruitgave van 'Annie Berber', getiteld 'De zaak Tommie'.

U beschrijft twee totaal verschillende karakters, die elkaar aantrekken en aanvullen maar ook hevig botsen. Gaat uw boek over vriendschap of over verraad?

"In de eerste plaats over vriendschap. Misschien bestaat het een niet zonder het ander. Een echte vriendschap is altijd een krachtmeting.

"Ik wilde over mijn relatie met Hella schrijven om voor mezelf iets op te lossen. Om antwoord te vinden op de vraag: had ik haar wel om deze vorm van steun mogen vragen?

"Ik heb een heel boek nodig gehad om tot een antwoord te komen: nee. Ik had het haar niet mogen vragen. Ik heb lang gedacht: je hoort achter je vrienden te staan, dat is toch vanzelfsprekend? Van haar verwachtte ik mijn standpunt, ik gunde haar niet een eigen standpunt.

"Ik wilde haar gebruiken als mijn boegbeeld, omdat zij bekender was dan ik. Want als zij, de vrouw van een rechter, zich achter me zou plaatsen, dan waren we er. Maar zo zat Hella niet in elkaar, zij was een ander wezen dan ik, helemaal niet activistisch, ze zou zelf nooit openlijk in de aanval zijn gegaan.

"Voor mij was het ingewikkeld dat Hella en Jan met elkaar getrouwd waren, dat zij mij daardoor de openlijke steun van haar man onthield. Maar ik had me niet verdiept in wat een rel voor háár zou betekenen. Hella was zo'n Haagse dame, zo hoog gestegen..."

U bent iemand met grote empathie, zoals blijkt uit uw sociaal-realistische romans. Maar voor uw vriendin Hella heeft u die onvoldoende gehad?

"Dat klopt. Ik kwam er tijdens het schrijven ook steeds meer achter dat haar trouw aan mij ontzettend groot was, al die jaren lang. Je kunt al schrijvend je verhouding met andere mensen uitvogelen, dat is het heilzame en wonderbaarlijke van schrijven. Al zijn dat weer verheven woorden die bij Hella passen en niet bij mij."

"Vast staat: Hella was meer dan een gewone vriendin van mij. Zij noemde mij: mijn zuster in de kunst. Typisch Hella, zo zou ik het niet zeggen, het klinkt zo verheven."

Hoe zou u het zeggen?

"Gewoon, lekkere zus van mij."

Yvonne Keuls

Yvonne Keuls, 'Zoals ik jou ken, ken jij mij. Mijn jaren met Hella'. Uitgeverij Ambo Anthos, 268 pagina's, 20 euro.

Yvonne Keuls (Batavia, 1931) maakte naam met haar sociaal-realistische romans over drugsverslaving, dakloosheid en kindermisbruik. Boeken als 'De moeder van David S.' (1980) en 'Het verrotte leven van Floortje Bloem' (1982) werden immens populair bij scholieren.

In later werk exploreerde Keuls ook haar Indische achtergrond en de Tweede Wereldoorlog. Voor 'Mevrouw mijn moeder' (1999), over haar relatie met haar Nederlands-Indische moeder, kreeg ze de Trouw Publieksprijs.

Vandaag ontvangt zij de Littéraire Witte Prijs, een tweejaarlijkse prijs voor een Haagse auteur of een Haags literair werk.

Geboren in Batavia

Ze werden allebei geboren in Batavia, Hella Haasse in 1918, Yvonne Keuls dertien jaar later. De twee families kenden elkaar, Hella was bevriend met Greetje, de oudste zus van Keuls. Maar omdat hun moeder half Javaans was, moest Hella van haar ouders de vriendschap met Greetje verbreken. "Hella's ouders waren Hollanders en keken op de Indo's neer", zegt Keuls.

"Dat was het koloniale racisme." Haasse voelde zich haar leven lang aangetrokken tot Nederlands-Indië, het decor van haar beroemde roman 'Oeroeg'. Ze ging later in Den Haag vaak bij de moeder van Keuls op visite. "Ze zei: jouw moeder is even niet meer jouw moeder, ze is ons Indisch erfgoed."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden