Opinie

's Zomers hangt prompt klucht in de lucht

Zodra de zomer zich -op de kalender althans- aandient, hangt meteen ook klucht in de lucht. Waarom, dat weet niemand. Twee voorstellingen openen het kluchtseizoen: Bredero met zijn 'Klucht van de molenaar' en Jim van der Woude met het vrijwel woordloze nautisch-maritieme kolderdrama 'Overstag'.

AMSTERDAM - Bredero's 'Klucht van de Meulenaer' (1613) wordt zelden meer gespeeld, en toch kent iedereen de slotwoorden van stadsjoffer Trijn Jans: ,,Vrouwen, denk eraan dat je goed uitkijkt en tijdig de gevaren ziet, / Want kinderen, al ziet men de lui, men kent ze niet. 't Kan verkeren.''

Het is de verdienste van theatergroep De Kale om 'De klucht van de molenaar' eindelijk weer op het repertoire te nemen, en daarvoor de toonzetting te kiezen die nou eenmaal onlosmakelijk bij klucht hoort: grootse armgebaren, massief ronkende en wijfelijkkrijsende zinnen, bekkentrekkerij en ooguitpuilerij waar de tandarts kopzorg en de oogarts ter plekke staar van krijgt. Bovendien eindelijk eens geen gestileer met licht of decor, geen gekunstelde esthetiek van een regisseur die zijn eigen vondsten belangrijker dan het toneelstuk zelf vindt. En eindelijk weer eens een inkijkje in die zo lang geknevelde kunst van het schmieren.

Simpeler en trefzekerder dan de enscenering van theatergroep De Kale kan haast niet. Een deurpost waarin twee halve deuren open kunnen, twee paar volwassen klompen voor de deur met daarnaast miniklompjes van de molenaarskinderen, stro op de vloer. Ziedaar de molen van molenaar Slimme Piet. Achter een gordijn hangt een stuk aluminium en als je daar met houten hamer op hengst, is de verbeelding in één klap aan de macht en maalt de molen op volle en oorverdovende toeren.

Stadsjoffer of 'steewijf' Trijn Jans (Marieke de Kruijf) komt te laat bij de stadspoort van Amsterdam en klopt voor overnachting daarom bij de molen van Slimme Piet (Vastert van Aardenne) en zijn vrouw Aeltje Melis (Celia van den Boogert) aan. Trijn mag blijven slapen, maar haar ravissante verschijning zet de molenaar in lichterlaaie. ,,Ellemallementen, dat ick byget sulcken wijfjen hadt. Ick soume warafter ier doot soenen, dan vernoeght of sat. O mijn ick word so nuwelijck! Oy mijn, ick word so wyvich!'' (In de hertaling van Chamuleau/Adema: ,,Allemachtig, als ik verdorie toch zo'n pittig vrouwtje kon krijgen, Zou ik eindeloos vrijen en haar tot mijn laatste snik bestijgen. O jé, ik word zo hitsig! O jé, ik sta in de fik!'')

Steewijf Trijn stemt toe in een zoete samenspraak, maar verruilt haar kleren bijtijds met die van de molenaarsvrouw, waardoor het overspel toch weer binnenechtelijke min blijft. De molenaar snoeft tegen zijn knecht Joost (heerlijk monsterlijk en oliedom getypeerd door Jérôme Reehuis) over zijn verovering, en maant zijn knecht tot ook maar eens een stedelijke galop. Joost stemt toe, en beseft pas achteraf dat hij niet nachtelijk dartelde met de 'burgerin', maar met zijn bazin. ,,Ja wat duyvel, ick heb my daer te leelijck verkeken. Gans sacker wilghen, dat mach niet deur. Ick heb mijn Vrou of esteken.'' (,,Alle duivels! Ik heb me vergist, dat viel lelijk tegen. Godallemachtig! Ik heb de bazin aan 't spit geregen.'') Aldus is bedrieger Slimme Piet bedrogen.

De spelers van De Kale laten Bredero's taligheid voluptueus in rondsuizende lasso's weerklinken. Geen lettergreep en geen betekenis van het Bredero-idioom gaat verloren. Ietwat melig wellicht? Ja allicht: elke klucht is per definitie melig, zeker als die zich ook nog eens in een molen afspeelt. De Kale's enscenering onder regie van Victor van Swaay is ronduit verrukkelijk, met die volstrekte afwezigheid van pretentie.

Pretentieloos is ook de nautisch-maritieme voorstelling 'Overstag' van Jim van der Woude en René van 't Hof. Zij moeten het niet hebben van taal, maar van oogopslag en gebaar. Ook Van der Woude en Van 't Hof bedienen zich van minimale middelen. Een paar lappen doek, een mast, een helmstok en een kartonnen kombuisje met patrijspoorten, en daar staat hun schip al opgetuigd waarmee zij hun noodlottige reis zullen ondernemen.

De twee matrozen van Van der Woude en Van 't Hof trekken maffe gezichten, wringen hun hoofden kolderiek uit de zorgvuldig te klein gezaagde patrijspoorten, drinken klungelend koffie zoals je op een aanzettende zee nou eenmaal louter klungelend koffie kunt drinken, en lachen quasi-vervaarlijk; reeds beseffend dat het lachen hen zal vergaan.

Geluid speelt in 'Overstag' een belangrijke rol: als schipper Van der Woude met een los stuk touw keer op keer vergeefs de scheepsmotor start, klinkt in precieze timing het aanzwellend geplopplopplop van een dieselmotor. Meeuwen krijsen, een zeebries zet mooi tot windkracht 12 aan, de zeilen bollen en klapperen dat het een lust heeft. Oei-joei, dit gaat niet goed, dit loopt weldra verkeerd af. Dom en onoplettend dat Ivo van Hove deze twee kluchten niet in zijn Holland Festival opnam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden