Review

Ry Cooder ziet de hemel als een nachtclub op zijn cd ’My Name Is Buddy’.

Zijn ouders zijn nooit het erf af geweest, maar voor Buddy Red Cat, een klein katje, is de spoorlijn langs de boerderij een belofte. Hij trekt de wereld in, met een koffer als bed. Hij ontmoet Lefty Mouse en Dominee Tom Toad, is een tijdje de kat van countryzanger Hank Williams, stuit op het vraatzuchtige varken J. Edgar Hoover en belandt met stakers in de gevangenis. In Sun Down Town, waar de Ku-Klux-Klan heerst, maken zwarten zich uit de voeten voordat de zon ondergaat. De wereld is geen paradijs, leert Buddy, maar solidariteit en gemeenschapszin maken alles een stuk draaglijker.

Het album ’My Name is Buddy’ is zijn reisverslag, op muziek gezet door de Amerikaanse topgitarist-producer Ry Cooder. Via Buddy’s verhaal, gesitueerd in de jaren dertig, bekritiseert Cooder het Amerika van vandaag. ,,Tevens bood het project me de kans mee te zingen met pioniers als Woody Guthrie, met vakbondsliederen, hele oude folk, blues en hillbilly-wijsjes.” Al maakt hij uitstapjes naar andere genres.

Cooder lijkt niet op Buddy, zegt hij aan de telefoon vanuit zijn huis. ,,Ik zit liever thuis in Santa Monica, vanuit mijn raam zie ik genoeg.” Hij vergelijkt het verhaal van Buddy met dat van de verloren zoon. Een verschil met die bijbelse parabel is dat Buddy niet thuiskomt. ,,Die variant is een groot thema in de Amerikaanse populaire muziek: je bent weggegaan en kunt niet meer terug, het land is te groot of je hebt geen geld. Dat begon al bij de founding fathers die de woestijn doortrokken.”

Hij citeert uit het nummer ’Detroit City’, gezongen door Tom Jones: ’Last night I went to sleep in Detroit City and I dreamed about those cotton fields at home. (..) I wanna go home.’ Zo zijn er duizenden liedjes.” Jones schreef nog brieven naar zijn familie, maar Buddy kan niet schrijven. En al kon hij dat, zijn ouders kunnen niet lezen.

,,Lefty Mouse kan dat wél, en wordt daarom zijn leraar.” De muis leest ’Het Kapitaal’ van Marx, het brilletje voorop zijn spitse neus, en verandert Buddy in een linkse kat, een Red Cat. ’Blijf bij je eigen soort’, leerde Buddy van oom Charley. Hij kan het echter verrassend goed vinden met de muis en zwarte pad. Ze trekken door de woestijn maar moeten vrezen voor de coyotes, die Cooder nu vergelijkt met de grenspolitie.

Gered worden ze door een Groene Hond in een ruimteschip, die met haar vrouwenstem nachtclubjazz zingt. ,,Omdat de hemel er volgens mij uitziet als een nachtclub.” Absurd is die reddingsactie niet. ,,In woestijnverhalen bieden goddelijke interventies wel vaker uitkomst.”

De filmende broers Coen zouden er zo een musical van kunnen maken, terwijl het ook de grimmigheid van ’Dogville’ van Lars von Trier bevat. ’My Name is Buddy’ oogt onschuldig, maar verbergt thema’s als het einde van de familieboerderij, de gebroken vakbonden, sociale ongelijkheid, slechte arbeidsomstandigheden, racisme, protestzangers die voor hun leven vrezen.

Onderwerpen die nog actueel zijn, zegt Cooder. ,,De wereld lijkt anders door het laagje welvaart over de maatschappij. Maar gewone Amerikanen bezitten weinig meer dan creditcardschulden. Nog steeds strijden we tegen machtige elites. Nog altijd worden bevolkingsgroepen tegen elkaar opgezet. En kritische zangers hebben te vrezen van de fascistische vrienden van die opperclown in het Witte Huis.”

Hij doelt op mediabedrijven die bijvoorbeeld de Dixie Chicks de mond wilden snoeren in hun kritiek op president Bush. ’Three Chords and the Truth’ is een nummer over drie protestzangers van toen: Joe Hill die in Utah voor het vuurpeloton kwam omdat hij een vakbondslied zong, Paul Robeson die werd aangepakt door J. Edgar Hoover, en Pete Seeger die voor het gerecht kwam. Drie akkoorden en de waarheid was hun enige misdaad. ,,Een lied om eraan te herinneren dat zingen niet onschuldig is.”

Pete Seeger speelt banjo op dit album en verder doen broer Mike (fiddle en harmonica), Flaco Jiménez (accordeon), Van Dyke Parks (piano) en Paddy Moloney van The Chieftains (fluit en uillean pipes) mee. ,,Oude vrienden. We spelen dit soort muziek al decennia en zijn steeds beter geworden. Dat maakt het zo leuk. Niet oude muziek naspelen, maar er je eigen stempel op drukken. Zo speelt Jiménez accordeon op een hillbilly-stuk – die combinatie bestond nog niet.”

Cooder combineerde in de jaren negentig op het album ’Talking Timboektoe’ succesvol blues en West-Afrikaanse muziek. Met het project ’Buena Vista Social Club’ opende hij enkele jaren later de schatkamers van de Cubaanse muziek. ,,We hanteerden dezelfde aanpak: we brachten mensen samen die nog nooit hadden samengewerkt.” Hij wordt wel eens een musicoloog genoemd. ,,Maar die bestuderen wat er al is. Ik wil juist iets nieuws maken.”

Cooders gevoel voor rechtvaardigheid werd op jonge leeftijd gevoed door de 78-toeren plaat ’Lore of the West’ van Roy Rodgers, over schaaphouders in het Wilde Westen die vochten tegen corrupte politici. De schaaphouders verloren. Hij herinnerde aan dat verhaal op zijn vorige thema-album ’Chávez Ravine’ (2005), over een wijk in Los Angeles die in de jaren vijftig moest plaatsmaken voor het Dodgersstadion.

Ook in ’My Name is Buddy’ zit een boerenwijsheid uit ’Lore of the West’, als verwijzing naar dat persoonlijke oerverhaal over goed en kwaad. ,,’Chávez Ravine’ ging over het verlies van publieke ruimte; dit album over het verlies van solidariteit. Dit land werd opgebouwd door werkers, niet door billionairs. De ouderwetse werker verdwijnt en is liever SUV driver dan timmerman. De welvaartsverschillen worden groter. Banen verdwijnen naar lagelonenlanden en de Republikeinen en de bazen breken de vakbonden.”

Cooder rekent niet op ingrijpen van de politiek en gelooft niet in democratie. ,,Dat toverwoord wordt vooral gebruikt om politieke doelen te bereiken. Buddy kan niet eens stemmen, hij wordt weggestuurd bij het stembureau, zoals veel mensen overkomt.”

Pete Seeger probeerde hem positiever te stemmen. ,,Hij zei: niet eerder werd er zoveel hersenkracht besteed aan het oplossen van problemen. Reken op de wetenschap.” En anders op muziek, want Pete zei ook: ,,’Mensen die je samen laat zingen, vergeten hun verschillen binnen vijf minuten.’ Ik heb het hem zien doen, het werkt. Zoals Amerikanen hun vooroordelen over Cuba verloren dankzij Ibrahim Ferrer.”

Desondanks is Cooder ’cynisch’. ,,Ik heb de geschiedenisboeken gelezen, het gaat bergaf.” En wat doe je dan? ,,Ik blijf thuis en maak muziek. Breng mijn tijd zo aangenaam mogelijk door.” Ook toen zijn vader, een handelsman, hem afraadde muzikant te worden, wist hij al dat muziek ’een ander soort rijkdom’ biedt.

Op het album lukt het hem in de slothymne ’There’s A Bright Side Somewhere’ zijn cynisme opzij te leggen. Misschien bereiken ze die betere plaats niet, de rode kater, de slimme muis en de gelovige pad, maar wel zijn ze onderweg vrienden geworden. ,,En ook ontfermt het Boerenmeisje zich over hen. Daar geloof ik wel in: mensen kunnen altijd voor elkaar zorgen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden