Review

Russisch volk schiep zijn eigen tragedie

De Russische revolutie van 1917 is duizenden malen beschreven. De Britse historicus Orlando Figes weet daar nog veel aan toe te voegen in zijn indrukwekkende vertelling. Hij laat de ooggetuigen aan het woord. Dat past ook bij zijn these: de omwenteling was vooral een sociale revolutie. Grote lagen van de bevolking waren diep ontevreden met de bestaande orde en wilde die omver werpen.

Hella Rottenberg

De openingsscène van Orlando Figes’ vertelling is meteen al indrukwekkend. In de Kazan-kathedraal in Sint-Petersburg heeft de heersende elite van Rusland zich verzameld om een religieuze dankzegging bij te wonen voor de tsarenfamilie, de Romanovs die driehonderd jaar aan het bewind zijn. In hun rijkste gewaden leiden de orthodoxe metropolieten en de patriarch de plechtigheid. Bij het kaarslicht schitteren de juwelen en medailles van vorsten, senatoren, generaals en hoge edelen. Het is 1913. En de schittering is schijn.

Na de feestelijkheden in de hoofdstad maken de laatste Russische tsaar en diens echtgenote Alexandra een rondreis door het land, die Figes de lezer laat meebeleven. Ze genieten van de ontvangsten en de blijken van aanhankelijkheid die ze overal ontmoeten. Terug in Sint-Petersburg voelen ze zich gesterkt in het idee dat ze aan het hoofd staan van een stabiele en machtige monarchie. Een drogbeeld, uiteraard, dat henzelf en hun miljoenen onderdanen verschrikkelijk duur komt te staan.

Figes voert de lezer terug naar de jeugd van Nicolaas II. Hij neemt 1891, het jaar dat hongersnood de politieke oppositie in beweging bracht, tot eigenlijk vertrekpunt van zijn verhaal. En hij eindigt bij de dood van Lenin, de grote instigator van de Oktoberrevolutie.

De geschiedenis die Figes vertelt, is al duizenden malen eerder opgeschreven. Op heel veel verschillende manieren en uit heel veel invalshoeken. Wat Figes aan deze kilometerslange rij literatuur toevoegt, is een toegankelijke en veelomvattende beschrijving van de ingrijpendste omwenteling van de 20ste eeuw. De Britse historicus is, zoals hij ook in andere boeken heeft bewezen, een meesterlijke verteller. Beeldend, bijna filmisch, laat hij de gebeurtenissen zich ontrollen, waarbij hij zijn lezer weet te boeien zonder het verhaal te versimpelen. Het boek leest als een dikke roman: elegant geschreven, knap van compositie en vol drama. De kunstgreep die Figes met succes toepast, bestaat eruit om de feiten te laten becommentariëren en beschrijven door ooggetuigen. Vrijwel op elke bladzijde staan citaten uit de verslagen van tijdgenoten. Ze zijn goed gekozen, met oog voor het veelzeggende detail.

Naast de hoofdrolspelers en de toevallige getuigen weeft Figes door zijn boek de lotgevallen van een zestal figuren, wier levens door de revolutie ondersteboven werden gegooid. Figes laat hen telkens met citaten uit hun eigen aantekeningen aan het woord. Zo kan de lezer zich via deze personen voorstellen hoe ook miljoenen anderen in Rusland voor volstrekt nieuwe keuzes stonden en moesten zien te overleven. Figes stelt de lezer voor aan een tsaristische generaal die zich bij het Rode Leger aansluit, een eenvoudige soldaat die snel opklimt tot politieke commissaris, een liberale vorst die ten onder gaat in het revolutiegeweld, een boerenactivist, een arbeider die bolsjewiek wordt en de beroemde schrijver Maxim Gorki. Hun belevenissen krijgen kleur en diepte doordat niet alleen het overbekende jaar van de revolutie en de periode erna aan bod komen, maar ook de periode ervoor en hun positie in het tsaristische Rusland.

De aanpak van Figes ondersteunt zijn these en is dus meer dan een verteltechniek. Hij wil laten zien dat de Russische revolutie vooral een sociale revolutie was, veroorzaakt doordat grote lagen van de bevolking diepe onvrede hadden met de bestaande orde en deze wilden omverwerpen. Hij legt een andere nadruk dan in de Koude Oorlog gebruikelijk was. Westerse historici zijn veelal van mening dat de democratische omwenteling van februari 1917 gekaapt is door een klein groepje beroepsrevolutionairen, die spoedig door onderdrukking en terreur, een gruwelijke dictatuur vestigden. Het Russische volk is het slachtoffer van de intriges van nietsontziende machtswellustelingen.

Figes ziet dat anders. Weliswaar beschrijft ook hij hoe in oktober 1917 de bolsjewieken met een gewapende opstand de macht grepen en drie maanden later andere politieke partijen voorgoed de pas afsneden. Maar in zijn optiek ligt de oorzaak van de ontsporing van het democratische proces veel dieper en is deze besloten in de mentaliteit van de massa die horig was gebleven en zich nooit tot burger had ontwikkeld. Eeuwen van lijfeigenschap en autocratie hadden het gewone volk machteloos en passief gehouden. Toen het eenmaal in opstand kwam, volgde er geen bevrijding, maar een woeste en bloedige afrekening. „,Het wás de tragedie van een volk, maar dan wel een tragedie die mede door dat volk zelf was gecreëerd”, meent Figes.

Hij voelt evenmin voor een opvatting die na de instorting van het communisme populair werd, vooral in Rusland zelf. Volgens deze versie was de revolutie te vermijden geweest als premier Pjotr Stolypin meer tijd had gehad voor zijn hervormingen en niet in 1911 was vermoord. Figes gelooft er niet in. Hij stelt dat het tsarisme gedoemd was en dat begin 1912, of al eerder, duidelijk was dat ’geen enkel pakket van hervormingsmaatregelen ooit de diepe sociale crisis zou kunnen oplossen die in 1905 de eerste barst in het systeem had veroorzaakt’.

Het is een onbewijsbare en ongenuanceerde stelling. Figes behandelt zijn geschiedenis als een noodlot, waarin weliswaar op sommige momenten een kans is gemist, maar waarvan de gewelddadige uitkomst in de genen van het Russische volk en de Russische cultuur zat geprint.

Ter illustratie van de onverbeterlijke aard van de Russische boerenbevolking verschijnt bij Figes Sergej Semjonov ten tonele. Semjonov (geboren in 1868) is een arme boerenzoon met een alcoholist als vader. Hij had zichzelf lezen en schrijven geleerd en begon dorpsverhalen op te tekenen. Als bewonderaar van Leo Tolstoj reisde hij naar zijn landgoed en raakte bevriend met de grote schrijver. Semjonov wilde een einde maken aan de achterlijkheid en armoede in zijn dorp. Hij ging nieuwe landbouwmethoden toepassen en voerde campagne voor landhervorming.

Maar de dorpsoudste was niet gediend van de nieuwlichterij en zette de dorpelingen tegen Semjonov op. Ze staken zijn schuur in brand en doodden zijn vee. Een paar jaar later, in 1906, gaven zijn tegenstanders hem aan wegens revolutionaire daden en kreeg hij verbanning opgelegd. Dankzij hulp van Tolstoj kon hij die jaren gebruiken om in Engeland en Frankrijk moderne landbouwtechnieken te leren kennen.

Eenmaal weer thuis probeerde hij een zelfstandig boerenbedrijf op te zetten door uit de patriarchaal bestuurde dorpsgemeenschap te treden. Hij ondervond alleen maar tegenwerking; niet van de overheid, maar wel van zijn buren. Door de revolutie van 1917 stortte de oude machtstructuur in en kreeg Semjonov de kans om zich nuttig te maken bij de herverkaveling van land en het onderwijs. Ditmaal verklikten de dorpelingen Semjonov als ’Duitse spion’ bij de geheime dienst van het nieuwe regime, de Tsjeka. Toen dat allemaal niet hielp – een persoonlijke connectie met een belangrijke bolsjewiek in Moskou redde Semjonov van arrestatie – legden de dorpsgenoten een hinderlaag en schoten Semjonov dood. Einde Semjonov, einde hervormingen. Zijn wanhopige pogingen waren gesmoord in bruut geweld. En de Russische boerenbevolking, jaloers en primitief, bewerkstelligde mede de eigen ondergang, zo is de les die Figes zijn lezers meegeeft.

Figes lijkt in zijn kijk op de revolutie sterk te zijn beïnvloed door een andere ’held’ in zijn vertelling: de schrijver Maxim Gorki. Met zijn marxistische overtuigingen en zijn vriendschap met Lenin zou Gorki de revolutie hebben moeten toejuichen. Maar Figes citeert uit brieven – sommige niet eerder gepubliceerd – en uit columns, waarin Gorki alleen maar afschuw uitspreekt over de golf van ’plebejisch geweld en wraakzucht’ die de Russische beschaving zal verwoesten. ,,De mensen lijken steeds luier en laffer te worden. Het is alsof alle verschrikkelijke criminele instincten waartegen ik mijn hele leven heb gevocht, Rusland nu langzamerhand vernietigen’’, schreef hij in 1917.

Figes beschrijft met mededogen Gorki's verdere leven, waarin hij naar het buitenland vlucht, uit heimwee terugkeert naar Rusland, zijn vergissing inziet, maar niet meer weg kan en in nooit opgehelderde omstandigheden sterft. Merkwaardig is dat Figes – misschien uit een al te grote sympathie met Gorki – niet vermeldt dat de schrijver vanaf 1929 als propagandist van Stalin optrad. Zo was hij de redacteur van een hoera-bundel over de beruchte aanleg van het Witte Zeekanaal, waaraan vele duizenden dwangarbeiders bezweken.

Figes componeerde over de Russische revolutie een knappe en meeslepende vertelling waardoor lezers in staat zijn zich een voorstelling te maken van de chaos en rampspoed van die tijd. Maar wie sneller – in een bestek van amper vijftig bladzijden – een helder overzicht en scherpe analyse van de oorzaken en het verloop van de Russische revolutie wil krijgen, kan beter terecht bij de Nederlandse Ruslandkundige Jan Willem Bezemer en diens ’Een geschiedenis van Rusland’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden