BoekrecensieKlassieker

Roth’s Ira is boos, maar dit is meer dan een smakeloze wraakexercitie

null Beeld

Het merkwaardige, maar ook fascinerende Ik was getrouwd met een communist , van Philip Roth, onlangs in een nieuw jasje verschenen, gaat over onze natuurlijke neiging ons vast te klampen aan het eigen gelijk.

Het had iets van een soap. Philip Roth (1933-2018) en actrice Claire Bloom zijn nog geen jaar van elkaar gescheiden als Bloom in 1996 Leaving a Doll’s House publiceert, haar autobiografie, die ze voor een groot deel wijdt aan dat stukgelopen huwelijk met Roth. Echt flatteus is Blooms portret van de schrijver niet. Ze schetst een labiele, egocentrische, jaloerse, dwingende man die Bloom dwingt haar achttienjarige dochter uit huis te zetten en bovendien met regelmaat blijkt te zijn vreemdgegaan. Claire Blooms boek werd een bestseller en mensen stelden, zoals dat gaat, hun beeld van Roth bij. Nare man. (Er wordt zelfs beweerd dat hij vanwege Blooms memoires geen Nobelprijs kreeg.) Roths reactie? Hij schreef er een roman over.

Dat boek, Ik was getrouwd met een communist (1998), het middelste deel van Roth’s ‘Amerikaanse trilogie’ verscheen deze zomer in een nieuw jasje ter gelegenheid van de verschijning van Blake Bailey’s geruchtmakende biografie over Roth. Hoe doet die roman, die ook los te lezen is, het nu, zoveel jaar na dato?

Rigide, theatrale, ‘hysterische’ dame

De relatie met het boek van Bloom ligt er duimendik bovenop. Ik was getrouwd met een communist vertelt het levensverhaal van Ira, wiens huwelijk met Eve Frame, een beeldschone actrice, op de klippen loopt, dit mede vanwege Frame’s achttienjarige dochter Sylphid, die Ira het bloed onder de nagels vandaan haalt. Als de actrice, hier geframed als een rigide, theatrale, ‘hysterische’ dame (antisemitisch bovendien), ontdekt dat Ira haar met verschillende vrouwen bedriegt, besluit ze een autobiografie te schrijven.

In dat boek haalt Eve Ira’s naam door het slijk. Uit wraak, misschien. Of om een gevoel van zelfbeschikking terug te winnen. (“Ik ben degene met de naam”, legt een van Roths personages Eve in de mond, “en ik bezit de mácht die bij de naam hoort! (...) Ik heb niet zomaar een mislukt huwelijk. Het gaat om het mislukte huwelijk van een ster!”)

Opmerkelijke vertelvorm

Merkwaardig is deze roman al in de vorm. Verteller is Nathan Zuckerman, een schrijver, zestiger, die gedurende zes avonden met de negentigjarige Murray (Ira’s broer) praat óver Ira. Ira zelf is dan al ruim dertig jaar dood, maar de twee intellectuelen spreken zo allemachtig uitvoerig over zijn leven (bovenal over dat stukgelopen huwelijk) dat hun interesse in hem obsessief aandoet. Terwijl hun typering van Ira zo’n gedeelde obsessie maar matig invoelbaar maakt.

null Beeld

Als je Ira in één woord zou moeten omschrijven, dan is dat: ‘boos’. Hij groeide als Joods jochie op tussen de Italiaanse gangsters, waar hij leerde van zich af te bijten. Iets te goed misschien, want deze reus van een vent zou er de rest van zijn leven een dagtaak aan hebben zichzelf in toom te houden; “Zijn leven was één groot zoeken geweest naar een manier om niet te moorden.” Wat hem hielp bij het reguleren van zijn woede, was het geven van bevlogen speeches op communistische bijeenkomsten. De verder niet bijzonder intelligente Ira blijkt wel getalenteerd in het overtuigend brengen van andermans teksten.

Mccarthyisme

En zo hinkt de roman (en het personage Ira) op twee onderwerpen: de desintegratie van een huwelijk en de verklikkerscultuur tijdens het Mccarthyisme, onderwerpen die met een beetje goede wil aan elkaar te linken zijn met het woordje ‘verraad’, maar elkaar in de praktijk vooral beconcurreren.

Sommige recensenten serveerden Ik was getrouwd met een communist af als een smakeloze wraakexercitie. Roth zou Bloom een koekje van eigen deeg hebben willen geven. Niet één, niet twee, maar drie mannelijke hoofdpersonages (in zekere zin drie Philip Roths) plaatst de schrijver tegenover Eve Frame. Allemaal laten ze zich denigrerend over haar uit. Het zijn pijnlijke passages, vaak over vele pagina’s uitgesmeerd, die inderdaad het karakter hebben van een nauwelijks vormgegeven tirade.

Maar dan introduceert Roth op pagina 256 een nieuw personage. Leo Glucksman, docent aan Nathans universiteit. Ira was een vaderfiguur voor verteller Nathan geweest, en Glucksman wordt er ook een. Glucksman begint meteen te oreren over zijn literatuuropvatting, en voorziet daarmee impliciet de vertelling zelf van commentaar. “Kunst als wapen?”, spuugt hij de hier nog piepjonge verteller toe, “het motief om serieuze literatuur te schrijven is het schrijven van serieuze literatuur”. Als een auteur zeker is van z’n eigen gelijk, preekt hij, dan levert dat ‘botte, primitieve, domme, propagandistische rotzooi’ op. Ook via Glucksman is Roth aan het woord, natuurlijk. Of misschien moet ik zeggen: pas hier is hij écht aan het woord.

Machteloze woede

Met het personage Ira heeft de schrijver moeilijk te onderdrukken woede willen onderzoeken. Het is het soort machteloze woede dat Eve Frame ertoe gebracht moet hebben haar autobiografie te publiceren. Woede die blind maakt voor andermans perspectief. Ik was getrouwd met een communist gaat over onze natuurlijke neiging ons vast te klampen aan het eigen gelijk. Over hoe kwetsuur, rancune en wraakzucht je het zicht kunnen ontnemen op de complexiteit van menselijke relaties.

Het kan prettig zijn om ergens in te geloven, ergens voor te strijden, ergens tegen te strijden, maar dapperder is het om je eigen overtuigingen te bevragen. En het levert interessantere boeken op. Daarover ging voor mij deze wilde, merkwaardige, alle kanten op waaierende, maar daardoor ook buitengewoon fascinerende roman: jezelf blijven bevragen. Omdat je, in de woorden van de oude Murray Ringold, “zonder de grote leugen van de deugdzaamheid die je zegt waarom je doet wat je doet, jezelf voortdurend moet afvragen: waarom dóé ik wat ik doe? En met jezelf moet leven zonder het te weten”.

null Beeld

Philip Roth
Ik was getrouwd met een communist
Vert. Else Hoog. De Bezige Bij; 382 blz. € 20,99

FRAGMENT

‘Niets is zo noodlottig voor de kunst als het verlangen van de kunstenaar om te bewijzen dat hij goed is. De verschrikkelijke verleiding van het idealisme! Je moet beheersing krijgen over je idealisme, over je deugdzaamheid en je slechtheid, esthetische beheersing over alles wat je er in de eerste plaats toe drijft om te schrijven – je verontwaardiging, je politieke opvattingen, je verdriet, je liefde! Als je gaat preken en standpunten gaat innemen, je eigen gezichtspunt als superieur gaat beschouwen, dan ben je waardeloos als kunstenaar, waardeloos en belachelijk. Waarom schrijft u die proclamaties? Omdat u “geschokt” bent als u om u heen kijkt? Omdat u “ontroerd” bent als u om u heen kijkt? Mensen geven het te makkelijk op en spelen hun gevoelens. Ze willen meteen gevoelens hebben, dus zijn “geschokt” en “ontroerd” de makkelijkste. De stomste. Zeldzame gevallen daargelaten, meneer Zuckerman, is geschoktheid altijd nep.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden