Sam Hersbach

Roaring TwentiesSam Hersbach

Sam Hersbach weet: het is arrogant om te denken dat je als kunstenaar de wereld kunt veranderen

Sam HersbachBeeld Patrick Post

Welke jonge kunstenaars bepalen het beeld de komende tien jaar? Trouw tipt de twintig van de jaren twintigOp nummer 5 schilder Sam Hersbach. ‘Serieus komisch’ werk maken is niet gemakkelijk, weet hij. Daarin wil hij nog beter worden.

Speciaal voor het interview heeft Sam Hersbach koffiemelk en bastognekoeken gekocht. ‘Super tof’ vindt hij het om te vertellen hoe hij het komende decennium met zijn schilderkunst de wereld wil ‘veroveren’. Grapje natuurlijk, corrigeert hij zichzelf, want dat zou wel heel hoogmoedig zijn. Maar feit is wel dat hij er alles uit wil halen om te ‘knallen’. “Met een paar grote museumshows bijvoorbeeld.” 

Sam Donald Pie Hersbach mag dan nog maar 24 zijn, naam heeft hij al gemaakt in de wereld van de beeldende kunst. In 2018 won hij de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. Het jaar ervoor behoorde hij al tot de genomineerden voor deze prestigieuze aanmoedigingsprijs voor jong talent. En dan werd hij na zijn opleiding aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht ook nog geselecteerd voor de postacademische opleiding De Ateliers in Amsterdam. Jaarlijks worden daar slechts tien kunstenaars uit de hele wereld toegelaten. Twee jaar mogen ze er met een beurs in een eigen atelier werken met begeleiding van gerenommeerde kunstenaars.  

Hij zit nu in zijn tweede jaar, vertelt Hersbach in zijn grote lichte atelier, waarin ook een paar versleten fauteuils staan. Het geluk lacht hem echt toe, constateert hij, want hij woont er sinds dit jaar intern. Voor slechts drie kunstenaars is huisvesting in het gebouw van De Ateliers weggelegd. “Vorig jaar woonde ik aan de andere kant van de stad. Dan fiets je ‘s avonds laat niet meer zo snel terug naar je atelier. Als ik nu een goed idee krijg op het moment dat ik in bed wil stappen, loop ik hier  binnen en ga aan de slag.”

Ook op klein formaat hele krachtige werken

Enthousiast en welbespraakt vertelt hij over de ‘tutors’, zijn begeleiders die hem met hun kritische opmerkingen prikkelen om zijn schilderijen ‘open te breken en te verbreden’. “Ik wilde voortborduren op het werk waarmee ik de koninklijke schildersprijs had gewonnen. Maar je komt hier om nieuwe dingen te leren.”

Hij wijst naar twee kleine schilderijtjes aan de wand. “Ik schilderde altijd groot. Hier heb ik ontdekt dat je ook op klein formaat heel krachtige werken kunt maken. Kijk maar, die twee knallen er echt uit.

“Het fijne van deze opleiding is dat je de vrijheid hebt om je helemaal op het schilderen te storten. Het enige wat ze van je verwachten is dat je inzet toont en er op de dinsdagen bent, omdat dan de tutors langskomen. Ik kan hier ook lekker experimenteren. Ik ben nu bezig met nieuwe pigmenten, zoals mummiezwart en Venetiaans rood, dat geeft weer een nieuwe dimensie aan mijn schilderijen.”  

Een wetenschapper wilde blinde mieren weer laten zien

Veel schilderijen hangen er niet, omdat hij momenteel een tentoonstelling heeft in twee galeries. Het werk waarmee hij de koninklijke schildersprijs won, is er wel. Zoals bijna al zijn doeken wordt het bevolkt door vreemde, absurdistische fantasiewezens die op elkaar jagen of iets van elkaar proberen af te pakken, zoals in dit geval een ketting met parels en ogen.

Wetenschap, films, ruimtevaart en technologische ontwikkelingen zijn belangrijke inspiratiebronnen voor Hersbach. Ergens had hij gelezen dat een wetenschapper blinde mieren weer wil laten zien. Al schilderend kan dat zomaar leiden tot een parelketting met ogen eraan, vertelt hij.  ‘Heel associatief’ komen zijn schilderijen tot stand.

Die rijke fantasie had hij als kind al. “Hele verhalen tekende ik, over ruimteschepen bijvoorbeeld die met elkaar in botsing komen. Mijn tekeningen waren net films met veel actie erin.” Zijn ouders, werkzaam in de zorg, namen hem regelmatig mee naar het museum. Op het Montessori Lyceum in Arnhem volgde hij ook creatieve vakken, waaronder theater. “Ik dacht toen dat je die op elke middelbare school had. Dat zou wel moeten, vind ik. Als je weet hoe je een heks of draak moet spelen, leer je ook om jezelf te presenteren en te spreken in het openbaar. Daar heb ik nu profijt van als ik mijn werk moet toelichten.”

Na De Ateliers wil hij als schilder nog beter worden, bij voorkeur als artist in residence in het buitenland. “Het lijkt me goed om in een andere cultuur te werken, of dat nu in Antwerpen is of New York. Dan moet ik misschien ook op zoek naar een galerie. Die heb ik nu nog niet.” Verder is hij van plan veel te gaan exposeren, ook in grote musea, als zijn werk daar ‘klaar’ voor is.

Zijn droom is om over tien jaar een eigen plek te hebben, het liefst een boerderij met atelier en genoeg ruimte om ook andere kunstenaars daar te laten werken. “Dan hoop ik ook de De Ateliers te kunnen sponsoren, niet omdat ik op mijn 34ste rijk wil zijn, maar omdat ik graag iets terug wil doen.”

Maar al te veel wil hij ook niet nadenken over zijn toekomst. “Daar word ik zenuwachtig van, omdat er niets zeker is in het leven.” 

‘Ik schilder figuratief omdat dat mijn beeldtaal is’

Figuratief schilderen zoals hij doet, is weer helemaal terug in de schilderkunst. Een andere belangrijke trend is het maatschappelijke engagement dat spreekt uit het werk van veel jonge schilders. Het laatste wat hij wil, is aanhaken bij een trend, zegt hij met een vies gezicht. “Die zijn ook zo weer afgelopen. Ik schilder niet figuratief omdat dat nu een belangrijke ontwikkeling is, maar omdat dat mijn beeldtaal is. Het zou ronduit nep zijn als ik nu ineens schilderijen zou gaan maken over oerwouden die kapotgaan. Het heeft ook iets arrogants om te denken dat je de wereld kunt veranderen als kunstenaar.”

Terugkerende thema’s in zijn werk zijn machtsverschillen en de hoogmoed van de mens als het gaat om technologische ontwikkelingen. Hij wijst naar een schilderij van een poepende draak. De bruine derrie ligt in een lange streep over het doek. “Drakenpoep lijkt een grappig werk, zoals in bijna al mijn schilderijen komische elementen zitten. Een draak is een machtig beest, maar hij moet ook gewoon poepen, net zoals de machthebbers ook hun kwetsbare momenten hebben. Wat is mens zijn, wat is macht, daar gaat mijn werk vaak over.”

Hij vindt het een compliment als mensen ook lachen om zijn schilderijen. “Humor is een belangrijk element in mijn werk, maar het moet niet flauw worden. Het is moeilijk het evenwicht te vinden tussen de zware thema’s die ik wil aansnijden en het komische gehalte. Mijn werk moet serieus komisch zijn. Daarin wil ik me nog verbeteren.”

Lees ook:

De Koninklijke Prijs gaat dit jaar naar drie kunstenaars die één ding gemeen hebben: lef

De drie winnaars van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst zijn dit jaar een vrouw met Colombiaanse roots, een man uit Zuid-Afrika en een man uit Nederland.   

Lees hier alle tips van Trouw voor de jaren twintig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden