Interview

Schrijfster Fatma Aydemir: Duitsland herinnert me er dagelijks aan dat ik er niet bij hoor

Fatma Aydemir. Beeld Patrick Post

In Duitsland deed haar debuutroman ‘Ellebogen’ veel stof opwaaien. Fatma Aydemir rekent af met geïdealiseerde beelden - over Duitsland en Turkije.

Fatma Aydemir kan niet vaak genoeg benadrukken dat ze niet dezelfde persoon is als Hazal, protagonist in haar debuutroman ‘Ellebogen’. Toch hebben ze de nodige overeenkomsten. Hun beider (groot)ouders komen uit Turkije, ze groeien op in Duitsland en brengen een belangrijke periode van hun leven door in Istanbul. Hazal vlucht daarheen uit angst voor de Duitse politie, Aydemir schrijft er grote delen van haar boek. Daarnaast delen ze niet alleen een voorkeur voor R&B-muziek, maar ook boosheid over de uitsluitingsmechanismen in de Duitse samenleving en de hypocrisie waarmee die in stand worden gehouden.

Was die boosheid een drijfveer om uw boek te schrijven?

“Absoluut, die boosheid bleek voor mij ook nog eens heel productief, want het hielp me dit verhaal te vertellen. Ik wilde het verhaal vertellen, omdat het een verhaal was dat ontbrak in de verhalen die ik kende uit de Duitse literatuur en populaire cultuur; een verhaal over de boosheid van Hazal, migratie, geweld en opgroeien in een land waar je het gevoel hebt dat je er niet bij hoort. Een land ook, dat je er iedere dag aan herinnert dat je er niet bij hoort. Terwijl het de enige plek is die je kent. Dat was een gevoel waar ik over wilde nadenken en dat ik dieper wilde bestuderen.”

Wat miste u in de verhalen die tot dusverre over migranten verteld werden?

“Ik vond ze altijd net een beetje té leuk en té mooi. Ik wilde een verhaal schrijven dat mensen ongemakkelijk maakt. Hazal en haar boosheid zijn daar heel geschikt voor, want in haar dagelijks leven en dat van meiden zoals zij zijn er zoveel dingen waarover je je boos kunt maken, om wat je overkomt als vrouw, of als een, laten we zeggen, niet-Duitse in Duitsland, of niet-wit persoon in West-Europa. Ik wilde via Hazal die realiteit laten zien.”

Getuige de kritieken is dat gelukt. “Ellebogen is een stomp in de maag. Of beter gezegd, twee. Eén voor de misogyne Turkse gemeenschap. En één voor de huichelarij van onze o, zo liberale samenleving,” schreef de Süddeutsche Zeitung in een recensie. Hazal en haar vriendinnen krijgen dagelijks op tal van manieren subtiel te verstaan er niet bij te horen. Als ze op haar verjaardag worden afgewezen bij een hippe club in hun woonplaats Berlijn, komt al hun frustratie eruit in een dramatische, gewelddadige gebeurtenis die Hazal naar Istanbul drijft.

Aydemir wilde niet alleen een verhaal vertellen dat mensen tegen de haren instrijkt, maar ze wilde ook breken met de clichématige, eendimensionale rol van migrantenvrouwen zoals ze die vaak tegenkwam in de literatuur: “Jonge moslima’s of migrantenvrouwen zijn eigenlijk altijd onderdrukte karakters waarvoor je als lezer alleen maar medelijden kunt ontwikkelen. Dat is saai, en daarom wilde ik met dat beeld breken. Ik wilde meer lagen toevoegen aan het verhaal van een jonge vrouw. Het is nooit zo simpel dat je kunt zeggen: ze is arm, dus ze wordt gewelddadig. De reden waarom Hazal gewelddadig wordt is veel meer ambigu.”

Wat maakt de karakters van migrantenvrouwen voor uw gevoel vaak zo eendimensionaal?

“Dat heeft natuurlijk alles te maken met wie de verhalen vertelt. Of: met wie verhalen vertelt die ons bereiken. Auteurs zijn veelal wit en man en die kennen de leefwereld van migrantengemeenschappen, laat staan vrouwen, niet zo goed. Ook migranten-verhalenvertellers van de eerste generatie zijn trouwens meestal mannen. En die generatie had natuurlijk een ander verhaal dan de generatie die in Duitsland is geboren. Mijn ouders hebben hun culturele vorming gehad in Turkije, voordat ze naar Duitsland kwamen. Hun relatie met Duitsland is er een die uitgaat van dankbaarheid. Ze waren er dankbaar voor om wat geld te kunnen verdienen hun kinderen op te laten groeien.”

Bent u niet dankbaar voor het land waarin u bent opgegroeid?

“Waarom zou ik? Ik heb niet gekozen voor de plek waar ik geboren ben. Ik denk dat het mijn recht is om dezelfde kansen en toegang te hebben als ieder ander in dit land. Maar de Duitse mainstream, dat zie ik ook in de reacties op mijn journalistieke werk, vraagt die dankbaarheid wel van mij.

‘Is het niet prachtig dat je hier op kunt groeien, een opleiding volgen?’, hoor ik vaak. Ja natuurlijk is het prachtig, maar het is ook prachtig voor jou, antwoord ik dan. Ik snap echt niet dat mij dat steeds wordt gevraagd.”

Hoe zou Hazal daar tegen aankijken?

“Hazal ziet zichzelf in Duitsland in de eerste plaats als iemand die niet Duits is. Ze heeft geen opleiding gevolgd en wordt uitgebuit in de winkel van haar oom. Het enige waarop ze gefocust is, is onafhankelijk zijn. De omstandigheden drijven haar naar Turkije, maar als ze daar aankomt blijkt ook dat niet het land dat haar omhelst en het gevoel geeft: je bent een van ons. Het was belangrijk voor mij om haar naar Turkije te sturen en haar daarmee te confronteren. Het is makkelijk het beeld van Turkije te idealiseren als je op vakantie gaat, maar in een andere situatie zie je dat het ingewikkelder ligt. Dan zie je de echte problemen.”

Heeft u dat ook zelf ervaren toen u aan uw boek werkte in Istanbul?

“Zeer zeker. Om een voorbeeld te geven: natuurlijk wist ik dat Koerden in Turkije gediscrimineerd worden, maar ik wist niet hoe diep dat in de maatschappij en politiek verankerd was. Dat bewustzijn kwam voor mij tijdens de Gezi Park protesten (grootschalige anti-regeringsdemonstraties in het voorjaar en de zomer van 2013, red.), toen jonge mensen die elkaar bij de demonstraties ontmoetten met elkaar in gesprek gingen. Ik hoorde bijvoorbeeld hoe gewelddadig minderheden behandeld worden door de dominante groep. Zulke dingen werden me pas duidelijk toen ik meer tijd met vrienden in Turkije doorbracht, en niet zoals daarvoor alleen met familie en in hotels.”

Hoe voelde u zich eronder dat het beeld dat u van Turkije had veranderde?

“Dat is verwarrend en pijnlijk. Dat proces is voor mij nog steeds gaande. Aan de ene kant denk je: wat was ik stom dat ik dat eerder niet zag. Maar het is nog pijnlijker geconfronteerd te worden met mensen die je kent, je familie bijvoorbeeld, die een heel ander beeld van Turkije hebben dat niet strookt met wat ik in het echt heb meegemaakt. Het beste voorbeeld is denk ik de Armeense genocide, want die bestaat voor heel veel mensen simpelweg niet. Dat vind ik schokkend. Turkije heeft een heel problematische geschiedenis en het weigert om daarmee om te gaan.”

In Duitsland is wel rekenschap voor de eigen geschiedenis afgelegd, maar veel mensen worstelen er nog altijd mee. Hoe verhoudt die worsteling zich tot de worsteling van migranten met misstanden in hun land van herkomst?

“Misschien is het voor migranten wel makkelijker. Als je je ver weg van een land bevindt, kun je het makkelijk idealiseren. Maar op een bepaalde manier lijkt zo’n ideaalbeeld ook wel op de wijze waarop mensen in Duitsland of Nederland terugverlangen naar een verleden waarin er niet zoveel migranten waren en we ‘bepaalde problemen’ niet hadden. Dat is een geïdealiseerd verleden. Het veronderstelt dat er een pure cultuur is die aangevallen wordt, en daar klopt volgens mij niks van.

“Ik heb veel Duitse vrienden die moeite hebben met het verleden van hun land, maar ook met hoe er in het heden met dat verleden wordt omgegaan. Dat dingen ook zo snel vergeten worden. Je kunt het op school over de Tweede Wereldoorlog en Hitler hebben, maar als je ziet wat voor dingen de AfD nu in het Duitse parlement zegt, dat zijn echo’s uit het verleden. Ik zie mezelf ook als onderdeel van Duitsland, dus heb ik op een bepaalde manier dezelfde moeilijkheden, maar ik heb daarnaast nog een tweede strijd.”

Door de thema’s die u in uw boek aansnijdt, wordt u geregeld gevraagd iets te zeggen over integratie van Turkse gemeenschappen in Duitsland. Dat doet u zeer kritisch. Wat is uw voornaamste probleem met de manier waarop het integratiedebat in Duitsland gevoerd wordt?

“Voor mijn gevoel gaat het hele integratiedebat de verkeerde kant op. Er is geen sprake van echte dialoog. Het is meer een bevel dat gegeven wordt aan mensen om wie niemand zich ooit echt heeft bekommerd. En nu vormen die mensen opeens een probleem en moeten ze integreren, of beter gezegd: assimileren, in de Nederlandse of Duitse cultuur. Wat dat dan ook moge zijn is niet duidelijk. Het is een heel algemene discussie die mooie, neutraal klinkende woorden gebruikt om racistische dingen te zeggen.”

Kunt u uitleggen waarom niet duidelijk is waarin je moet integreren?

“Ik zou natuurlijk moeten integreren in ‘de Duitse samenleving’. Maar dat is geen heel coherent geheel, niet iets waar je zomaar even in kunt duiken. Je kunt wel zeggen: iedereen moet zich gedragen naar de wet. Dat is de realiteit, als je dat niet doet, moet je de gevangenis in. Maar als het gaat om integreren in cultuur of waarden, dan blijft het bij heel vage termen. Je komt dan altijd begrippen als ‘westerse waarden’ of ‘christelijke waarden’ tegen. Ik begrijp nooit wat daarmee wordt bedoeld. Hebben we het over democratie? Want als we het over democratie hebben, laten we het dan over de wet hebben en niet over culturele zaken. Anders zou er een wet moeten zijn dat iedereen Kerst moet vieren. Maar de realiteit is dat niet iedereen in de Duitse samenleving dat doet.”

In tijden van polarisatie en anti-migratiesentiment komen die culturele aspecten wel steeds prominenter naar voren.

“Dan komen we terug bij de illusie van een pure cultuur die zogenaamd bestaan zou hebben voordat de vluchtelingen kwamen. In 2016 [na de komst van ruim 1 miljoen migranten naar Duitsland, red.] werd het debat in Duitsland heel agressief, maar daarvoor had je ook al het discours dat alles beter was voordat de gastarbeiders waren gekomen. Het is een gevaar dat angst de overhand krijgt.

“Angst is een begrip dat rechts veel en slim gebruikt. ‘We moeten de angsten en zorgen serieus nemen’, hoor je steeds. Maar tegelijkertijd worden alleen de angsten van bepaalde mensen serieus genomen. En niet de angsten van mensen zoals ik. Ik ben ook bang om naar Oost-Duitsland te gaan als ik lees dat mensen daar op straat worden aangevallen omdat ze er niet wit uitzien. Dat is een probleem dat geen groot politiek debat teweegbrengt. Hét grote politieke debat ontbrandt als vluchtelingen zich misdragen.” <<

Fatma Aydemir (1986) is schrijver en journalist. Ze zette voor Die Tageszeitung het Duits-Turkstalige platform taz.gazete op, dat de persbreidel in Turkije omzeilt. Vorig jaar verscheen haar debuutroman ‘Ellebogen’. Ze was een maand in Nederland te gast als writer in residence van het Nederlands Letterenfonds.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden