Review

Roolvink kon niet op tegen 'die harde boerenkop'

Abraham Kuyper, de grondlegger van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP), wist al dat het gereformeerde volk op zijn tijd een aanzienlijk hartiger slokje apprecieerde dan het al te braaf geachte zoopje chocolademelk. Voorts wist hij dat die appreciatie al evenzeer gold voor de omgangsvormen onder elkaar. Bij voorkeur niet al te zoetsappig, maar liefst recht voor zijn raap. Per slot van rekening stonden er niet de geringste zaken op het spel: het ging om het tot gelding brengen van Gods wil op deze aarde, op basis van geheiligde beginselen waarop alleen de ARP het patent had.

Maar zelfs deze Kuyper zal nimmer hebben kunnen bevroeden dat zijn werkkamer in het Kuyperhuis te Den Haag nog eens het decor zou zijn van een heroïsche krachtmeting tussen Bouke Roolvink en Barend Biesheuvel, die beiden opteerden voor het leiderschap van de ARP. Onder leiding van partijvoorzitter Berghuis waren beide heren op 27 september 1966 daar bijeengekomen in een laatste poging om tot overeenstemming te komen.

Het pakte anders uit. Roolvink die wel aanvoelde dat het moderamen van de ARP meer op de hand van Biesheuvel was, ging frontaal in de aanval. Volgens Roolvink had het moderamen tegen Biesheuvel moeten zeggen: ,,Die komt gewoon niet in aanmerking. Die hoort bij ons niet thuis'. En toen Biesheuvel hiertegen protesteerde, riep Roolvink: ,,Ik wil nu tegen die harde boerenkop van jou wel eens zeggen, dat ik het niet neem'.

Na afloop van deze sessie zou Berghuis in zijn aantekeningen noteren dat er in de Kuyperkamer ,,een allesbehalve christelijk gesprek had plaatsgevonden'. En dat is nog een understatement, want enkele maanden later zou Berghuis aan het papier toevertrouwen dat hij schoon genoeg had van een landbouwminister (Biesheuvel), die zich opstelt als 'een verwende jongen' en 'een overspannen fractievoorzitter' (Roolvink). Tezamen bedierven zij zijn lust in het partijvoorzitterschap. Berghuis begon na te denken over aftreden.

Een boek waarin met zoveel gevoel voor detail en drama zo'n geschiedenis in kaart wordt gebracht, kan niet meer stuk. Dat compliment verdient Jan-Jaap van den Berg die niet alleen een fraai boek schreef over een bewogen periode uit het bestaan van de ARP, maar die ook nog kans zag daarop te promoveren, afgelopen donderdag aan de Vrije Universiteit. Daarmee leverde hij een dubbele prestatie, want meestal is het niet mogelijk om zowel het een als het ander te doen. De wetenschappelijke verantwoording dwingt vaak tot uitputtende verhandelingen, waarmee het vaak onmogelijk is de aandacht van de lezer gevangen te houden.

Maar Van den Berg houdt de spanning er meestal in. Al lezend vraag je je voortdurend af: hoe is het mogelijk geweest dat een partij met zulke tegengestelde opvattingen overeind kon blijven als een fiere partij van mannenbroeders, in ieder geval tot de fusie met het CDA. De partij bleek in de jaren vijftig behoorlijk op drift te raken. Zo werden de traditionele anti's, de mensen voor wie de beginselen heilig waren - en samenwerking met de PvdA 'fataal' omdat die partij er een ,,levensgevaarlijke staatsbeschouwing op na hield' -, al gauw geconfronteerd met meer pragmatische geesten zoals de toen jonge Jelle Zijlstra die de beginselen als empty boxen kenschetste. En de pragmatischen kregen later weer te maken met de evangelisch radicalen. Zo was het altijd wat. Deining, kortom zoals ook de titel van het boek luidt.

Wat bond hen eigenlijk? Je moet aannemen dat zij zich tesamen gedragen en gebonden voelden door de Schrift. Maar als je leest hoe ze elkaar daarmee te lijf gingen. . . in één woord fascinerend. Mensen als Ruppert, De Gaay Fortman en later ook Aantjes die aansturen op samenwerking met de PvdA versus Roolvink voor wie het 'lood-om-oud-ijzer' is en die in CNV-kring als 'een verrader' wordt beschouwd omdat hij op het laatste moment toetreedt tot het 'werkgevers-kabinet'-De Quay.

Het is nog ingewikkelder als we bedenken dat de anti's in feite niets moesten hebben van liberalen en socialisten. Zo begroette Bruins Slot, de vroegere hoofdredacteur van Trouw en in die jaren tevens fractievoorzitter van de ARP, in 1958 het eind van de rooms-rode samenwerking als ,,de gelukkigste dag van mijn leven'. Omdat, zoals hij al eerder had opgemerkt, dat het volk zou leren dat het een 'dwangvoorstelling' is om te denken dat het zonder de PvdA niet kan. Om er vervolgens toch weer in één adem aan toe te voegen dat de winst van de VVD zorgwekkend is, ,,aangezien het liberale gif door onze mensen veel sneller wordt ingezogen dan dat van de PvdA'.

Maar zelfs binnen het christen-democratische kamp deugt er volgens de anti's weinig. Tijdens de kabinetsformatie in 1958 schrijft De Gaay Fortman geïrriteerd aan Berghuis ,,over het gescharrel met personen en departementen' en dat hij gruwt van het ,,weerzinwekkend geknutsel van de Roomsen'.

Wat willen ze dan eigenlijk wel, de mannenbroeders? Eigenlijk Gods koninkrijk op aarde. Dat is het ideaal dat uiterst rechts en uiterst links binnen de partij bindt. Rechts zoekt daartoe zijn kracht in de aloude beginselen. Links daarentegen zoekt het in een radicale politiek die een einde moet maken aan de armoede in de wereld en in een krachtige overheid als schild voor de zwakken.

In dat krachtenveld valt de ARP van het ene drama in het andere. Van de door de ARP veroorzaakte 'dakpancrisis' in december 1960 tot de spectaculaire 'ommezwaai' van Bruins Slot in de kwestie-Nieuw-Guinea.

Dat waren nog eens tijden. Hoewel, laten we niet te hard van stapel lopen, want tezelfder tijd schreef het partijblad Nederlandsche Gedachten in 1964 ook serieus over het probleem of ARP'ers hun kinderen in deze warme zomer des Zondags op een ijsje mochten trakteren. Het advies: ,,De beste oplossing is vaak op zaterdag de ijsjes voor de zondag in de ijskast te zetten'.

Dit ijsje zou je als een metafoor kunnen beschouwen voor de worsteling van de ARP. Zoals Van den Berg aantekent: de meer pragmatische dan principiële oplossingen waartoe men in de regel kwam (een principieel dilemma opgelost met een moderne technische vinding als een ijskast) oogden echter willekeurig en konden niet geheel bevredigen. Dat is waar. Het zou ook een verklaring kunnen zijn waarom uiteindelijk de meer pragmatischen in de ARP aan het langste eind hebben getrokken en zo de partij veilig in het CDA konden loodsen. Sindsdien is het oude vuur van de anti's aanzienlijk getemperd. Dat is jammer. Iets van heimwee daarover klinkt door in dit boek en ik moet zeggen: dat is ook de charme van dit oeuvre, want zo mag deze grondige studie wel genoemd worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden