Review

Ruziënde patriotten

Een van de interessantere episodes uit de Nederlandse geschiedenis is het gedwongen verblijf van de Nederlandse patriotten in het Frankrijk van de Revolutie.

Na een mislukte opstand tegen Stadhouder Willem V in 1787 wordt de Hollandse grond veel patriotten te heet onder de voeten, en vlucht men naar Frankrijk voor politiek asiel. Die wordt gevonden in de Noord-Franse garnizoensstadjes St. Omaars en Grevelingen, waar op kosten van de Franse overheid gewerkt wordt aan plannen voor terugkeer.

In Parijs worden deze plannen voorgelegd aan Franse politici. Na het uitbreken van de Franse Revolutie in 1789 zijn die politici geen hovelingen meer maar 'revolutionaire broeders', die hetzelfde gedachtegoed aanhangen als de patriotten. In 1795 blijkt het succes van de lobby: Franse troepen, versterkt met een Nederlands legertje, verdrijven Willem V en staan aan de wieg van de Bataafse Republiek.

Wat is het belang van deze episode voor de latere geschiedenis? En hoe waarderen we de patriotten? Waren het landverraders, te vergelijken met NSB'ers, zoals historicus Pieter Geyl ooit schreef? Of vormen zij juist een trotse politieke voorhoede die, ondergedompeld in de Franse Revolutie, Nederland rijp maakte voor een noodzakelijke modernisering van het staatsapparaat en de praktische implementatie van het gedachtegoed van de Verlichting? Samengevat in één vraag: was de periode in Frankrijk de 'hogeschool van de Revolutie' voor een groep die een stempel op de toekomst zou drukken of was het slechts een marginale episode in de laatste jaren van het Hollandse ancien regime?

Zoals bij elke historische vraag, spelen de beschikbare bronnen een belangrijke rol. Wat ligt er in archieven, en wat kunnen we daardoor nog te weten komen? In het beantwoorden van deze vraag ligt de kracht van het boek 'Bataven! Nederlandse vluchtelingen in Frankrijk' van Joost Rosendaal. Minutieus speurwerk in Franse en Nederlandse archieven heeft een grote hoeveelheid informatie opgeleverd die nooit eerder is samengebracht.

De brieven van gevluchte patriotten zijn geen volstrekt onbekende bron. Sommige zijn al eens uitgegeven. Maar nooit eerder is er zo'n stapel bekeken en in een boek aan lezers getoond. Voor patriotse publicaties in den vreemde geldt hetzelfde, net als voor de hoeveelheid Franse (overheids)bronnen over de periode.

Rosendaal heeft een enorme inspanning geleverd. En daarmee doet hij geïnteresseerden ongetwijfeld een groot plezier. Ook heeft hij voor zichzelf een unieke kans geschapen om bestaande ideeën, die niet altijd door evenveel onderzoek gefundeerd waren, te vervangen door een beeld dat in de bronnen verankerd ligt. Met zo'n bulk aan achtergrondinformatie komt een interessant en groots geschiedwerk in het verschiet.

Helaas komt het boek maar slecht tot een synthese. Stilistisch én inhoudelijk kent het boek vele zwakke plekken, die een eindoordeel over het boek negatief doen uitvallen. Rosendaal noemt feit na feit, en is daarbij angstvallig gedetailleerd. Natuurlijk is het van belang te weten welke patriotten waar woonden en wanneer. De omstandigheden waarin zij leefden horen er ook bij, maar details als het feit dat de patriotten in St. Omaars per persoon twee steken onder hun bed hadden staan, is te veel van het goede.

Dat geldt ook voor de eindeloze discussies in het ballingen milieu over de lijsten van de Franse koning met de namen van mensen die financiële hulp moesten krijgen. Natuurlijk is van belang wie er hoeveel hulp kreeg en waarom. Maar te lang neuzelen over wanneer er op welke lijst welke doorhaling is gedaan, gaat de lezer behoorlijk op de zenuwen werken. Om de feiten te doen spreken is meer stilistische vaardigheid nodig dan hier wordt geëtaleerd. Het droge opsommen wreekt zich geweldig. Ons wordt bijvoorbeeld tot in details verteld wanneer welke groep met welk revolutionair idee in aanraking kwam, in welke kringen en naar aanleiding van wat. Maar net als het een beetje spannend wordt, volgt een andere lange opsomming, over een ander groepje dat we vooral moeten blijven volgen, vanwege een ruzie met het eerste groepje. Langzaam raakt het eerste groepje uit beeld, en beklijft er in een stortvloed van nieuwe feiten weinig van wat we eerder lazen. Zelden wordt duidelijk wat de voorstelling is en wat slechts het achterdoek.

De conclusies van het boek blijven dan ook op een vreemde manier in de lucht hangen. Een centraal, vernieuwend idee over de patriotten valt er slecht uit te halen. Dat de verlichte patriottenbeweging veel christelijker was dan werd aangenomen, kan met de bronnen in de hand net zo goed worden verdedigd als afgewezen.

En kan het verblijf in Frankrijk inderdaad doorgaan voor 'hogeschool van de revolutie'? Het kan, maar de conclusie dat de patriotten maar wat aanrommelden en ruzieden, is evenzeer gewettigd. Wellicht waren het toch de Fransen die tussen 1795 en 1813 het verloop van de Nederlandse revolutionaire geschiedenis bepaalden. 'Bataven!' is door zijn feitendichtheid voor de verdere bestudering van de periode van belang, maar voor de waardering van die periode amper.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden