Review

Satan-hype leert ons waakzaam te zijn

Vermeende moorden door satanisten zorgden in de jaren tachtig voor paniek in de VS. Dankzij terughoudendheid van de media bleef de onrust hier beperkt, concludeert criminoloog Beetstra.

Koert van der Velde

Het geloof dat satanisten in de Verenigde Staten per jaar vijftigduizend mensenoffers brengen, zorgde in de jaren tachtig voor massahysterie. Nederland kreeg er een paar jaar later een staartje van mee. Criminoloog Tjalling Beetstra ondernam een poging de gebeurtenissen te reconstrueren.

Het begon in 1980 met een boekje, vertelt Beetstra, die kortgeleden in Maastricht promoveerde op satanistisch ritueelmisbruik. In ’Michelle Remembers’ schrijft ene Michelle met haar psychiater – die inmiddels ook haar echtgenoot was – dat zij jarenlang door een satanistische bende ritueel is misbruikt. Talkshows en actualiteitenrubrieken lustten er wel pap van, het boek werd een bestseller. Therapeuten die ook in het verschijnsel geloofden hielden conferenties. Volgens Beetstra werden opeens overal patiënten met een ’meervoudige persoonlijkheidsstoornis’ (mps) ontdekt, en een aantal van hen bevestigde de door de media gevoede ideeën dat er ’satanistische netwerken’ bestonden die hun slachtoffers ritueel misbruikten. Het misbruik zou zo erg zijn geweest dat zich delen van hun persoonlijkheid hadden afgesplitst die soms de persoon zouden overnemen. Dankzij die aan hen gebonden deelpersoonlijkheden konden satanisten slachtoffers in hun macht houden, geloofde de wat Beetstra ’mps-beweging’ noemt.

„In de Verenigde Staten waaide in de jaren tachtig een conservatief-christelijke wind. De zich moral majority noemende minderheid van tien à twintig procent van de Amerikaanse bevolking ergerde zich aan de sinds de jaren zestig opgekomen sektes, de veranderende seksuele moraal en het verlies van het gezin als hoeksteen van de samenleving. Nu leek er plotseling een aanwijsbaar kwaad gevonden dat kon worden bestreden om zo de traditionele waarden te helpen herstellen: het kwaad van het satanisme.” Het was hetzelfde kwaad dat president Ronald Reagan zag in landen als Rusland en had bestempeld als ’het Rijk van het Kwaad’, maar dan in een andere, wellicht nog veel gevaarlijker (want binnenlandse) gedaante. „Ook Reagan had in het openbaar zijn afschuw uitgesproken over het ’massaal verdwijnen van kinderen’. De schattingen van het aantal satanistische moorden van verontruste ’specialisten’ liepen uiteen van vijftigduizend tot enkele honderden per jaar.” Een nieuw probleem was geboren.

Overal kwamen plotseling meldingen vandaan van duivelse rituelen. Politieagenten die zich cult cops noemden, gingen op jacht – vooral op het platteland. „In het bekladden van de plaatselijke meisjesschool zagen zij al snel een ritueel van satan-aanhangers. In kerken en gemeentehuizen riepen zij de bevolking op tot waakzaamheid. Speciaal in kinderdagverblijven werden duivelse samenzweringen vermoed. ’s Nachts patrouilleerden anti-satanistische burgerwachten door de straten omdat ze geloofden dat kinderen uit hun bed werden ontvoerd, op een afgelegen plek buiten het dorp ritueel zouden worden misbruikt, en dan stilletjes weer teruggebracht werden zodat de ouders ze ’s ochtends gewoon weer in bed aantroffen. Psychiatrische klinieken namen maatregelen om te verhinderen dat gehersenspoelde slachtoffers met speciale codewoorden door duivelse culten konden worden ingezet om anderen aan hun duistere praktijken uit te leveren.” Zeker honderd mensen werden door rechtbankjury’s schuldig bevonden, iets wat volgens Beetstra ook heeft bijgedragen aan verspreiding van de hysterie. Sommigen werden tot levenslang veroordeeld en zitten nog steeds vast, zegt hij.

Beetstra heeft de hype aan de hand van mediapublicaties zo nauwkeurig mogelijk gevolgd zonder in zijn proefschrift een oordeel te vellen over het waarheidsgehalte van het geloof. „In het massale ervan geloof ik niet, maar ik sluit niet uit dat door alle publiciteit mensen op het idee zijn gebracht en dat er zich incidenten hebben voorgedaan.”

Ook in Nederland ontstond een kleine hype, vanaf 1984 toen actualiteitenrubriek ’Tijdsein’ van de EO vier uitzendingen aan het onderwerp besteedde. „Wat in de Verenigde Staten gebeurde zou ook in Nederland plaatsvinden, was de teneur. Maar orthodoxe christenen waren in Nederland gewoon met te weinig om een duivelsstempel op zaken te drukken. Warm liepen de nationale media niet. Een fenomeen als de Satanskerk op de Wallen, in de VS vast en zeker uitgeroepen tot bolwerk van Satan zelf, werd hier gezien als truc van een seksbaas die de belastingdienst te slim af wilde zijn.

„Wel hadden enkele invloedrijke psychotherapeuten die bij het Riagg werkten, zich inmiddels in mps gespecialiseerd. Ze bezochten mps-conferenties in de Verenigde Staten en nodigden de voorlieden ervan in Nederland uit. Ook bij die Nederlandse therapeuten speelde het idee dat er zoiets als satanistisch ritueel misbruik bestond een rol. Ze claimden dat een derde van hun patiënten door satanisten ritueel was misbruikt. Aan de verschillende actualiteitenrubrieken op tv leverden ze patiënten die ervan wilden getuigen.”

Ook de overheid kon niet blijven zwijgen nu de media het breed uitmaten. De rijkspolitie in Nijmegen liet een onderzoek ernaar doen, niet omdat in Nederland ernstige gevallen (of zelfs maar vermoedens) bekend waren, maar vanwege de commotie in de Verenigde Staten. In 1993 stelde staatssecretaris Kosto van justitie een werkgroep in die het echter niet lukte met een gemeenschappelijk standpunt naar buiten te komen. De media namen het verschijnsel toen al niet meer serieus, de hype zakte weg. In de grote incestzaken die in de jaren negentig speelden – de Bolderkar-affaire en de incestzaak van Epe – speelden beschuldigingen van satanisme nauwelijks een rol.

Volgens Beetstra moeten uit de gebeurtenissen in de VS en Nederland lessen worden getrokken. „Het is gebleken dat er psychotherapeuten en andere hulpverleners zijn die hun patiënten ervan overtuigen dat hun allerlei ergs overkomen is, zonder dat zij zich dit kunnen herinneren. Zij zijn zich in de loop van de therapie de door de therapeut aangereikte verhalen gaan herinneren. Zulke therapeuten zou verboden moeten worden hun beroep nog langer uit te oefenen.”

De media hebben in de VS een doorslaggevende rol gespeeld in ontstaan en verspreiden van de paniek. Volgens Beetstra is het aan de media te danken dat zoiets in Nederland niet is gebeurd. Maar waakzaamheid blijft geboden, denkt hij. „In het huidige gepolariseerde klimaat is het een kwestie van tijd voordat er een paniekgolf de kop opsteekt. Niet met ’satanisten’ in de hoofdrol, maar met ’terroristen’, aangestuurd door overheid en media, die aan onbeduidende incidenten buitensporig veel aandacht geven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden