Review

Saldívar kruipt in de huid van García Márquez

ILSE LOGIE

Het kon niet uitblijven. Op een keer moest er iemand opstaan die zo in de ban van García Márquez' miljoenvoudig verkochte roman 'Honderd jaar eenzaamheid' was, dat hij er de ontstaansgeschiedenis van in kaart bracht. Toen zijn landgenoot Dasso Saldívar de intussen zeventigjarige Colombiaanse Nobelprijswinnaar van zijn voornemen op de hoogte bracht, was deze hiermee niet onverdeeld gelukkig. Een biografie van jezelf zien verschijnen, kwam hem voor als levend begraven worden. Saldívar stelde hem echter gerust: zijn speurtocht zou slechts tot 1967 lopen, tot aan het verschijnen van 'Honderd jaar eenzaamheid', het boek dat García Márquez' leven in tweeën deelde.

Opgelucht dat er voorlopig dertig jaar onaangeroerd bleef, zegde de auteur zijn medewerking toe. Uit Saldívars graafwerk en uit de talloze getuigenissen die hij verzamelde ontstond 'Terug naar de oorsprong', dat nu ook in het Nederlands is vertaald. De titel verwijst naar het gelijknamige, achterstevoren vertelde verhaal van de Cubaan Alejo Carpentier, en geeft treffend García Márquez' hoofdthema, tevens de bron van zijn schrijverschap, aan: zijn preoccupatie met de tijd.

De biografie begint niet in het geboortejaar van de schrijver, maar wel in 1952, met de reis die hij in het gezelschap van zijn moeder naar zijn stoffige geboorteplaatsje Aracataca maakte om het huis van zijn grootouders te verkopen. Niet toevallig openen hiermee ook zijn memoires, 'Vivir para contarlo' ('Leven om te vertellen'), waaruit het Nieuw Wereld Tijdschrift onlangs een voorpublicatie bracht.

Dit weerzien had immers een kwalitatieve sprong voorwaarts van García Márquez' werk tot gevolg. Met een schok drongen op dat ogenblik twee dingen tot de auteur door. Ten eerste, dat de grootste invloed die hij had ondergaan die van zijn culturele identiteit was - hij zou altijd een kind van de Cariben blijven, dat was opgegroeid in dat ruime, bouwvallige huis met de rondwarende geesten en de geurige jasmijn. Ten tweede, dat hij voor de roman-in-wording 'La casa', waar hij al jaren mee worstelde, nog steeds niet het juiste tijdsperspectief noch de juiste toon te pakken had.

Nog eens vijftien jaar later, toen García Márquez veertig was, had zich uit het embryonale 'La casa' de complexe familiekroniek 'Honderd jaar eenzaamheid' ontwikkeld, waarin alle personages puzzels zijn, opgebouwd uit delen van zijn grootouders, ouders, tantes, broers en zussen en ook uit stukjes van hemzelf. Tegelijk kan deze roman gelezen worden als een eerbetoon van de auteur aan zijn grootvader, de ex-kolonel die de jonge 'Gabo' eindeloos verhalen vertelde over de burgeroorlog, hem meenam naar het circus en de bioscoop, en een kist diepgevroren zeebrasems liet openmaken om zijn kleinzoon het mysterie van het ijs te onthullen - datzelfde ijs waar kolonel Aureliano Buendía, staande voor het vuurpeloton, in de eerste regels van de roman aan terugdenkt.

Saldívar toont aan dat alle stadia van het dorpsleven in 'Honderd jaar eenzaamheid' op werkelijkheid berusten, zoals García Márquez altijd heeft volgehouden. Niets heeft de auteur uit zijn duim gezogen, maar alles - het huis en zijn bewoners, hun verhalen, de smaken, geuren, kleuren en geluiden - werd wel door zijn herinnering gefilterd en door zijn machtige verbeelding tot literatuur omgesmeed. Aracataca werd Macondo; de familiekroniek de geschiedenis van een prototypisch Latijns-Amerikaans geslacht dat onherroepelijk op de ondergang afstevende; de stroperige tijd van de kinderjaren een onmetelijke, bijbelse tijd die vervloeit met de cirkelgang van de Caribische geschiedenis.

Alle García Márquez-thema's zijn in deze roman aanwezig: de eeuwenoude ontologische angst, de atavistische herinnering, schoonheid die met het noodlot is verbonden, de eenzaamheid die voortkomt uit een onvermogen om lief te hebben. Maar ook de verteltechnieken van 'Honderd jaar eenzaamheid' dragen onmiskenbaar het García Márquez-stempel: het vertrekken van een ogenschijnlijk onbeduidend voorval dat vervolgens wordt uitvergroot tot het epische dimensies heeft gekregen, is als het ware met de persoonlijkheid van de auteur vergroeid. En wat de stijl betreft: García Márquez houdt er minstens twee op na, de absurdistische, bedwelmende van 'Honderd jaar eenzaamheid' en de elliptische, beheerste waar 'De kolonel krijgt nooit post' model voor staat.

Maar het echte handelsmerk van de Colombiaan werd hemzelf pas in 1965 geopenbaard, toen hij al in Mexico woonde. Het gaat terug op zijn eigen grootmoeder, die de meest onwaarschijnlijke dingen onbewogen vertelde alsof het dagelijkse feiten waren. Toen García Márquez op een dag met zijn gezin naar Acapulco reed, zag hij plotseling haarscherp dat 'stalen gezicht' van zijn grootmoeder voor zich. Hij maakte meteen rechtsomkeert, sloot zich op in zijn kamer en schreef zijn meesterwerk, dat precies door die 'uitgestreken gezicht'-vondst wankelt op de grens tussen geluk en waanzin, tussen subliem en grotesk.

De rest is genoegzaam bekend: dat de auteur zijn witte Opel verkocht om in het levensonderhoud van zijn gezin te kunnen voorzien, het onwrikbare geloof van zijn vrouw Mercedes in het welslagen van de literaire onderneming van haar man, de boodschappentassen vol levensmiddelen die vrienden het echtpaar moesten toestoppen. Dat zelfs Mercedes' haardroger eraan moest geloven om het manuscript naar de uitgeverij Sudamericana te kunnen sturen, en hoe daarna de grote doorbraak kwam, en het slapeloze geploeter van de ambachtsman van het woord definitief moest wijken voor het mediabombardement.

In navolging van García Márquez is ook Saldívar naar de oorsprong teruggekeerd. Met kennis van zaken verschaft hij inzicht in de woelige politieke achtergrond van de roman, wijst er de bronnen van aan en probeert waarheid en verzinsel uit elkaar te houden. Hij stelt het voor alsof García Márquez' schrijverschap vroeg of laat in 'Honderd jaar eenzaamheid' moest uitmonden. Die moeizame zegetocht brengt niet alleen structuur aan in de biografie, maar ook spanning, zodat de laatste hoofdstukken een aangrijpende climax vormen.

Een dergelijk uitgangspunt heeft trouwens de verdienste af te rekenen met de legende dat het de schrijver allemaal in de schoot zou zijn geworpen. Natuurlijk was talent de basis van zijn succes, maar zonder vorming, vakmanschap, ijzeren discipline en levenservaring zou deze aanleg nooit uit de verf zijn gekomen.

Al van toen García Márquez leerde lezen, begon het kluwen van invloeden vorm te krijgen. Op de middelbare school onderging hij zijn eerste cultuurschok. Hij moest helemaal naar de druilerige, stugge hoofdstad Bogotá, in de Andes, die in niets leek op de Caribische wereld van licht en warmte waar hij vandaan kwam. Hij begon verwoed poëzie te lezen, en later verslond hij de Russische en Franse klassieke romans. Zijn kennismaking met 'De gedaanteverwisseling' van Kafka betekende voor hem 'het afgooien van een kuisheidsgordel', de ontdekking dat literatuur niet een soort versiersel van de geest was, maar de werkelijkheid kon helpen weergeven en beïnvloeden.

Sindsdien heeft de auteur altijd obsessief gelezen. Toen hij naar de kust terugkeerde om als journalist aan de slag te gaan - de beste leerschool voor schrijvers, vindt hij nog steeds - kwam hij in aanraking met weer andere leermeesters: Sophocles en de Angelsaksische literatuur - Hemingway, Greene, Faulkner, Woolf. In die periode schreef Gabo reportages en vele versies van zijn eerste roman 'Afval en dorre bladeren', die hij later noodgedwongen in eigen beheer uitgaf. In die tijd leidde hij het leven van een bohémien, woonde boven een bordeel, zag er bleek en slechtgekleed uit, had veel goede vrienden en linkse denkbeelden.

In 1955 werd hij als correspondent naar Europa gestuurd. Hij was toen in eigen land een bekend journalist maar nog steeds een clandestien schrijver. Ook voor de eigenares van het Hotel de Flandre in de Parijse Rue Cujas was García Márquez, hoe hard hij ook aan 'Het kwade uur' en 'De kolonel krijgt nooit post' werkte, 'le journaliste du septième étage'. Toen zijn krant wegens censuur dichtging, zat hij volkomen aan de grond en veranderde Parijs op slag in een harde stad. Toch zette hij door en maakte zelfs een reis achter het IJzeren Gordijn die een reeks kritische artikelen opleverde.

Voor hij zich in Mexico vestigde, woonde hij een tijd in Venezuela, bezocht Havana en leidde in Bogotá een bijkantoor van het revolutionaire Cubaanse nieuwsagentschap Prensa Latina. In Mexico ging het hem aanvankelijk evenmin voor de wind. Hij was intussen getrouwd, had twee zonen en moest voor damesbladen werken om het hoofd boven water te kunnen houden. Na twee jaar scenario's te hebben geschreven, zei hij de filmwereld vaarwel omdat die te commercieel was. Eindelijk stond het licht voor 'Honderd jaar eenzaamheid' op groen.

In 'Terug naar de oorsprong' is een biograaf aan het woord die helemaal in de huid van zijn geliefde schrijver kruipt. De beperking in de tijd die Saldívar zichzelf heeft opgelegd, laat uiteraard veel buiten beschouwing. Hierdoor kan de levensschets nergens opzienbarend worden: de grote lijnen van dit verhaal waren, ook in het Nederlands, al bekend. Juist de latere, veel afstandelijker García Márquez, die hier niet aan bod komt, intrigeert, omwille van de evolutie van zijn werk, maar vooral door zijn rol als geweten van een continent (zijn stille diplomatie in eigen land of zijn onvoorwaardelijke steun aan Fidel Castro).

Een tweede beperking van de biografie heeft te maken met de persoon van de auteur. Saldívar laat overtuigend zien dat alle facetten van dit schrijverschap met elkaar verband houden. Maar ook al weet hij op het eerste gezicht onverenigbare eigenschappen van García Márquez tot een geheel te rangschikken, dat neemt niet weg dat hij in de eerste plaats boeit als verteller. Diepzinnige beschouwingen zijn immers niet aan de Nobelprijswinnaar besteed. Hij wantrouwt concepten, en vertrekt steeds van concrete, visuele beelden.

Zijn kracht ligt in het scheppen van een parallelle werkelijkheid die, beter dan welke intellectuele constructie ook, aangeeft waar het in de condition humaine om gaat. Hierdoor ontstaat de paradox dat, hoe verder de lezer vordert in de biografie, des te meer hij ervan overtuigd raakt dat alles wat García Márquez te zeggen heeft op onovertroffen wijze in zijn boeken te vinden is.

Wie geïnteresseerd is in de interne keuken van een schrijverschap, komt in 'Terug naar de oorsprong' ruimschoots aan zijn trekken. De biograaf doet zijn lezer bovendien warmlopen voor het unieke oeuvre van de Colombiaan. Na afloop wil die lezer vooral één ding: opnieuw in 'Honderd jaar eenzaamheid' duiken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden