Realisme

Schilder Jan Mankes laat je met verwondering naar alledaagse dingen kijken

Portret van Annie Zernike, 1918, collectie Museum More.

Niets in het werk van schilder Jan Mankes is groots en meeslepend. Hij wilde de ziel van alledaagse dingen in zijn schilderijen vangen. 

Opeens kwam er een nieuw schilderij uit de lucht vallen, net toen de tentoonstelling rond de honderdste sterfdag van Jan Mankes helemaal klaar was. Een mevrouw meldde zich bij Museum More in Gorssel. Ze stuurde een foto van een schilderij - een veldje vol witte lelies. Of dat wellicht een werk van de schilder was. Nu zijn er wel vaker mensen die denken dat ze een echte Mankes in hun bezit hebben. Enige scepsis is op zijn plaats, want de schilder werd bij leven al vervalst en prenten uit boeken worden nogal eens aangezien voor origineel grafisch werk. Maar in dit geval twijfelde artistiek directeur Ype Koopmans niet lang. De schildertechniek, de voorstelling, de signatuur en de manier waarop het doek gespannen was – alles klopte.

Alleen had hij nog nooit van dit werk gehoord. “Veel schilderijen zijn wel beschreven, of er bestaat een zwart-witfoto van uit de jaren twintig. Dit werk was onbekend.” Een fantastische verrassing dus en de lelies kregen prompt een prominente plaats in de tentoonstelling – dat kwam goed uit want vanwege corona-perikelen konden niet alle bruiklenen doorgaan. De eigenaresse, die anoniem wil blijven, was enigszins verbouwereerd, maar vooral trots, zegt Koopmans.

Witte haan, 1917, collectie Museum MORE

De manier waarop Mankes de lelies schilderde is typerend voor zijn werk. Fel steken de witte bloemen af tegen de achtergrond in gedempte kleuren. Ze lijken wel licht te geven. De schilder bereikte dit effect door steeds maar weer laagjes olieverf over elkaar aan te brengen, met heel subtiele kleurnuances erin: gelen, grijzen, een beetje violet. Dat resulteerde in een spiegelglad oppervlak dat bijna op email lijkt, maar toch een enorme diepte heeft. Het is nog beter te zien bij het schilderij van een trotse haan: het verenkleed glanst de kijker tegemoet. De rode kam is juist in een enkele, vlakke laag aangebracht, waardoor die terugwijkt en daarmee de dieptewerking versterkt.

‘Iets koninklijk teers’

In de museumzaal straalt het helderste wit je tegemoet vanuit diverse schilderijen die in formaat variëren van bescheiden tot zeer klein. Een wit marmotje, twee witte konijnen, witte muizen, de witte zaaddozen van een bosje judaspenningen en nog meer witte lelies, maar dan in een vaas. Alledaagse onderwerpen die door Mankes in de schijnwerpers worden gezet. Niets in het werk van de schilder is groots en meeslepend, maar hij zorgt ervoor dat je met verwondering naar het doodgewone kijkt. ‘Verstilde aandacht’ is een uitdrukking die door recensenten vaak gebruikt is. Mankes schilderde net zo lang tot het werk ‘een ziel’ kreeg, zei hij. “De werkelijkheid achter de werkelijkheid”, noemt Koopmans het.

Tijdens zijn korte leven, Mankes werd maar 30 jaar, was hij een populair kunstenaar. Hij verkocht goed en dat is ook een reden dat er nog regelmatig onbekend werk opduikt bij particulieren, zegt Koopmans. Zijn belangrijkste klant was Aloysius Pauwels, sigarenfabrikant en kunstverzamelaar te Den Haag. Hij trok de werken van Mankes bijna van de schildersezel en stuurde allerhande materialen naar de kunstenaar, die bij zijn ouders in het Friese dorpje De Knipe woonde. Ook levende waar: Mankes schilderde graag vogels en Pauwels stuurde hem bijzondere exemplaren, die de lange reis per stoomtrein en -tram niet altijd overleefden. De uil die hij zo mooi schilderde in 1913 gelukkig wel. In een brief aan zijn mecenas beschrijft de schilder hoe hij de kooi uitpakt en het dier langzaam zichtbaar wordt: “Het is net een verschijning uit een sprookje, iets koninklijk teers.”

Grote uil op scherm, 1913, Collectie Museum MORE

Frêle kunstenaar

Daarmee typeert hij zijn eigen werk heel goed, sprookjesachtig of mystiek kun je het gerust noemen. Zeker het wat eerdere werk, dat enige invloed laat zien van de Jugendstil, de decoratieve stijl die rond 1900 in zwang was. Mankes was opgeleid als tekenaar en er zit iets illustratiefs in bijvoorbeeld het schemerige landschap met sierlijke hoge bomen dat hij in De Knipe maakte. Er staan twee kleine figuurtjes op die zo uit een kindervertelling zouden kunnen wandelen, maar het zijn zeer waarschijnlijk de schilder en zijn vrouw, Anne Zernike. Zij kwam in 1911 uit Amsterdam naar De Knipe als de allereerste vrouwelijke predikant van Nederland. Iedere zondag wurmden Friese protestanten uit de wijde omgeving zich in het kleine kerkje om deze revolutie te aanschouwen. Tussen de stevige boerenzonen en landarbeiders viel de frêle kunstenaar Jan Mankes haar meteen op.

Leliën, ca 1910, particuliere collectie

‘Mijn meisje, mijn dominee’

Het portret dat Mankes schilderde van ‘mijn meisje, de dominee’, zoals hij haar omschreef, vindt Koopmans het topstuk uit de collectie van museum More. Het is een prachtig teder portret, en profil geschilderd. Het huwelijk met Mankes betekende wel het voorlopig einde van haar loopbaan als dominee. Het echtpaar verhuisde in 1915 naar Den Haag – hij voor de zee, zij voor de stad. Een jaar later verkasten ze alweer naar het Veluwse Eerbeek, in de hoop dat de lucht daar de gezondheid van Mankes goed zou doen. Hij leed aan tuberculose. In 1918 werd hun zoon Beint geboren. Mede dankzij Anne was het een komen en gaan van interessante gasten en kunstliefhebbers – ze kwam uit een intellectueel milieu en had goede contacten. Haar broer Frits zou later de Nobelprijs voor natuurkunde winnen, haar zus Elisabeth was schrijver. Het echtpaar Mankes was een vooruitstrevend stel, ze hingen het humanisme en pacifisme aan en waren vegetariërs.

Mankes vond het aan de ene kant fijn dat er zoveel belangstelling was voor zijn werk, maar klaagde ook dat het zoveel tijd kostte, al die contacten. Hij was lange tijd uitgeschakeld geweest door zijn ziekte en hij wilde schilderen, de verloren tijd inhalen. Dat lukte hem niet, in 1920 overleed hij.

Marmot in herfstbos, 1918, particuliere collectie

Aan het einde van de tentoonstelling vraag je je af hoe de schilder, die in zijn korte leven zo’n snelle groei doormaakte en technisch zo kundig was, zich verder zou hebben ontwikkeld. Hij was een tijdgenoot van Mondriaan, de kunst vloog in die jaren alle kanten op. Maar ook het oeuvre dat hij naliet is van grote invloed geweest, zegt Koopmans. “Hij was een voorbeeld voor realistische schilders als Dick Ket en Wim Schuhmacher die in de daaropvolgende jaren heel invloedrijk werden.” In de collectie van Museum More, dat zich volledig richt op realistische kunst sinds de 19de eeuw, neemt het werk van Mankes daarom een belangrijke plaats in. Het museum heeft de grootste verzameling werken van Mankes, voor deze expositie aangevuld met een aantal bruiklenen. Waaronder dus het tot dusver onbekende schilderij met de lelies van die anonieme mevrouw.

De overzichtstentoonstelling Jan Mankes is t/m 25 oktober te zien in Museum More, Gorssel.

Zelfportret, 1915, Collectie Museum MORE

Lees ook:

In alle opzichten coronaproof: tentoonstelling ‘Extra Large in Kunsthal Rotterdam & Honderd berenportretten in Fotomuseum Den Haag

Eindelijk mogen we ons – op gepaste afstand – weer onderdompelen in kunst en cultuur. Trouw kiest twee gloednieuwe tentoonstellingen die vrolijk maken en ontroeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden