Review

Rotterdam imponeert met grootstedelijk gebaar

Rotterdam heeft in de afgelopen twintig jaar hard gewerkt aan een majestueuze axis, een architectonische lijn die begint op het Hofplein en eindigt achter de Kop van Zuid, waar je als automobilist wordt 'uitgezwaaid' door architectuur van formaat. Hofplein, Coolsingel, over de Blaak en langs de Schiedamsedijk de Erasmusbrug op. Dan ontvouwt zich een stedelijk panorama dat zijn gelijke in Nederland niet kent in schaal, lef en architectonische allure.

De meest recente aanwinsten op de Kop van Zuid zijn de Ichthus Hogeschool van Erick van Egeraat langs de uitvalsweg richting de A16, het nieuwe Luxortheater van Bolles & Wilson en de 'Toren op Zuid' van Renzo Piano op het aanlandingspunt van de Erasmusbrug en een kantoortoren van Norman Foster op de kop van de Wilheminapier. Het zijn grote namen die het profiel van de Kop van Zuid verder versterken, in ieder geval van een afstand.

De grootste teleurstelling is de toren van Foster. Je vraagt je af of de Engelse sterarchitect het ontwerp zelfs maar onder ogen heeft gehad. Foster is de meester van de verfijnde hightech, die op een elegante manier kan spelen met glas en metaal, die strakke sculpturale vormen maakt met een enorme grandeur. Niets van dit al in de toren op de Wilhelminapier. Het is een botte, 'Amerikaanse' kantoorkolos met als bekroning een architectonisch element dat moet verwijzen naar de vroege modernistische architectuur, maar niet meer is dan holle vormretoriek. En dat nota bene naast het prachtige oude hoofdkantoor van de Holland America Lijn in art-nouveaustijl. Eens te meer blijkt dat het uitnodigen van een sterarchitect niet automatisch leidt tot een ontwerp met dezelfde allure.

Ook teleurstellend is de toren van Piano, aan de entree van de Wilhelminapier. Piano heeft net als Foster de potentie om prachtige sculpturale gebouwen neer te zetten, die met veel gevoel voor de menselijke maat en het omringende stedenbouwkundige weefsel zijn gecomponeerd. Het zijn gebouwen die eerder over architectonische poëzie gaan, dan over functionele bouwkunst. Wat Piano normaal gesproken niet nodig heeft, is een spectaculair ornament om de zielloosheid van het totale ontwerp te maskeren. Hij laat het domweg nooit zo ver komen. In Rotterdam heeft hij wel zijn toevlucht gezocht tot zo'n overheersend element: een enorm naar voren hellend vlak met een raster van groene lichtjes, dat als een soort valse gevel voor de toren hangt. Dit hellende vlak is al heel dominant aanwezig, maar om de dramatiek van die beweging nog eens extra te benadrukken, laat de Italiaan het vlak 'steunen' op een monumentale stalen staaf. Alsof een schuingeplaatste lucifer een lucifersdoosje overeind moet houden.

Op zich zijn de intenties van Piano zo slecht nog niet. De toren wordt gehuurd door KPN Telecom en de hellende pui dient als scherm voor de groene lichtjes, die in wisselende patronen opflikkeren (tot ongenoegen van omwonenden overigens, die gek worden van de lichtjes). De monumentaliteit van dit gebaar past in het grootstedelijk landschap van de Kop van Zuid. De rest van de toren is echter van een niksigheid, die bijna ontluisterend is. En het gevelscherm zelf is uiteindelijk te lomp om de vergelijking met de normale Piano-standaard te kunnen doorstaan. De toren is onmiskenbaar een landmark op die plek, maar een naam als Piano roept meer verwachtingen op.

Er direct naast staat het nieuwe Luxortheater van het Duits-Britse duo Bolles & Wilson. Het is strategisch geplaatst op het scharnierpunt van de Wilhelminapier en de Laan op Zuid. Als blok wordt het 'gespiegeld' door het Gerechtsgebouw aan de overkant van de laan, een doos naar ontwerp van Rob Ligtvoet. De twee gebouwen zijn daarmee een soort 'wachters' die de uitvalsweg aan de zuidkant van Rotterdam flankeren. Samen vormen ze als het ware een hedendaagse stadspoort. Al hebben ze allebei een totaal ander karakter. Het blok van Ligtvoet is gesloten, homogeen en introvert, het blok van Bolles & Wilson is als theater uitnodigender en laat zien dat er binnenin een complexe opeenvolging van ruimtes ligt opgesloten.

Bolles & Wilson verwijst in de opzet van het theater aan de constructivistische Russische architectuur uit het begin van deze eeuw. Ieder geveldeel heeft een eigen identiteit en compositorische opzet, zodat er niet één hoofdpui is (zoals bij Piano). Stedenbouwkundig is dit een interessant uitgangspunt, uitgelokt door de centrale plaats op de Kop van Zuid. Om de bijzondere plek aan het water te markeren, laat Bolles & Wilson aan de kadezijde een soort pier uit het gebouw steken, een loopbrug die in het luchtledige priemt en daardoor vooral ornament is. Verder doen de architecten weinig met de kaderrand. Terwijl dat water juist één van de charmes van de Kop van Zuid is. Een gemiste kans derhalve.

Het qua uiterlijk meest ingetogen gebouw van de vier nieuwe, is de Ichthus Hogeschool van Erick van Egeraat. Als glazen doos staat de school volstrekt solitair langs de Laan op Zuid. Het spektakel speelt zich binnen af: een gebouwhoog atrium met aan weerszijde oplopende 'terrassen' met zit- en studieplekken. De enige aanwijzing die we hiervan in het exterieur krijgen, is de glasgevel aan de voorzijde, die een 'buikje' lijkt te hebben (een gebogen onderrand die de glooiende lijn van de oplopende terrassen naast de atriumvloer volgt).

Van Egeraat noemt het blok zelf een verwijzing naar de typische havenarchitectuur, waarmee hij waarschijnlijk de pakhuisachtige monumentaliteit van de school bedoelt.

Geheel conform de trend van de tijd, heeft Van Egeraat zijn gebouw heel strak en bijna abstract gedetailleerd. Het is een minimalistische sculptuur, waarbij geprononceerde horizontale 'regels' in het exterieur voor de enige dynamiek zorgen. Je ervaart de school als een coherent geheel, terwijl in het interieur blijkt dat er duidelijk onderscheiden segmenten zijn, met elkaar verbonden door trappen, loopbruggen en tussenzones.

Door dit soort hoogwaardige bouwkundige onderdelen is de Kop van Zuid een architectonische parel in de kroon van Rotterdam. Daar doen de tegenvallende torens van Foster en Piano ook niets aan af. Het grootstedelijke gebaar dat op deze plek wordt gemaakt is imponerend. Dit gebaar krijgt ook een context door de bouwactiviteiten in de rest van de stad. Door het consequent werken aan het hoogbouw-uiterlijk van de binnnenstad heeft de architectuur in Rotterdam een schaal en maat die past bij een wereldhaven. Een architectuur gebouwd op de ambitie om een 'Manhattan aan de Maas' te zijn, met een stedenbouwkundige signatuur die past bij een stad die vrijwel geheel in de moderne tijd is opgezet, na de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden