Boekrecensie

Schimmelbusch geeft een interessante visie op de toekomst van Duitsland maar zijn taal is vermoeiend

Schrijver Alexander Schimmelbush

De zelfkastijding van Alexander Schimmelbusch werd in Duitsland jubelend ontvangen. Als motto geeft Alexander Schimmelbusch zijn nieuwe roman wat kretologie uit McKinsey’s adviesfabriek mee, over ‘streefdoelen’ en ‘interpretatiekaders’. Het is vast een boek, denk je dan, over vervelende, verveelde managers.

De auteur werkte zelf jarenlang als consultant bij een investeringsbank in Londen. Maar vanuit de leegte van dat yuppenbestaan blijkt hij een nogal hilarische toekomstvisie op Duitsland en West-Europa te kunnen toveren. ‘Opperduitsland’ (oorspronkelijk ‘Hochdeutschland’) is een messcherpe ideeënroman over geld en macht. De satirische titel duidt er al op dat Schimmelbusch daarbij het populisme niet schuwt.

Autonome eenheid

Hoofdpersoon Victor is een multimiljonair van 39, ‘de pensioenleeftijd voor investeringsbankiers’. Dit zijn zijn eigen woorden: nagenoeg het hele boek bestaat uit Victors overspannen gedachten. Hij leidt de Birken Bank in Duitslands financiële centrum Frankfurt, omdat hem dat is komen aanwaaien - zoals alles. Hij is doorgaans alleen, een zeer tijdelijke alliantie met een andere ‘autonome eenheid’ daargelaten, liefst een afgetrainde vrouwelijke ‘hardbody’.

Die laatste term komt niet van Victor, maar van Patrick Bateman, de anti-held uit Bret Easton Ellis’ wereldberoemde roman ‘American Psycho’ uit 1991. Victor is in vele opzichten de Bateman van nu. Beiden zijn cynisch geworden in het financiële circuit. Ze spenderen duizenden euro’s in toprestaurants, Victor in het Berlijnse Adlon bijvoorbeeld 2.400 euro voor een flesje wijn. En beiden zoeken ze een uitweg voor de beklemmende zinloosheid van hun bestaan.

Maar waar Bateman vrouwen vermoordt, pijnigt Victor zijn gedachten. Hij verklaart de dood aan ons neoliberale economische stelsel, omdat het zijn uitwassen niet wil beheersen. Dat zijn de inefficiënte geldophopingen bij mensen als hijzelf en bij de veelal buitenlandse opkopers van alles wat hij ze namens de Birken Bank aansmeert. Zijn bank noemt hij het ‘strafkamp’. De successen worden niet alleen binnengehaald door Victors eigen retorische talenten met holle leuzen - waarvan Schimmelbusch fraaie voorbeelden geeft. Een legertje van hoge ondergeschikten houdt de tent gaande, op twee uur slaap en een frisse douche.

Rechtse angsten en linkse wensen

Victor is geen linkse rakker. Hij ziet hoe de politiek haar legitimiteit verspeelt door ideeënarmoede en de broodnodige talenten voor de toekomst verspilt door ongelijke kansen in het onderwijs. Victor besluit een daad te stellen. Als proefballonnetje ‘pitcht’ hij bij de Duitse minister van financiën een businessplan om een waterkrachtcentrale, nu in Spaanse handen, te re-nationaliseren. Dat plan krijgt hij er nog door ook, wanneer hij de kinderdroom van deze minister belooft te realiseren: per Ferrari door Italië reizen. Nog baloriger geworden, schrijft hij een manifest voor heel Duitsland. Rechtse angsten verbindt hij handig met linkse wensen, zoals een maximumvermogen en de-privatisering van alle nutsbedrijven, en met groene en hightech-thema’s. Zo moet Duitsland de toekomst tegemoet. Dan gaat Ali Osman, een oude studievriend en nu Groene-voorman, met Victors plan aan de haal...

Schimmelbusch heeft een erg originele satire geschreven. Elke alinea zit vol analyse en kwinkslagen, vaak schmierend over de top. Victor tegen Ali over de broodnodige nieuwe Duitsers: “‘Ik ben gewoon nooit warmgelopen voor Duitsland,’ zei Victor. ‘Ik vraag me ook af hoe die integratie moet lukken, ik bedoel maar: wie snakt er nou naar het beleven van zijn Duitswording? Waar moet je je hier mee identificeren? Kleinhartigheid, karakterloosheid, weerspannigheid, wijsneuzigheid, pedanterie, afgunst, zelfgenoegzaamheid, gierigheid, gehoorzaamheid, grootheidswaan - dat kun je niet bepaald een aantrekkelijke combinatie noemen. Om voor één keer eens niet de volkerenmoord te vermelden.’”

Vermoeiend

Maar wat is die taal van Schimmelbusch tegelijkertijd vermoeiend. Hij raast maar door, via Victors gedachtenstromen. Victor handelt amper. Er gebeurt nagenoeg niets in het boek, behalve een enkele verplaatsing tussen bank, restaurant en appartement. ‘Opperduitsland’ is eigenlijk een essay in romanvorm. Duitsers zijn dol op essays én op zelfskastijding: het boek werd jubelend ontvangen.

Je snakt dus naar wat lucht. Maar ook dialogen zijn schaars, en nogal onevenwichtig door het boek verspreid - vooral wanneer Ali opduikt. Mooi zijn ze wel, ware het niet dat juist bij die omgangstaal in de Nederlandse vertaling het meeste misgaat, zie al dat ‘beleven van zijn Duitswording’. Victor spreekt van ‘inertie’ als hij gewoon ‘traagheid’ (Trägheit) bedoelt en van ‘preskop’ als het gaat om ‘zult’ (Sülze). ‘Geplogenheden?’ ‘Vervolledigd?’ Of ‘We beginnen met de maximale eis’, voor ‘we zetten zo hoog mogelijk in’ (Maximalforderung)? Het vertalersduo is niet Nederlands, maar Vlaams (en Duits?). Jammer, want Schimmelbusch vergt al genoeg van zijn lezers.

Oordeel: originele, messcherpe ideeënroman maar je snakt naar wat lucht.

Alexander Schimmelbusch
Opperduitsland
Vert. Kris Lauwereys, Isabelle Schoepen Prometheus; 224 blz. € 19,99

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden