Review

Sabbaths lofzang op de obsceniteit

Philip Roth: Sabbaths theater. Vert. Babet Mossel. Meulenhoff, Amsterdam; 479 blz. - ¿ 49,90.

Het vrijmoedige taalgebruik en de satirische ondertoon bleken prima aan te slaan in een periode waarin de seksuele revolutie en het verzet tegen autoritaire machtsstructuren hun sporen hadden nagelaten. Het rebelleren tegen het joods-Amerikaanse milieu en het vervlechten van fictie en autobiografie om te komen tot een genadeloze zelfanalyse zijn in de loop der jaren de constanten gebleken binnen een oeuvre dat inmiddels eenentwintig boeken telt.

Zijn recent verschenen roman 'Sabbath's theater' lijkt in een aantal opzichten een eigentijdse variant op 'Portnoy's Complaint': de hoofdpersoon, Mickey Sabbath, is een erotomane jood van 64 jaar, die een heftige relatie heeft met de 52-jarige Drenka Balich, echtgenote van een Kroatische hotelhouder die in Madamaska Falls, een plaatsje in het noordoosten van Amerika een nieuw bestaan heeft opgebouwd.

Sabbath is een avonturier, die in zijn jonge jaren furore heeft gemaakt als poppenspeler met zijn Onzedelijk Theater in de Lower East Side in New York. Zijn provocerende en scabreuze voorstellingen brengen hem in conflict met de autoriteiten, maar kunnen hem niet genezen van zijn grote passie: het najagen van wellust. Hoewel hij op leeftijd is gekomen en zijn vingers krom staan van de reuma, is seks nog steeds een religie voor deze 'Monnik van het Neuken', deze 'Evangelist van de Ontucht'. Terwijl zijn eigen vrouw Roseanna haar ongenoegen wegspoelt met liters Chardonnay, leeft Sabbath zich uit in een hartstochtelijke affaire met Drenka in wie hij zijn erotische evenknie gevonden heeft. Op hun geheime ontmoetingsplekken in de vrije natuur geven zij zich volledig aan elkaar over in een uitputtende slijtageslag van seksuele variaties.

Als Drenka plotseling aan kanker overlijdt, stort Sabbaths wereld in. Hij verlaat zijn vrouw en doolt als een wezenloze rond, verscheurd door verdriet en de herinneringen aan de mensen die hem ontvallen zijn: eerst Morty, zijn oudere en door hem bewonderde broer, die op zijn twintigste in 1944 boven de Filippijnen door de Jappen is neergeschoten, zijn moeder, geknakt door dat verlies vroegtijdig oud geworden, Nikky, zijn eerste vrouw die hem verliet om spoorloos te verdwijnen, en nu Drenka.

Als hij de balans van zijn leven op moet maken, is de uitkomst weinig verheffend: in feite is hij vanaf het moment dat hij als jonge varensgezel alle hoerenkasten in de grote havensteden begon af te stropen, alleen maar zijn pik achterna gelopen, egoïstisch, ongeremd en zonder aanzien des persoons. “De wandelende lofzang op de obsceniteit”, zegt zijn vriend Norman geringschattend. “De averechtse heilige wiens boodschap ontheiliging luidt. Is dat nou niet vermoeiend, anno 1994, die rol van de rebelse held?”

Het is een kritische reflectie die mij als lezer uit het hart gegrepen is: heeft het narcistische gedrag van de jonge Portnoy nog iets aandoenlijks, voor de oude Mickey Sabbath is het wel erg moeilijk om nog een greintje sympathie op te brengen. Waar Drenka nog ontroert door de gulle wijze waarop zij iedereen die haar pad kruist - of het nu om een hotelgast gaat of om de elektriciën - in haar zinnelijke betovering laat delen, Sabbath blijft toch voornamelijk een vieze ouwe man die 's nachts een plengoffer brengt op het graf van zijn geliefde, maar kort daarna alweer misbruik maakt van de gastvrijheid van een vriend: hij snuffelt rond in de slaapkamer van diens dochter, drukt een slipje achterover om zich te bevredigen en probeert zowel de huishoudster als de vrouw van zijn vriend te verleiden. Uiteindelijk gaat hij er als een dief in de nacht vandoor met wat spaargeld en een enveloppe met pornofoto's van de vrouw des huizes die hij in haar kledingkast heeft gevonden.

Het is natuurlijk niet voor niets dat Roth zijn 'held' zo neerzet. Het maakt deel uit van zijn streven naar niets ontziende eerlijkheid om zich zodoende te bevrijden van persoonlijke remmingen die het zicht op de eigen identiteit kunnen belemmeren. Sabbath kan wat hem betreft waarschijnlijk niet weerzinwekkend en vulgair genoeg zijn: “Mijn mislukking is dat het me niet gelukt is dat ik niet veel vérder ben gegaan!”, laat Sabbath zich op een gegeven moment ontvallen.

Nu hoeft een romanpersonage natuurlijk geen toonbeeld van deugdzaamheid te zijn om acceptabel gevonden te worden, literatuur gedijt immers bij uitstek op het menselijk tekort. Toch schiet Roth met deze creatie naar mijn gevoel zijn doel voorbij. Sabbath maakt als personage nauwelijks enige ontwikkeling door en honderden pagina's herinneringen aan geliefden uit het verleden en bespiegelingen over de dood zijn niet toereikend om deze romanfiguur een tragische dimensie te verlenen: hij laat je voornamelijk onverschillig.

Niettemin trekt Roth opnieuw alle registers open: hij laat Sabbath koketteren met zijn joodse afkomst, laat hem zijn medeburgers choqueren en provoceren, haalt uit naar het welzijnsproza van de AA-club waar Sabbaths vrouw haar heil zoekt en neemt en passant het moderne therapeutendom op de hak: “Op elke vraag is het antwoord Prozac of incest.” Maar al het verbale gegoochel en de satirische intermezzo's kunnen het gevoel niet wegnemen dat Roth in deze roman zijn hand heeft overspeeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden