De Grote Kerk van Veere, geschilderd door de Vlaming Alfons van Dijck (1894-1979) die in 1919 naar Veere kwam en er nooit nooit meer wegging.

Wat moeten we zien in... Veere

Schilders besmet met het ‘Veerisme’, een zoete ziekte

De Grote Kerk van Veere, geschilderd door de Vlaming Alfons van Dijck (1894-1979) die in 1919 naar Veere kwam en er nooit nooit meer wegging.

Elke week kiest Trouw de blikvanger in een museum, die je als bezoeker niet mag missen. Vandaag: de ongeneeslijke verliefdheid van de ‘Veeristen’.   

Toeristen zijn dol op het stadje Veere met zijn fraaie historische centrum en jachthaven. Pittoresk heet zoiets in VVV-jargon en dat is in dit geval niet gelogen. Zó schilderachtig is het havenstadje op Walcheren, dat het van oudsher kunstenaars heeft getrokken. Aan het eind van de negentiende eeuw groeide Veere uit tot een internationale kunstenaarskolonie. Een van de eerste schilders die er in 1892 ging wonen was Bernard Plasschaert (1835-1893). De laatste beeldend kunstenaar uit de oorspronkelijke kolonie was Sárika Góth (1900-1992), die in het huis De Goutsbloeme aan de Markt woonde. Meer dan duizend schilders, maar ook dichters, schrijvers en musici hebben er gewoond en gewerkt. 

Museum Veere laat nu een selectie zien uit hun werk, samengesteld door gastconservator Joost Bakker, in de Schotse Huizen aan de Kaai. Een toepasselijke locatie, want deze koopmanshuizen waren van 1916 tot 1939 een belangrijke ontmoetingsplek voor de kunstenaars. De bewoners, de Britse mecenas Albert Lionel Ochs (1857-1921) en zijn dochter Alma Francis (1889-1987) organiseerden er tal van verkooptentoonstellingen. De twee laat-gotische huizen, Het Lammeken en De Struijs, zijn in de zestiende eeuw door rijke kooplieden uit Schotland gebouwd, toen Veere de stapelplaats in de Nederlanden werd voor Schotse wol. 

Vernieuwers

Vooral tussen 1900 en 1940 bloeide het kunstleven in Veere. “Vaak stonden ze schouder aan schouder te schilderen”, zegt Bakker. In het buitenland was deze schildersplek bekender dan in Nederland. Veere had misschien ook de pech dat er in Zeeland nog een populaire kunstenaarskolonie was: Domburg. Die was kunsthistorisch gezien ook belangrijker, doordat zich daar de vernieuwers van die tijd verzamelden, onder wie Piet Mondriaan, Jan Toorop en zijn dochter Charley. 

In Veere zaten op een enkeling na vooral traditionele schilders. De ‘Veeristen’, zoals ze werden genoemd, waren individualisten die maar één ding gemeen hadden. Ze waren, zoals Bakker het omschrijft, allemaal besmet door ‘de zoete ziekte die je Veerisme zou kunnen noemen’. Ze leden aan een ongeneeslijke verliefdheid op Veere. 

Na de Tweede Wereldoorlog dunde de kolonie sterk uit. De sluiting van het Veerse Gat in 1961 luidde haar einde in. Door de afsluiting van de zee verdween een schilderachtige attractie: de kleurrijke vissersvloot. Toch woont er inmiddels weer een tiental kunstenaars in het stadje. Het begin van een nieuwe kunstenaarskolonie? 

De tentoonstelling ‘Veere, daar moest je geweest zijn. Veere als nationale en internationale kunstenaarskolonie 1892-1992’ is t/m 24 november te zien op de twee locaties van Museum Veere: de Schotse Huizen en het Stadhuis.

Elke week beschrijft Trouw een kunstwerk of museum dat u niet mag missen. Eerdere afleveringen van ‘Wat moeten we zien in...’ leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden