Review

Samuel de Lange herleest Emile Durkheim

Welke klassiekers verdienen het herlezen te worden? Deze maand peilt Trouw de standaardwerken der sociologie. Vandaag: 'De zelfmoord'.

Aan het begin van de 19de eeuw noemde de Duitse dichter Novalis suïcide 'de ware filosofische daad'. Maar de meeste Victorianen vonden zelfmoord een zonde, een misdaad of een teken van ziekte. In elk geval een strikt persoonlijk verschijnsel.

Pas aan het einde van de eeuw onderwierp de Franse socioloog Emile Durkheim de zelfmoordcijfers aan een grondige vergelijking, en legde daarmee een innig verband tussen statistiek en sociologie. Een verbond dat tot op heden voortduurt. In 'Le suicide' (1897) stelde Durkheim met nadruk dat zelfmoord niet tot de filosofie of pathologie behoorde, maar een verschijnsel was dat in een maatschappelijk verband geteld en gewogen moest worden.

Bevlogen visies liet Durkheim over aan kamergeleerden en politici, hij rekende met sociale feiten. Aan de hand van tabellen stelde hij vast dat zelfmoordcijfers per land verschilden, en bovendien varieerden in de tijd. Overal steeg in de 19de eeuw het cijfer, maar Frankrijk telde bijvoorbeeld decennialang viermaal zoveel zelfmoorden per aantal inwoners als Italië. Opmerkelijk was ook de daling in heel Europa in het revolutiejaar 1848. Dat pleitte al voor een sociaal-historische aanpak.

Durkheim onderzocht uitvoerig of suïcide niet samenhing met geestesziekten. Hij concludeerde dat die omstandigheden wel bijdroegen aan de cijfers -zwaarmoedigheid speelt bijvoorbeeld altijd wel een rol- maar de gevonden verschillen niet of nauwelijks verklaarden. Nee, het moest de aard van de samenleving wel zijn die iemand deed besluiten 'eruit te stappen'.

In hechte gemeenschappen zoals stammen en legers offeren mensen hun levens voor de goede zaak. Durkheim spreekt dan van 'altruïstische zelfmoord', maar moderne maatschappijen kampen met 'egoïstische zelfmoord'. Waar de verbanden losser worden, blijkt de kans op een wanhoopsdaad toe te nemen.

Dat is het geval wanneer religies hun greep op de mensen verliezen, en, zoals in het protestantisme, vrij onderzoek en eigen verantwoordelijkheid aanmoedigen. Feilen en gebreken komen dan op eigen hoofd neer. In protestantse streken komt zelfmoord bijna drie keer zoveel voor als in katholieke.

Huwelijksbanden beschermen ook tegen zelfmoord. Toen de huwelijks- en familiebanden losser werden, kwamen mensen in de kou te staan. De statistieken lieten overigens zien dat die frisse wind vrouwen minder kwaad deed dan mannen.

Aan dit grafschrift van de Gemeinschaft voegde Durkheim nóg een doodsoorzaak toe die de huidige kampioenen van normen en waarden deugd zal doen. In de cijfers onderscheidde hij ook de 'anomische zelfmoord'. Anomie, letterlijk wetteloosheid, trad op toen mensen ophielden grenzen te erkennen bij de jacht op geluk. De geschreven en ongeschreven wetten die hun hun plaats in de maatschappij toekenden, hadden hun geldigheid verloren. De koortsachtige groei van de industrie opende ook voor de geringsten grote perspectieven, en de rijken legden zich geen beperkingen meer op.

Ook nu nog koesteren mensen hooggespannen verwachtingen over hun toekomst, en zijn ze ten diepste overtuigd van de rechtmatigheid van hun wensen. Maar het lot is net zo grillig als vroeger, en hun frustratietolerantie is zeker niet hoger dan een eeuw geleden in de dagen van Durkheim.

'De zelfmoord' was Durkheims eerste poging om menselijke problemen tot voorwerp van wetenschappelijk onderzoek te maken. Zijn uitspraken over zelfmoord presenteerde hij als ondubbelzinnige feiten. Later zou hij in twee volgende boeken met 'arbeid' en 'religie' nog eens hetzelfde doen. Maar noch de statistiek, noch het scherpzinnig verstand staat borg voor waterproof en shockfree redeneringen. Vandaag wordt, óók op grond van statistiek, volgehouden dat het verband tussen zelfmoord en psychische stoornissen groter is dan Durkheim aannam. En de filosofie heeft wraak genomen voor Durkheims afwijzing van alle speculatie door aannemelijk te maken dat waarnemingen nooit helemaal los staan van de waarnemer; niet als het zoutkristallen betreft, en nog minder als het om sociale verschijnselen gaat.

De sociologie moet haar aanspraken op een exacte weergave van de maatschappelijke verschijnselen dus laten varen, en genoegen nemen met zorgvuldig beredeneerde morele argumenten. En bij nader inzien wemelt het daarvan in 'De zelfmoord'. In het slothoofdstuk is bijvoorbeeld een pleidooi te vinden voor een corporatistisch stelsel dat een halt moest toeroepen aan de bittere industriële tegenstellingen.

Voor de riskante zwakte van het gezinsverband deed Durkheim ook een 'revisionistische' aanbeveling: gun vrouwen een ruimere deelneming aan het openbare leven, maar laat dat dan in vrouwelijke taken zijn, zoals de verpleging. Dat zou de verschraling van het huiselijk leven enigszins goedmaken. Zijn bezorgdheid over de kwaliteit van de samenleving plaatst Durkheim op het snijvlak van het christen- en sociaal-democratisch denken dat zijn hoogtepunt in de welfare state zou vinden.

De verdienste van 'De zelfmoord' is vooral dat het zelfmoord uit het verdomhoekje en van het voetstuk heeft gehaald waar religie en romantiek hem hadden gestald. Inmiddels is het tij alweer gekeerd en ligt de nadruk op de persoonlijke -genetische en psychologische- factoren die tot zelfmoord predisponeren. Maar Durkheims klinische sociologie levert op zijn minst belangrijke circumstantial evidence voor wat zich ogenschijnlijk in afzondering afspeelt: is het weefsel van de samenleving goed doorbloed, dan heeft de samenleving vooral de 'altruïstische zelfmoord' te vrezen (bijvoorbeeld de islamitische terroristen); mankeert het echter aan verband, dan vallen er geatrofieerde of woekerende lidmaten uit.

Durkheim verhaalde de aansprakelijkheid al te volledig op de maatschappij. Maar nu de neiging bestaat het individu het volle pond aan te rekenen, is het dienstig te bedenken dat in een besluit tot zelfmoord ook altijd de handtekening van een maatschappij te lezen is. Durkheim stelde in het algemeen de vraag die de nabestaanden kwelt: wat zegt die dood over ons?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden