Historicus Russell Shorto  kreeg in Nederland bekendheid met zijn boek ‘Amsterdam: Geschiedenis van de meest vrijzinnige stad ter wereld’, over de stad waar hij zelf woonde.

InterviewRussell Shorto

Russell Shorto: Mijn opa moest wel bij de maffia

Historicus Russell Shorto kreeg in Nederland bekendheid met zijn boek ‘Amsterdam: Geschiedenis van de meest vrijzinnige stad ter wereld’, over de stad waar hij zelf woonde.Beeld Patrick Post

Russell Shorto schreef een geschiedenis van de plaatselijke maffia in een klein Amerikaans stadje. En daarmee ook een boek over zijn eigen, beladen, familiegeschiedenis, waarvan hij lang niets wilde weten.

Het nieuwe boek van Russell Shorto begint en eindigt met een dode. De dode aan het begin is een bookmaker, die ergens in 1960 in het kleine Amerikaanse stadje Johnstown in Pennsylvania verdwijnt. De onopgeloste moord vormt voor Russell Shorto het startschot voor een onderzoek naar de geschiedenis van de plaatselijke maffia.

Bij de Amerikaanse maffia komt er gelijk een waterval aan associaties los, met dank aan popculturele iconen als Al Capone en The Godfather. Maar dat de geschiedenis van de maffia zich grotendeels afspeelde in gemoedelijke provinciestadjes als Johnstown, dat is eigenlijk zelden beschreven. En al helemaal niet op de manier waarop Shorto dat doet in Pater Familias.

Hij ziet de geschiedenis van de maffia als onderdeel van de geschiedenis van de integratie van Amerikaanse Italianen, die voor de Tweede Wereldoorlog nauwelijks normale beroepen mochten uitoefenen. En als onderdeel van het Amerikaanse kapitalisme, dat door zulke immigranten bewonderd werd, en gekopieerd in de illegale gokimperia die ze opbouwden.

Persoonlijk onderzoek

Maar de geschiedenis van de Amerikaanse maffia is in dit boek bovenal de geschiedenis van Shorto’s eigen familie. Want de nummer twee van de plaatselijke maffia van Johnstown heette Russ Shorto – inderdaad, de grootvader van de auteur. Dat die misschien wat met de onopgeloste moord te maken had, is een van de gegevens die dit boek van Shorto, die bekend werd met historische studies van de steden New York en Amsterdam, een heel persoonlijk onderzoek maken.

Russell Shorto is naar zijn grootvader vernoemd, en heeft hem nog meegemaakt, toen hij al wat aan lager wal geraakt was. Maar in zijn jeugd werd het maffiaverleden van de familie altijd vermeden als gespreksonderwerp. Het enige dat Russell er als klein kind van meekreeg, was dat zijn vader zich liet voorstaan op zijn nette, burgerlijke carrière buiten de criminaliteit, ondanks druk om ook toe te treden tot de illegale praktijken waar de familie fortuin mee had gemaakt.

Gedurende het onderzoek blijkt dat het precies andersom was: vader Shorto werd juist door grootvader Shorto buiten de criminaliteit gehouden. Zo groeit die vader, die aanvankelijk een soort onderzoeksassistent was, gaandeweg uit tot een van de onderwerpen van het boek, dat ook een verhaal wordt over familiemythes, en over de relatie tussen vaders en zonen. Hij heeft het verschijnen ervan niet meer meegemaakt – de dode waar het boek mee eindigt is de vader van de auteur.

Uw boek is veel dingen tegelijk, een onderzoek naar de maffia, een moordmysterie, een familiegeschiedenis, en het eindigt heel persoonlijk. Was dat vanaf het begin de opzet?

“Eerst dacht ik: ik gebruik mijn grootvader als kapstok voor het verhaal, maar het wordt vooral een studie van de maffia in kleine steden in Amerika. Ik heb mezelf lang voor de gek gehouden dat het gewoon een geschiedenisboek ging worden zoals de andere geschiedenisboeken die ik heb geschreven. Gaandeweg besefte ik dat het persoonlijker moest worden en heb ik besloten de lezer langzaam mee te nemen in dat besef.”

Toch is dit ergens ook weer een stadsgeschiedenis, het genre waarmee u beroemd werd. Maar dan van kleinstedelijk Amerika.

“Amerikanen kennen uit films en boeken het verhaal van de zware jongens in de lange jassen die elkaar in New York en Chicago met machinegeweren neermaaiden. Maar het verhaal van de maffia in een stadje als Johnstown is minder bekend. Wat ik zelf ook niet wist, was dat je dit soort maffia-organisaties overal in het land had, in alle steden ter grootte van Johnstown. Overal functioneerden die maffia-organisaties op ongeveer dezelfde manier.”

Want criminaliteit is een spiegel van kapitalisme, schrijft u ergens.

“Amerikaans kapitalisme heeft altijd een roofzuchtig karakter gehad, waarbij mensen macht verzamelen door alles te doen wat nodig is: politici omkopen, de overheid als instrument gebruiken. Dat zie je bij alle industriëlen die Amerika hebben opgebouwd, en die Amerikanen hebben geleerd te bewonderen: Ford, Frick, Carnegie. En eigenlijk is dat ook het verhaal van Trump: een maffiabaas die alles en iedereen afkoopt en blijft doorgaan. De les is: als je meedogenloos genoeg bent en geen zwakte laat zien, dan beloont Amerika je.

Wat mij trof was hoe immigranten uit zuidelijk Italië, zoals mijn grootvader, zwaar gediscrimineerd werden, en dan komt er ineens een zakelijke kans: de drooglegging, het verbod op alcohol. Dat was hun kans om hun Amerikaanse helden na te doen, en dat is, even heel simplistisch, hoe de Amerikaanse maffia ontstond.”

Kun je de geschiedenis van de maffia opvatten als een geschiedenis van de emancipatie van Italiaanse­­ immigranten?

“Of je kunt zeggen: door de combinatie van immigratie, arbeidsdiscriminatie en zulke wrede rolmodellen heeft Amerika de maffia gecreëerd. En daarna heeft Amerika daar zelf onder geleden, want uiteindelijk werd het een soort ziekte, zoals het zich in de grote steden ontwikkelde. En dan vraag ik me af: nu er weer zoveel haat tegen migranten is, welke nieuwe ziektes roepen we in het leven?”

Wat opvalt in uw beschrijving is dat de maffia zich in kleine steden vooral met gokken bezighield, en dat geweld bijna afwezig lijkt.

“Niet helemaal afwezig. Maar ik denk wel dat dat een belangrijk verschil was tussen de kleinstedelijke maffia en wat er in de grote steden gebeurde. In Johnstown gebeurde alles in de openbaarheid. Iedereen die ik interviewde wist precies wat mijn grootvader deed, waar zijn hoofdkwartier was, waar je kon gokken. De politie wist dat ook, de burgemeester ook, die kwamen af en toe langs en kregen dan wat toegestopt. Het was een fijn evenwicht voor iedereen. Maar als er in een klein stadje regelmatig moorden zouden plaatsvinden, zouden de autoriteiten gedwongen zijn om te handhaven.

null Beeld Patrick Post
Beeld Patrick Post

En dat is ook wat er in mijn boek gebeurde. Dat begint met een moord. Maar die moord is in zekere zin ook het begin van het einde voor de maffia in Johnstown.”

Dat einde kwam misschien ook doordat Italiaanse Amerikanen rond die tijd andere carrièremogelijkheden kregen?

“Zeker, dat is een deel van het verhaal. Ook van het verhaal van mijn familie. Ik vermoed dat dat was waarom mijn opa niet wilde dat mijn vader voor hem kwam werken: omdat het niet meer hoefde. Toen mijn opa jong was, had hij geen andere keus, maar mijn vader had andere mogelijkheden.”

Was het moeilijker of makkelijker om door te dringen tot uw opa dan tot een willekeurige andere historische figuur?

“Wat het ingewikkeld maakte was dat mijn opa zo’n ondoordringbare persoonlijkheid had. Ik werd er gek van, iedereen die ik ernaar vroeg, gaf me hetzelfde antwoord. Wat voor persoon was Russ? ‘Russ was heel stil’. Degene die ik probeerde te vinden, heeft zijn hele leven geprobeerd om zichzelf onvindbaar te maken.

Maar ik denk dat ik toch grip op hem heb gekregen door onderzoek te doen naar zijn familie, door zijn dorpje in Sicilië te bezoeken, door hem te beschouwen als een willekeurige, historische persoon.”

Hij was een valsspeler, schrijft u, niet alleen in de gokhal, maar ook in het leven: een egoïst die zich niet in de kaarten wilde laten kijken.

“Ik ben opgegroeid met een vage notie van hem als een behoorlijk donker figuur, vooral omdat ik die atmosfeer oppikte van de volwassenen om hem heen, die hij veel schade heeft berokkend. Maar door dit onderzoek ben ik toch ook een zekere mate van sympathie voor hem gaan voelen, doordat ik hem nu in zijn historische context kan zien.”

Sommige van zijn streken lijken rechtstreeks uit een maffiafilm te komen. Als het geld Russ naar het hoofd stijgt, hij vreemdgaat, zijn vrouw ontploft, de familie moet bemiddelen… Speelt u bewust met zulke bekende stereotypen?

“Nee, ik heb gewoon mensen geïnterviewd en aantekeningen gemaakt. En ik ken al die films niet, ik heb nooit naar The Godfather of The Sopranos gekeken. Die heb ik altijd bewust vermeden, omdat ik wist: dan komen we terecht bij een onderwerp waarvan ik weg wil blijven. Als kind werd me al geleerd dat we het hier niet over hadden thuis. Het was geen expliciet verbod, maar je begreep wel dat je er niet naar moest vragen. En ik was een braaf kind.”

Echt? Was u dan later als volwassene niet nieuwsgierig?

“Tja, wat ik erover kan zeggen is dat ik die beerput gewoon niet open wilde maken. Het is niet dat ik me schaamde ofzo. Ik denk meer dat ik het idee had dat… wat je net zei: zulke films berusten op bepaalde stereotypen, en ik was misschien bang dat ik die stereotypen dan naast mijn eigen leven moest gaan leggen en ik mezelf liever niet als een stereotype wilde zien. Ik denk dat zoiets ongeveer de redenering was.”

Toen u zich er uiteindelijk toch in verdiepte, kwam u erachter dat u opgegroeid was met een mythe.

“Kijk, mijn vader vertelde natuurlijk ook een verhaal dat pedagogisch acceptabel was. Hij ging niet tegen zijn kleine kinderen zeggen: ik wilde vroeger zo graag bij de maffia. Zoals ik in het boek beschrijf, vond ik het wel moeilijk om hem daarmee te confronteren, toen ik ontdekt had dat hij dat juist graag had gewild.

Maar we konden alsnog goed samenwerken. Ik had hem gevraagd om me te helpen bij de research voor het boek. Dan belde hij een of andere gast van vroeger op die ik niet kende, en gingen we samen naar zijn huis om hem te interviewen. We waren ons er beiden van bewust dat het over iets ging dat aan de wortel lag van het bestaan van ons allebei. Maar je bent ook gewoon aan het werk, en ontwikkelt daardoor een soort werkrelatie met elkaar, en een soort afstand tot het materiaal.”

Zijn uw gevoelens ten opzichte van uw vader veranderd­­?

“Niet door die ene ontdekking. Wel door het hele proces van het schrijven van dit boek, en door het feit dat hij ook nog stierf. Mensen groeien op met een bepaald­­ beeld van wie hun ouders zijn, maar ik kwam er door het schrijven van dit boek achter dat… ik had altijd de neiging om een beetje de draak te steken met de manier­­ waarop hij de dingen aanpakte. Ik kwam er, misschien­­ te laat, achter dat hij er eigenlijk ook maar zijn best deed.

Dat is een vorm van opgroeien, dat je je ouders niet meer ziet als ofwel goden ofwel mensen die gefaald hebben, maar gewoon als mensen die er het beste van proberen te maken. Daar heeft dit boek me bij geholpen.”

Wie is Russell Shorto?

Russell Shorto (1959) is een Amerikaanse journalist en historicus. Eerder schreef hij onder andere­­ Nieuw-Amsterdam: de oorsprong van New York en Amsterdam – geschiedenis van de meest vrijzinnige stad ter wereld. Hij woonde een aantal jaar in de Nederlandse hoofdstad, waar hij directeur was van het John Adams Institute.

null Beeld

Russell Shorto
Pater familias. Het verhaal van mijn familie en de gangsters
Ambo|Anthos; 288 blz. € 22,99

Lees ook

Onder president Trump is de illusie van één verenigd land uiteengespat

Er hebben altijd twee Amerika’s naast elkaar bestaan, verdeeld tussen verlichte en conservatieve waarden. Onder Trump spatte de illusie uiteen dat er voldoende raakpunten waren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden