Den Haag, Yvonne Keuls,foto: Mark Kohn

InterviewYvonne Keuls

Schrijfster Yvonne Keuls (90) weet van geen ophouden: ‘Anderen pakken een knuppel, ik pak de pen’

Den Haag, Yvonne Keuls,foto: Mark KohnBeeld Mark Kohn

Gemmetje Victoria is het nieuwe boek van de 90-jarige schrijfster Yvonne Keuls. Ze is één brok gretigheid: ‘Ik heb altijd het gevoel gehad dat er nog meer te ontdekken is in het leven’.

Eline Crijns

En wéér klinkt de bel in het oude Haagse huis van Yvonne Keuls. Telkens loopt de schrijfster monter naar de voordeur. De pakjesbezorger brengt een doos exemplaren van haar nieuwe boek, een dochter komt de autosleutels halen voor een apk, een kleindochter toont trots haar verlovingsring. Echtgenoot Rob slaat de drukte in huize Keuls onverstoorbaar gade.

De schrijfster wordt op 17 december negentig jaar, maar ze heeft de energieke uitstraling van iemand van zeventig. En ze schrijft nog altijd; haar 98ste titel, de roman Gemmetje Victoria, is net verschenen. “Ik ben trots op elk boek”, vertelt de schrijfster in haar woonkamer vol familiefoto’s, memorabilia en kunstwerken. “Ook op Gemmetje.”

Haar nieuwste boek is een sociale roman, het genre waarmee Keuls bekend werd. Die boeken ontstonden in de jaren zeventig, nadat ze met een aantal gelijkgestemde vrijwilligers een opvanghuis was begonnen voor jongeren die nergens anders terecht konden. Het werd het beroemdste opvanghuis uit de Nederlandse literatuur, vooral dankzij haar bestseller Jan Rap en z’n maat.

Het bleef niet bij een boek; er kwam een verfilming en Jan Rap en z’n maat werd wereldwijd als toneelstuk opgevoerd. “Met mijn man ging ik naar alle premières. We hebben wat afgelachen toen in een Parijse schouwburg de chique dames na afloop vlug hun spulletjes uit de garderobe gingen halen, vanwege het ‘tuig’ dat ze op het podium hadden gezien. Dat waren ze niet gewend”, schaterlacht Keuls bij de herinnering.

Hele generaties groeiden op met de opvolgers van Jan Rap, zoals De moeder van David S. en Het verrotte leven van Floortje Bloem. In al die klassiekers hanteert ze de pen te vuur en te zwaard. “Een pen kan heel veel, het is het verlengstuk van jezelf. Je moet er wel mee om kunnen gaan, want als je hem verkeerd gebruikt wordt het venijnig.”

Een wilde kat

Ook voor haar nieuwe roman putte Keuls uit haar werk in de jeugdhulpverlening. Hoofdpersoon Gemmetje Victoria dankt haar achternaam aan de moeilijkheden die ze toch steeds weer de baas werd. Als tiener kwam ze aanwaaien in het opvanghuis, ‘schreeuwend en vergezeld van een stapel rapporten die haar leven met een enkel woord afdeden’, schrijft Keuls in het voorwoord. Gemmetje had op dat moment al zeventien kindertehuizen en acht pleeggezinnen versleten. ‘Een wilde kat’, noemt de schrijfster haar.

Gemmetje was een opvallende verschijning met een ontwapenende bravoure, ze pakte iedereen in. Ook Keuls viel voor haar. Hun relatie verliep met vallen en opstaan, horten en stoten. Soms was Gemmetje kind aan huis bij Keuls, soms verdween ze tijden uit beeld. Maar nooit uit het hart van de schrijfster.

Smakelijk vertelt Keuls over Gemmetjes avonturen met een huwelijksmakelaar, en hoe ze na een wilde vakantie in Suriname in de gevangenis terechtkwam. Ze had namelijk drugs ‒ paaseitjes dacht ze in haar naïviteit ‒ naar Nederland gebracht. Gemmetje bleef tot haar vroege dood op veertigjarige leeftijd - ze stierf aan longkanker - een belangrijke figuur in het leven van Keuls en zij in dat van haar. Dat er een boek over Gemmetje zou komen, was altijd al duidelijk, maar het schrijven was niet makkelijk: “Ik wil haar eer aandoen en ik wilde dat het goed werd.”

Pas toen Keuls agenda door corona leeg was, kon ze met de tas vol notities van en over Gemmetje aan de slag. “Ik heb het in tien maanden geschreven. Als ik eenmaal ben begonnen, wil ik alleen nog maar met het boek bezig zijn.”

Kleurrijke figuren

Ze schatert het uit als ze vertelt over de kleurrijke figuren die het boek bevolken, zoals Nellie, Pater Pi-jet en Zus, de vliegende non van de Schilderswijk. De lezer leert Gemmetje kennen door hoe haar omgeving op haar reageert. “Ik hoop echt dat Gemmetje verfilmd wordt”, merkt Keuls op, die zegt in beelden te denken.

Nog altijd houdt ze tijdens het schrijven een lijst met scènes bij die kunnen dienen als basis voor een script; een oude gewoonte. Keuls begon haar schrijfcarrière als scenarioschrijver, eerst voor toneel. Later bewerkte ze Couperus en Vestdijk voor televisie en vestigde ze haar naam als dramaturg. Totdat ze besloot het roer radicaal om te gooien en overstapte naar de jeugdhulpverlening. “Ik zag in dat ik met Couperus en andere schrijvers uit het verleden te ver afstond van de realiteit van alledag.”

Nederland kreeg een drugscultuur en verslaafde kinderen zo oud als haar eigen pubers konden haar hulp goed gebruiken, vond ze. Ze deelde hun verhalen in haar sociale romans. Ook al bestaan de personen echt en zijn de verhalen gebaseerd op werkelijke gebeurtenissen, de boeken zijn fictie, zegt Keuls: “Het begint met een trigger in het werkelijke leven; er is iets wat mij raakt of waar ik mee te maken heb gehad. Maar mijn herinneringen zijn niet waterdicht; tussen de herinnering en de waarheid is altijd een gat. Dat gat moet ik vullen met fantasie.”

“Neem bijvoorbeeld Gemmetjes pleegmoeder Pien. Ik heb haar nooit ontmoet, maar ze heeft een belangrijke functie in het verhaal, dus moet ik haar inkleuren. Dan wordt ze ‘mijn’ Pien. Zo zijn er meer voorbeelden, zoals de scènes met Gemmetje en haar vriendin in Suriname. Ik ben daar niet bij geweest, dus die vul ik op mijn manier in. In ieder boek zitten dit soort gaten. Het invullen doe ik als het even kan op mijn eigen humoristische manier.”

Fictie schrijven is ook de kunst van het weglaten, zegt Keuls. “Er moet vaart in zitten en het boek is niet bedoeld als biografie. Ik kan goed kiezen. Zo heeft Gemmetje in het echte leven vijf keer in de gevangenis gezeten, maar ik houd het bij die ene keer.”

Levendige dialogen

Typisch Keuls zijn de levendige dialogen in haar boeken: ook een erfenis uit haar scenarioverleden. “Ik creëer de persoon niet door over haar te schrijven, maar door die persoon het zelf te laten zeggen”, bootst ze het platte Haagse accent van Gemmetje na. “Zo geef ik de lezer de kans om een eigen portret van haar te maken.”

Het engagement spat uit haar boeken. Toch schrijft Keuls niet om een boodschap over te brengen, zegt ze. “Ik vertel gewoon over de werkelijkheid en dan is het aan de lezer om daar iets mee te doen.”

In haar romans komt de jeugdzorg er bekaaid van af. “Ik ben bang dat het belabberd opvangen van kinderen decennia later nog geen steek veranderd is.” Toch koestert ze nog altijd de hoop dat de opvang van hulpbehoevende kinderen zal verbeteren. “Je moet lang genoeg blijven schoppen en dan ben ik ervan overtuigd dat er uiteindelijk iets mee gebeurt. Kijk naar Multatuli of De negerhut van Oom Tom. Als je de boodschap dat het niet goed gaat in de jeugdzorg lang genoeg blijft verspreiden, zegt op een dag iemand dat die slechte zorg voor kinderen zo toch eigenlijk niet kan.”

Dat de pen ook een wapen kan zijn, bleek toen Keuls’ spraakmakende boek Annie Berber en het verdriet van een tedere crimineel verscheen. Aanleiding waren de slachtoffers van kindermisbruik die de schrijfster in haar opvanghuis kreeg. Alle sporen wezen naar een kinderrechter en de schrijfster wilde hem stoppen.

Oorlogskind

“We deden aangifte, maar de zaak werd geseponeerd en de rechter kreeg eervol ontslag. Ik voelde me als burger belazerd en mijn rechtsgevoel was aangetast. Ik was bezig met een boek over de krakersbeweging en heb daarin een verhaallijn opgenomen waarin een van de jonge krakers misbruikt werd. Ik heb de kinderrechter anoniem gehouden, anders zou het niet uitgegeven worden, maar zijn naam lag door journalisten al voor publicatie op straat. Krakers pakken uit woede een knuppel, ik pak een pen, dat is mijn weg.”

Keuls heeft zo’n bewogen leven en rijk oeuvre, er staat vast al een biograaf te trappelen. “Wat mij betreft hoeft zo’n boek beslist niet en mijn erven denken er ook zo over”, reageert ze als door een wesp gestoken. “Ik zie mijn werk als mijn biografie. Wat ik veel leuker vind, zijn alle scripties die leerlingen over mijn werk maken.”

Of er nog een nieuw boek komt, weet ze niet. “Ik denk bij elk boek dat het mijn laatste is, maar er gebeurt altijd weer iets of ik kom iemand tegen”, zegt ze met gevoel voor suspense. Aan wilskracht lijkt het haar niet te ontbreken, maar vooruit kijkt ze niet. “Dat heb ik nooit gedaan. Ik ben een oorlogskind en dacht als dertienjarige al dat ik dood zou gaan toen ik een jaar met tbc in een sanatorium lag. Ik moet iets van mijn leven maken, realiseerde ik me toen, maar ik kijk met de dag. En vandaag voel ik me goed.”

De vier schrijflessen van Yvonne Keuls

Keuls begon op haar achtste met het schrijven van verhalen in schriftjes. Haar eerste heette: De dag dat de mannen uit de hemel vielen. Het ging over de parachutisten die ze op 10 mei 1940 omlaag zag komen boven Ockenburg, bij Den Haag waar ze woonde.

Als nakomertje kreeg ze weinig aandacht en het huis was ook nog eens vol met neefjes uit Indië: “Ik fladderde rond en niemand had tijd voor mij. Maar ik had ook mijn emoties, dus die ben ik op gaan schrijven.”

“Toen ik 14 jaar was, lazen we in de klas Oliver Twist. Ineens begreep ik dat het schrijven niet alleen om mijn emotie ging, maar om wat Oliver Twist meemaakte.” Zo ontdekte Keuls het fenomeen van het personage, de tweede stap in haar ontwikkeling als schrijver. “Ik was heel trots dat ik had ontdekt dat je de emotie van een ander kunt creëren.”

Daarmee was Keuls er nog niet: “Mijn derde inzicht was dat je ook iemand kunt creëren, die een emotie oproept bij de lezer of bij de toeschouwer.”

Inzicht vier was toen ze zich realiseerde dat je een lezer zodanig kunt inspireren dat hij daarmee iets doet in de werkelijke wereld. “Signaleren en zuiver informeren. Dat heb ik geleerd van schrijver en Nobelprijswinnaar Alexander Solzjenitsyn.”

98 publicaties

Yvonne Keuls is geboren in 1931 in Jakarta en kwam op zevenjarige leeftijd met haar ouders naar Nederland. De schrijfster woont in Den Haag en heeft drie dochters, vier kleinkinderen en drie achterkleinkinderen.

Ze heeft 98 publicaties op haar naam staan, onder meer: Televisiebewerking van Couperus’, De kleine zielen (1969), Jan Rap en z’n maat (1977), De moeder van David S. (1980), Het verrotte leven van Floortje Bloem (1982), Annie Berber en het verdriet van een tedere crimineel (1985), Daniël Maandag (1988), Meneer en mevrouw zijn gek (1992), Mevrouw mijn moeder (1999), Indische tantes (2001), De complete Keulsiefjes (2016), Zoals ik jou ken, ken jij mij (2018), Gemmetje Victoria (2021).

Lees ook:

Schrijfster Yvonne Keuls: ‘Echte vriendschap is altijd een krachtmeting’

Om uit elkaar te groeien, moet je elkaar eerst na staan. Schrijfster Yvonne Keuls (86) was ruim veertig jaar bevriend met Hella Haasse. Ze schreef een boek over hun wederzijdse trouw én onbegrip. ‘Hella is mij altijd blijven bellen, maar ik was koppig.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden