Review

Rouauds moeder levert postuum commentaar

De Franse schrijver Jean Rouaud (1952) is een laatbloeier. Zijn eerste boek, de roman 'De velden van eer', verscheen pas in 1990; hij was toen achtendertig jaar oud. Hij won er, uitzonderlijk voor een debuut, de Prix Goncourt mee, de prestigieuze prijs van maar 50 francs, en kon zijn Parijse kiosk waarin hij zeven jaar lang kranten en tijdschriften had verkocht, verlaten en gaan leven van de schrijverij. Van zijn debuut werden in Frankrijk meer dan een half miljoen exemplaren gedrukt en het verscheen in ruim twintig landen in vertaling. Ook in Nederland, in 1991, in Van Oorschots Franse Bibliotheek -modern.

De roman is het eerste deel van een familiekroniek. Naar aanleiding van het feit dat hij op zijn elfde jaar de dood van zijn grootvader, zijn oudtante én zijn eigen vader te verwerken kreeg, gaat Rouaud, met de kracht van de verbeelding en op basis van brieven, documenten, foto's, terug naar het verleden en roept hij hun levens en hun omstandigheden op. Hij doet dat met een scherp oog voor tekenende details. De verhalen spelen in het departement Loire-Inférieure, rond Nantes. De Eerste Wereldoorlog vormt het decor van enkele gebeurtenissen en vooral de beschrijvingen van de slagvelden in Belgie en Noord-Frankrijk, waar enkele familieleden door het gifgas omkwamen, zijn huiveringwekkend en onvergetelijk.

Rouaud is niet zomaar een verteller, hij is een stilist, hij poetst zijn zinnen, die vaak erg lang zijn, op tot ze glimmen en weet er toch een heel natuurlijk verloop aan te geven. In de voortreffelijke vertalingen van Marianne Kaas, die zowel het kunstmatige als het vertellende karakter van zijn stijl goed laten uitkomen, is dit alles mooi behouden gebleven. Rouaud heeft zichzelf eens als schrijver vergeleken met Vermeer, de schilder, wiens aandacht zowel naar de compositie als naar het kleine en niet-centrale uitgaat. Zijn onderzoekende manier van schrijven is ook erg geschikt om dicht bij het verleden te komen. Als het legendarische 2 CV'tje van grootvader al meteen in het begin ter sprake komt, volgen er nog twintig bladzijden met dit lekkende autootje, de regenachtige streek, de bestuurwijze van opa en wat er maar allemaal mee verbonden kan worden. Rouaud is een schrijver die uitgaat van een beeld -het 2 CV'tje- en vervolgens de, ook emotionele, betekenissen van dat beeld probeert uit te schrijven.

Na 'De velden van eer' zijn nog twee romans verschenen, die tezamen een trilogie vormen: ze handelen over Rouauds vader ('Illustere voorgangers') en over zijn eigen verleden op het internaat en als teruggetrokken student in het Parijs van 1968 ('De wereld bij benadering'). Vooral de dood van zijn vader, op tweede kerstdag 1963, hij was toen elf jaar, heeft een beslissende invloed op zijn leven gehad. In al zijn romans, kan men zeggen, is die vroegtijdige dood de oergebeurtenis, de motor van het schrijven. De tijd en de dood zijn niet uit te schakelen, maar de schrijver wil ze ongedaan maken, hij tekent protest tegen ze aan. Rouauds debuut eindigt niet voor niets met de woorden ,,Oh, zet alles stil'.

De trilogie bleek nog niet het eindpunt te betekenen van dit onderzoek naar zijn eigen (familie)verleden. Er was nog een belangrijke, hem constituerende persoon die nauwelijks een rol van betekenis speelde in de drie boeken: zijn moeder. Zij was na de dood van haar man, een regelrechte ramp voor haar en het gezin, de winkel in aardewerk gaan bestieren en heeft hem meer dan dertig jaar overleefd. Pas na haar dood in 1996 kon Rouaud over haar schrijven en hij deed dat meesterlijk en ontroerend in de roman 'Voor al uw geschenken' (dat stond achter de naam van de winkel op asbakken die aan goede klanten werden gegeven).

Zo begint deze roman: ,,Ze zal deze regels niet lezen, de kleine schimmige gestalte waarvan men zich verwonderd afvroeg hoe het mogelijk was dat ze door drie boeken heen liep zonder iets van zich te laten horen -of zo weinig, figurante tot zwijgen en stilte gedoemd doordat haar echtgenoot haar ruw was ontrukt, en door een verdriet zo heftig dat ze meende dat zijzelf, haar leven eraan kapot zouden gaan, een verdriet dat de adem afsnijdt, dat verstikt (...).'

Hier verwijst Rouaud naar zijn eerdere trilogie. In die boeken komt trouwens geregeld, in een andere vorm, een herhaling van stof voor of blijkt dat door nieuwe informatie (van bekenden die de romans lazen) een ander perspectief kan ontstaan. De fictie is bij Rouaud, die zijn herinneringen vermengt met verbeelding, altijd relatief. Het grafmonument dat hij voor zijn moeder heeft opgericht in 'Voor al uw geschenken' is toch niet de afronding van zijn romanreeks. In 1999 schreef hij een vijfde deel, dat nu in vertaling is uitgebracht: 'In de hemel zoals op aarde'. Dat boek is qua opzet wel de meest ambieuze titel van de vijf. Het doet een poging de moeder postuum aan het woord te laten over het beeld dat van haar gegeven wordt door haar zoon in de vorige roman. Ingenieus verwerkt Rouaud haar visie (die natuurlijk uit zijn pen komt) vanuit het hiernamaals met eigen overwegingen met betrekking tot de gebeurtenissen zoals die in zijn romans te boek staan. De moeder citeert geregeld uit de vorige roman en geeft haar commentaren: ,,Voor de dingen die ik heb meegemaakt ben ik toch zeker de aangewezen persoon.'.

Onomwonden laat Rouaud weten wat hem met dit romanproject voor ogen heeft gestaan: ,,Niets is zo verhelderend om iets over jezelf te weten te komen als wanneer alle kaarten, die open op tafel liggen, je vertellen waar je vandaan komt, uit wie je ontstaan bent, van welk vermaledijd verhaal je deel uitmaakt'.

Het is onvermijdelijk, en het geldt in zekere zin ook voor de andere romans van Rouaud, dat in deze laatste het schrijven zelf, het schrijven van een familiegeschiedenis met behulp van de verbeelding, vaak onderwerp van beschouwing is. Dat levert dikwijls schitterende typeringen op, zoals deze: ,,Maar ziende blind zijn, dat is de regel. Je drijft de tekst voor je uit, als een ezel waaraan je het overlaat een weg te vinden door het kreupelhout. Vandaar grillige kronkelpaden, vandaar dat soms bijna de grens wordt bereikt waarop je afhaakt, maar je moet vertrouwen hebben in het dier.'

De meest aangrijpende constatering betreft de 'razenden' die plotseling opduiken in de eerste alinea van 'Voor al uw geschenken' (alleen zijn ze daar als 'verdwaasden' vertaald). Rouaud vraagt zich af waarom die daar optreden in verband met de mededeling dat zijn moeder deze regels niet meer zal lezen, want gestorven is. Hij weet het niet, hij komt er pas veel later achter, als hij de doodsstrijd van zijn moeder beschrijft. Het intutieve schrijven was zijn inzicht al voor geweest.

In hoeverre deze vijf romans afzonderlijk te lezen zijn, kan ik, na ze in chronologische volgorde te hebben genoten, moeilijk peilen. Maar wie, zo vraag ik me af, zou ze niet alle vijf en achter elkaar willen aangaan? De openingsbladzijden van 'De velden van eer', met al die regen en dat 2 CV'tje met grootvader achter het stuur die levensgevaarlijk een Gitanes opsteekt, trekken je vanzelf dit vijfdelige meesterwerk in. Daar hoef je alleen maar voor te gaan lezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden