Literatuur

Salman Rushdie verdedigt in zijn boeken vurig het recht op de vrije verbeelding

Salman Rushdie Beeld AFP
Salman RushdieBeeld AFP

Salman Rushdie, die na een aanslag zwaargewond in het ziekenhuis ligt, zoekt in zijn boeken de literaire grenzen van fantasie, spot en satire. Dat bezorgde hem gevaarlijke vijanden.

Annemarié van Niekerk

De Britse schrijver Salman Rushdie werd op slag wereldberoemd toen op 14 februari 1989 de Iraanse geestelijke én politieke leider Khomeini een fatwa, een vervloeking en een vonnis, tegen hem uitsprak. In zijn kort tevoren gepubliceerde roman De Duivelsverzen zou hij zich aan godslastering hebben bezondigd. Wereldwijd werden gelovige moslims opgeroepen om een heilige missie op zich te nemen en Rushdie ter dood te brengen.

Met de titel had Rushdie verwezen naar een oud verhaal dat vertelt hoe de profeet Mohammed behalve de bekende tekst van de Koran ook een aantal naderhand door hem verworpen verzen gedicteerd kreeg. Ze waren hem niet voorgezegd door de aartsengel Gabriel, maar door de Duivel. Die wilde namelijk dat de inwoners van Mekka drie heidense godinnen bleven aanbidden. In de ogen van Khomeini en miljoenen moslims was Rushdie ver over de schreef gegaan nu hij ook die zogenaamde duivelsverzen aan Gabriel had toegeschreven.

Aan de basis van het conflict waarbij Rushdie en een groot deel van de islamitische wereld, geheel tegen zijn bedoeling in, tegenover elkaar kwamen te staan, ligt het vurig door hem verdedigde recht op de vrije verbeelding. In zijn geval gaat die verbeelding altijd op zoek naar grenzen en overschrijdt die ook: de grens tussen de als normaal ervaren werkelijkheid en de ongeremde fantasie, de grens tussen volgzaamheid aan de ene en spot en satire aan de andere kant, de grens tussen een gegeven en vastgelegde identiteit versus de bewegingsvrijheid van de migrant en kosmopoliet die overal maar ook nergens thuis is.

Kosmopoliet werd Rushdie toen hij op jonge leeftijd van zijn geboorteplaats Bombay verhuisde naar Engeland om daar onderwijs te gaan volgen, eerst op de vermaarde kostschool van Rugby, daarna aan de universiteit van Cambridge. Hij zou nooit meer naar India terugkeren.

Beste roman over migratie

Zijn herinneringen aan zijn land van herkomst verwerkte hij in het met de Booker Prize bekroonde Middernachtskinderen (1981), misschien wel de beste roman over het sindsdien steeds actueler geworden migratiethema. Hoofdpersoon Saleem Sinai wordt net als Rushdie zelf geboren in 1947, maar anders dan Rushdie op het middernachtelijk uur van 15 augustus, het moment dat Brits India zelfstandig wordt en vrijwel meteen uiteenvalt in twee staten, India en Pakistan.

Het is het begin van grote politieke, religieuze spanningen, uitlopend op massaal geweld tussen hindoes en moslims en een gigantische vluchtelingencrisis waarin ook de familie van Saleem betrokken is. Saleem zelf weet precies wat er allemaal nog in India staat te gebeuren, dankzij de telepathische gaven die hij en de andere Indiase middernachtskinderen van 15 spetember 1947 als geboortegift hebben meegekregen.

Zo voorziet hij dat premier Indira Gandhi en haar zoon Sanjay zich in 1976, puur uit eigenbelang, schuldig zullen maken aan onwettige praktijken. Ook krijgt Sanjay een uitspraak in de mond gelegd die erop neerkomt dat zijn vader stierf omdat moeder Indira niet naar hem omkeek. Het kwam Rushdie te staan op een door mevrouw Gandhi aangespannen rechtszaak.

Hij ging door de knieën en schrapte de gewraakte zin, zoals hij in zekere zin ook even door de knieën ging toen hij kort na de fatwa aankondigde dat hij terugkeerde tot zijn geloof in Allah en zijn trouw aan het woord van de Profeet. Later deelde hij mee dat hij dat alleen maar had gezegd om de kou uit de lucht te halen.

De ophef over De Duivelsverzen stimuleerde Rushdie tot het schrijven van Haroen en de zee van verhalen (1990), een sprookjesachtig boek voor zijn elfjarig zoontje Zafar. Net als Middernachtskinderen gaat het over Indiase toestanden, maar het haakt ook aan bij de gevolgen van de fatwa die hem als mens, maar vooral ook als schrijver monddood dreigden te maken. Meer dan ooit zet Rushdie hier het wapen van de verbeelding in tegen de knechting van het vrije woord, onder meer door zich uit te leven in een vernuftig taalspel.

In Quichot (2019), zijn laatste boek tot nu toe, bracht Rushdie een saluut aan het vier eeuwen oude meesterwerk van Cervantes dat volgens velen de weg voor de moderne roman heeft gebaand. De vernuftige ridder Don Quichot van La Mancha verhaalt de geschiedenis van een tragikomische held die het opneemt tegen misstanden en onrecht, ook als die aan de nuchtere blik ontsnappen.

In Rushdie’s satirisch vormgegeven versie ligt de nadruk op de grote kwesties van deze tijd: de vluchtelingen- en migrantenproblematiek, vervreemding en ontheemding, wantrouwen en haat jegens het onbekende, met alle politieke en maatschappelijke ellende van dien. Het gaat niet te ver om in de fantasievolle ridder het ideaalbeeld van het door Rushdie voorgestane schrijverschap te zien.

Lees ook:

Salman Rushdie had de permanente waakzaamheid juist net losgelaten. ‘Ik droom van een alledaags leven’

Zijn halve leven moest Salman Rushdie schuilen voor bedreigingen. Juist nu hij zich veiliger waande, is hij toch neergestoken. En dat terwijl hij helemaal geen symbool in de strijd tegen religieus fanatisme wil zijn.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden