Interview

Roxane van Iperen schreef over de vroegere bewoners van haar huis, onder wie twee Joodse verzetsvrouwen

Beeld Patrick Post

‘’t Hooge Nest’ is Roxane van Iperens succesvolle boek over de oorlogsjaren van twee Joodse zussen. Daarin kleurt ze veel in. Toch blijft het geloofwaardig. Hoe deed ze dat?

Het zag er de afgelopen jaren op Dodenherdenking en Bevrijdingsdag op ’t Hooge Nest niet naar uit dat er anno 2019 zo’n succesvol boek zou liggen over de oorlogsgeschiedenis van deze tussen bos en hei gelegen Naardense villa met ossebloedrode luiken.

Van Roxane van Iperens ’t Hooge Nest zijn sinds november al zes drukken verschenen; er zijn nu 40.000 exemplaren in omloop. Meerdere avonden per week vertelt Van Iperen in bibliotheken, boekhandels en kerken over hoe zij in 2012 met haar man en drie kinderen in het huis kwam wonen en tijdens het opknappen steeds meer sporen aantrof van het onderduikadres dat ’t Hooge Nest ooit was. Van Iperen kwam erachter dat de zussen Janny en Lien Brilleslijper hier tijdens de oorlog twee jaar woonden met hun gezinnen, ouders, broer en vele verzetsmensen die er kwamen onderduiken. Zij leefden er tot hun uiteindelijke arrestatie betrekkelijk vrij en ‘normaal’. Wie waren deze mensen, en hoe durfden ze dit aan?

“Iedereen die zich een beetje in de Jodenvervolging verdiept heeft, kende de zussen Brilleslijper wel”, vertelt Van Iperen. “Zij waren immers de vrouwen die Anne en Margot Frank in hun laatste maanden in Bergen-Belsen meemaakten en hen zelfs begroeven. Verder wist niemand hier in de buurt iets over de Joden in ’t Hooge Nest.”

Privéproject

Van Iperen besloot om informatie in te winnen door op 4 en 5 mei een informatietafel over de zussen op het wandelpad voor haar huis te zetten, ‘dan lopen hier op de hei zoveel mensen langs’. Ze vroeg aan passanten of ze iets wisten, en legde ieder jaar meer geplastificeerde foto’s en namenlijsten van haar eigen vorderende onderzoek op de tafel. Zelden hoorde ze iets terug. “In het nabijgelegen Huizen wonen families van generatie op generatie. Er woonden hier bovendien vroeger heel veel nazi’s. Er moest toch wel wat overgeleverd zijn? Maar niemand kende de geschiedenis blijkbaar meer.”

Het onderzoek naar ’t Hooge Nest werd vooral een privéproject. Van Iperen informeerde wel eens bij kranten of ze geïnteresseerd waren in een groot stuk over de Joodse bewoners van haar huis voor de edities in de eerste meidagen. Geen reactie. Bij haar uitgeverij Lebowski wisten ze niet van haar jarenlange onderzoek, en ging het vooral over Van Iperens tweede roman.

Het verhaal van de zussen Brilleslijper, dat voor Van Iperen zelf steeds grotere vormen begon aan te nemen, leek er een te blijven voor een kleine kring van familie, vrienden en de nabestaanden van de Brilleslijpers.

Hoe is het toch van een boek gekomen?

“Op een dag liet ik aan mijn uitgever Oscar van Gelderen vallen hoe bijzonder de historie van mijn huis was. Oscar was ook de uitgever van historica Evelien Gans (onderzoekster naar hedendaags antisemitisme die vorig jaar is overleden, red.). Een vrouw die ik altijd erg heb bewonderd. Oscar heeft een scherp oog voor belangrijke verhalen over de Jodenvervolging. Toen hij hoorde dat ik privé al zo lang bezig was met het onderzoek naar de onderduikers op ’t Hooge Nest, en zag hoezeer ik al met het verhaal van Janny en Lien Brilleslijper leefde, zei hij: ‘Laat die roman maar even liggen. Dit boek moet je gaan schrijven. Dit is een verhaal dat je echt wilt vertellen’.”

Beeld Patrick Post

Waarom is het volgens u zo belangrijk om het verhaal van Janny en Lien Brilleslijper te leren kennen?

“Ik ben dat zelf pas in de loop van de tijd gaan inzien. Eerst dacht ik: waarom weet niemand in Naarden, Huizen en Bussum iets over ’t Hooge Nest? Hoe heeft zo’n grote onderduikgroep twee jaar lang redelijk vrij kunnen leven in zo’n bruine buurt als ’t Gooi? Dat had toch een bekend verhaal in de omgeving moeten zijn? Maar er zit eigenlijk een nog veel groter verhaal achter, en dat werd me pas duidelijk toen ik in Israël was voor onderzoek. Iedereen zei daar: twee vrouwen? Joodse vrouwen, die ook nog in het verzet zaten? Dat is heel bijzonder. Zie je nu dat Joden zich wel degelijk verzetten tegen hun uitroeiing?

“Die verhalen zijn amper bekend. Janny Brilleslijper heeft altijd doorgehad dat de deportatie van alle Nederlandse Joden en hun vernietiging mogelijk was. Ze zag al vroeg in welke fuik de Joden zwommen: steeds minder bewegingsvrijheid, geen werk meer, geen scholen, geen huizen, de isolatie, het onderduiken en zelfs het doel van de kampen. In het begin dachten veel Nederlanders, zowel binnen als buiten de Joodse gemeenschap en ook in de familie Brilleslijper, dat het wel goed zou komen. Toen men eenmaal doorkreeg hoe ernstig het was, was het voor velen te laat. De situatie werd stapsgewijs steeds benarder, en hoe dat voelde, heb ik in dit boek willen laten merken.” 

U bent er goed in geslaagd om lezers te laten voelen hoe de Brilleslijpers steeds dieper in hun overlevingsstrijd gezogen worden. Daarvoor heeft u ook grote delen van het boek beeldend geschreven. Durfde u dat zomaar aan? Immers, het gaat hier om een waargebeurd verhaal.

“Boeken over de oorlog zijn er natuurlijk in duizendtallen. Daarover met gevoel schrijven kan goed gaan, maar het kan ook een tranentrekker worden en kitsch opleveren. Alles gaat om het vinden van de juiste balans, en ik kan je zeggen: ik lag er nachten wakker van. ‘Doe ik wel recht aan mijn onderwerp?’, die vraag heeft mij bovenal beziggehouden. Het is misschien niet zo gek dat mijn eerste gedachte daarom was om dit boek zo feitelijk en journalistiek mogelijk te schrijven. Zo begint het in het eerste deel ook. Maar toch was ik daar niet tevreden over. Cijfers, oorlogsfeiten, hoeveelheden, jaartallen: het zegt veel mensen inmiddels niets meer, het laat ze koud als je het getal ‘6 miljoen Joden’ noemt. En het was juist de bedoeling dat de lezer zou denken ‘ik wil eigenlijk niet doorlezen, maar ik moet wel’.

“Bij het tweede en derde deel besloot ik de lezer steeds verder mee te nemen in het hoofd van de zussen. Hoe ze leefden in ’t Hooge Nest, de razzia’s, de angst voor ontdekking. Ik kon daarvoor putten uit een schat aan informatie die de Brilleslijpers daarover hebben achtergelaten.

“Vooral het derde deel, dat in Westerbork, Auschwitz en Bergen-Belsen speelt, was loodzwaar. Hoe het was in de treinen, bij de selecties door Mengele, hoe het voelde om altijd jeuk te hebben van de luizen of in de ziekenbarak te liggen: het moest in een vloeiende beweging geschreven worden en mijn stijl mocht dat verhaal op geen enkele manier in de weg staan. Ik heb dat deel geschreven in zes weken van zeven dagen van 6 uur ’s ochtends tot 11 uur ’s avonds. Daarna was ik de weg kwijt. Je kunt niet te lang met de gruwelen van de kampen bezig zijn zonder gek te worden.

“Dat ik het op deze manier gedaan heb, heeft ook te maken met, ja: Janny Brilleslijper. Ik ben weg van die vrouw. Voel ik me onzeker, dan kijk ik gewoon even naar een filmfragment van haar op Youtube. Die vrouw had ruggengraat.”

Wie een oorlogsboek schrijft, moet rekening houden met harde en scherpe kritiek, zo bleek onlangs weer bij de controverse rond Isabel van Boetzelaars boek ‘Oorlogsouders’. Was u daar niet bang voor?

“Ik moest dat beeld van al die deskundigen die zouden meelezen en kritiek zouden hebben ook echt van me afschudden. Eerst wilde ik overal bronnen, voetnoten en citaten in mijn verhaal aanbrengen om maar aan te geven hoe goed ik het had uitgezocht. Maar uiteindelijk dacht ik: ik moet er lak aan hebben. Ik ben geen historicus. Ik ben jaren bezig geweest alles uit te zoeken, en hoe ik het vervolgens opschrijf is mijn keuze, met de zegen van de familie. Als ik ze had kunnen vragen of ik hun verhaal kon fictionaliseren omdat ik dacht dat het daarmee beter tot zijn recht zou komen, hadden de zussen Brilleslijper ongetwijfeld gezegd: ‘Natuurlijk durf je dat!’

Beeld -

“Toen Willy Lindwer commentaar kreeg op zijn documentaire ‘De laatste zeven maanden’ over Anne Frank, waarin Janny voorkomt, liet zij zich daar niks aan gelegen liggen. ‘Het kan me niet schelen wat ze zeggen’, zei ze tegen Lindwer. ‘Ik weet dat je die documentaire integer gemaakt hebt en ik sta achter je.’”

“Kritiek is soms overigens ook terecht. Zoals Evelien Gans al zei met haar term ‘secundair antisemitisme’: de geschiedschrijving over de Jodenvervolging heeft last van grijze gebieden en nivellering. Voor mij was het allerbelangrijkste dat mijn onderzoek goed was, dat de feiten zouden kloppen en dat ik precies begreep hoe de Jodenvervolging in elkaar zat, van de rol die het notariaat in Nederland speelde bij het registreren van Joden tot de ontmenselijking in de kampen aan toe. Daar ben ik jaren mee bezig geweest. Daar bovenop kwamen de gesprekken met de familie Brilleslijper, de kinderen van Janny en Lien, en alle dagboeken, aantekeningen en filmfragmenten die er van hen zijn overgebleven. Dat uiteindelijk die kinderen blij waren met het boek, het als een standbeeld voor hun moeders beschouwen, dat was voor mij het allerbelangrijkste.”

Vindt u ook dat er sprake is van nivellering in de oorlogsliteratuur?

“Wat ik vooral merk, is dat mensen zo weinig meer weten van de oorlog. Hoe vaak hoor ik niet dat lezers pas voor het eerst door mijn boek vernemen hoe het er in de Jodenvervolging in ons land daadwerkelijk aan toe ging! Ik spreek veel in boekwinkels. Dan zijn er ook altijd bezoekers, ik pik ze er inmiddels meteen uit, van wie je ziet dat ze eigenlijk al weken tegen dat avondje opzien. Oudere mensen, die het allemaal hebben meegemaakt, en bij wie zo’n boek dat dan weer naar boven haalt. Na afloop komen ze op me af en vertellen ze dat ze niet weer over de oorlog willen beginnen tegen hun familieleden, dat mensen er gewoon niet meer op zitten te wachten.

“Dat zijn precies de momenten dat je weet waarom het zo belangrijk is dat deze boeken geschreven blijven worden en dat alles wat er in die boeken staat goed moet kloppen. De kennis over wat er in de oorlog met de Joden is gebeurd, en de rol van de Nederlandse voorhoede daarin, lijkt te verdwijnen, en dat mag niet.”

Beeld Patrick Post

De lezers zien dat blijkbaar ook in. Het boek staat al maanden in de bestsellerslijst. Hoe verklaart u dat?

“Er is door de uitgever een doelgerichte campagne opgezet: een optreden bij ‘De Wereld Draait Door’, waar ik samen met Rob en Kathinka, twee van de kinderen van Janny en Lien, te gast was. Daarnaast heb ik interviews gegeven en veel promotie gedaan in ‘t Gooi, waar ik iedereen te woord heb gestaan, want juist lokaal moest het vuur als eerste worden aangestoken. Het boek liep daar gelukkig vanaf dag één, en dat sloeg al snel over naar de rest van Nederland.

“Het zijn uiteindelijk de lezers geweest bij wie het boek blijkbaar onder de huid is gaan zitten. Ik had me erop voorbereid dat het boek na een paar weken wel uit de winkels zou kunnen verdwijnen. Maar de lezers hebben het een tweede ronde gegund, waardoor het nog steeds publiciteit krijgt.

“Ik krijg brieven van mensen die het elkaar cadeau hebben gedaan, soms van over de hele wereld. Die brieven zijn zo mooi, zo ontroerend. Zo kreeg ik er een van een man van 97 jaar die schreef dat hij na het lezen van ’t Hooge Nest na 75 jaar voor het eerst om zijn eigen onderduik en kamptijd kon huilen. Ik wil misschien nog wel een bijlage maken van al die indrukwekkende reacties die ’t Hooge Nest heeft opgeroepen. Er is iets veranderd sinds mijn eerste pogingen op het wandelpad: mensen beginnen nu eindelijk toch te praten.”

Roxane van Iperen

Roxane van Iperen (1976) bracht haar tienerjaren door in het buitenland en deed vervolgens eindexamen in Sint Michielsgestel. Zij studeerde rechten in Amsterdam, begon haar carrière als advocaat en werkte vervolgens als bedrijfsjurist.

In 2016 debuteerde ze met de roman ‘Schuim der Aarde’ die de Hebban Debuutprijs won.

Ze combineert een zakelijke adviespraktijk met journalistiek werk. Ze schrijft columns en artikelen voor diverse media, vooral over politieke en financieel-economische zaken.

In november 2018 verscheen ‘’t Hooge Nest’, haar eerste non-fictieboek. Van Iperen werkt aan een nieuwe roman.

Roxane van Iperen
’t Hooge Nest
Lebowski; 384 blz. € 21,99

Lees ook:

Boeken over WO II hebben meestal een persoonlijk perspectief, terwijl juist een brede blik veel te bieden heeft

In het grote aanbod aan boeken over WO II tref je meer persoonlijke geschiedenissen aan dan brede perspectieven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden