Boekrecensie

‘Schrijf nooit over je kat’, zei haar docent. Maartje Wortel deed het toch.

Maartje Wortel Beeld Hollandse Hoogte

Tijdens Maartje Wortels opleiding aan de Rietveld Academie zou haar docent, wijlen Wim Brands, zijn studenten hebben geleerd: ‘Schrijf nooit over je kat. Of over welke kat dan ook.’ Een aan de onconventionele schrijfster Wortel welbestede contraproductieve raad want ziehier, haar vijfde boek, over een kat: ‘Dennie is een star’.

Katten zijn, naast honden, altijd favoriete dieren in de literatuur geweest, denk alleen al aan T.S. Eliot met zijn ‘Old Possum’s Book of Practical Cats’, of aan de talloze katten waarmee schrijvers zich vroeger op het achterplat van hun boeken lieten vereeuwigen. Geen wonder, het zijn eigenzinnige, mysterieuze dieren, waarmee schrijvers zich graag identificeren. Ook Dennie is zo’n beest. Zijn eigenares, androgyn Ted geheten, bouwt een hele eredienst om hem heen. Zelf kwetsbaar en verlegen is ze nu eenmaal iemand die nogal goed kan bewonderen en zelfs aanbidden, haar minnaressen bijvoorbeeld maar ook haar lelijke oude auto en, nadat ze hem min of meer van de straat heeft geplukt, de vaalrode straatkat Dennie.

Authenticiteit

Op zichzelf zijn de verhalen, die Maartje Wortel haar Ted rond de aanbeden kat laat vertellen, niet heel bijzonder, wat gepassioneerde liefdesaffaires, vakanties met vrienden, kleine avontuurtjes met Dennie, maar deze schrijfster heeft een eigenschap die we na het lezen van Joost de Vries’ essay ‘Echte pretentie’ (we kunnen niet zonder pretenties) misschien niet gemakzuchtig meer gebruiken moeten, maar die hier toch echt wél van toepassing is: authenticiteit. Hoe schroomvallig ook, ze is openhartig, ontziet zichzelf niet in een even simpele als rake stijl.

Ted, haar zoekende, nerveuze alter ego, zoekt houvast in het leven, bij haar vrienden maar ook bij de 3D-, dus aanraakbare kat Dennie met zijn ‘kalme flow’. Als ze een laserpen voor hem koopt bekent ze: “Als ik Dennie achter die stip aan zie gaan, weet ik dat ik ook zo ben, dat ik altijd achter iets aan zal blijven rennen wat ik nooit kan vangen.” Haar kat vertegenwoordigt kortom iets van haarzelf, maar is ook een lichtend voorbeeld. In een brief aan haar vriendin Suki schrijft Ted: “Dennie lijkt door de tijd te zwemmen en de ruimte betekent niets voor hem, dat wil zeggen, hij maakt er deel van uit. Hij is er gewoon in. Zo zou ik ook willen zijn. Het probleem met mij is dat ik met de hele wereld wil zijn.” Het is die schuchtere maar gepassioneerde intensiteit en mateloosheid van de hoofdpersoon die het verhaal rond Dennie stuwt. Teds verhalen gaan over bindingsangst, over vriendschap, over empathie, over geloof in dingen, over het raadsel van de tijd, maar ze gaan vooral over de vergeefse zoektocht naar stabiliteit en zekerheid. Ze zegt ergens ‘Ik wil geloven’, een cruciale uitspraak want tegelijkertijd twijfelt ze aan alles, ze wil zich als Dennie tijd- en ruimteloos voelen maar is er tegelijk bang voor. Het zijn deze maar al te menselijke affecten die haar leven beheersen en ze bepalen in hun oprechtheid ook dit pure maar ook vaak geestige proza.

Plompverloren dood

Ik krijg zelfs de indruk dat Maartje Wortel nog steeds groeit in haar overtuiging dat literatuur het niet moet hebben van show of van pretenties maar van echtheid. Schreef ze in haar eerste boeken nog daadwerkelijk fictie, in ‘Dennie is een star’ blijft ze vooral ‘dicht bij zichzelf’, om het maar eens soft te zeggen. Dennie lijkt zelfs fysiek aanwezig in het boek als ze zijn periodieke gewandel over het toetsenbord gewoon laat staan, “Wijzelf lagen op het gras voor de boerderij en er was een 74p[[[[[[[[[[[[[[[[[[[[bv 766 wespenplaag, vanwege die zomer, die hete, van 2018.” Al kun je zoiets natuurlijk ook als een gezocht literair effect uitleggen.

Aan het eind van het verhaal gaat Dennie plompverloren dood, aangereden door een scooter. Ondanks het verdriet toch ook een nuchtere scene, waarbij Ted en haar vriendinnen collectief afscheid nemen.

Maar zoals het een god betaamt is Dennie natuurlijk niet echt voorbij; als vriendin Daan langs wil komen om het dode beest te aaien schrijft Wortel: “Dennie was niet dood. Natuurlijk, zei ik. Ik ben thuis. Kom maar langs, je kent de weg.” Zo eindigt dit eenvoudige, aandoenlijke verhaal tóch met de zo fel gezochte vertrouwelijkheid.

Kat-LIT

Maartje Wortel is niet de eerste Nederlandse schrijver die toch over een kat schrijft. “Geen enkel dier loopt, springt, miauwt, spint en slaat zoveel zijn nagels uit in de vaderlandse letteren als de kat, de felis domesticus”, concludeerde Onno Blom in een stuk in Trouw, tien jaar terug, toen het dier het thema van de boekenweek was. Logisch: geen dier dat zo intensief samenleeft met schrijvers, die ook vaak grote delen van de dag thuis zijn. Jan Wolkers roman ‘De junival’ is een memoriam voor zijn eerste en meest geliefde poes Voske, én voor zijn moeder, van wie hij vond dat die op Voske leek, ‘het slimste wezen dat hij ooit had ontmoet’. Remco Campert kroop in ‘Dagboek van een poes’ in de huid van poes Poef (‘een naam als een spraakgebrek’) die de dichter (‘Bril’) genadeloos observeert: “Een en ander doet bij mij de gedachte rijzen dat Bril niet tot de slimsten behoort, als het om mij gaat.”

Die liefde voor katten van schrijvers heeft niet altijd met het slimme en het goede te maken. W.F. Hermans zag vooral het vervaarlijke van de kat, ‘een levende elektriseermachine’.

Ook internationaal is de poes populair trouwens. Denk aan dikke Cheshire Cat uit ‘Alice in Wonderland’, de pratende katten van Murakami in ‘Kafka op het strand’ en de kat van Holly Golightly in ‘Breakfast at Tiffany’s’ van Truman Capote. De laatste liet zich liefst met zijn kat fotograferen. Hij was de enige poseur-met-poes niet getuige de vele beroemde-schrijvers-met-katten-foto’s die op internet te vinden zijn. ‘Mijn poes kalmeert mij meer dan m’n man’, aldus Joyce Carol Oates, blij, met kat op schoot.

Maartje Wortel
Dennie is een star
Das Mag; 172 blz. € 19,99

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden