Review

ROODKAPJE STIERF IN 1821

Umberto Eco geeft een rangorde van interpretaties van een verhaal die begint met de meest waarschijnlijke en eindigt met de meest onwaarschijnlijke. De eerste is de beste en de laatste is onzin. Waar ligt de grens? En wat zegt dat over de tragische patronen, over luiheid en vlijt, over eetgewoonten? Wat zijn de sexuele implicaties van die schoorsteen? Hoe zit het met al dat gehijg en gepuf? Umberto Eco, The Limits of Interpretation. Indiana Univ. Press, Bloomington and Indianapolis, 1990, 296 blz. - f 79,90. Umberto Eco e.a., Interpretation and Overinterpretation. Cambridge Univ. Press, Cambridge, 1992, 151 blz. - f 36,35.

MAARTEN VAN BUUREN

Onderweg at de slaaf een stuk of wat vijgen op. Als de vriend van zijn meester hem, na lezing van de brief, daarover berispt, ontkent hij heftig en beschuldigt de slaaf het papier van valse getuigenis. Bij een volgende gelegenheid verbergt de slaaf de brief onder een steen, voordat hij zich aan het eten van de vijgen zet. Toch wordt hij opnieuw beschuldigd. Deze keer bekent hij, overdonderd door de goddelijke vermogens van het papier.

De schrijver en semioticus (tekentheoreticus) Umberto Eco vertelt dit verhaal aan het begin van zijn recente studie The Limits of Interpretation en herhaalt het nog eens in de dit jaar verschenen bundel Interpretation and Overinterpretation. Wat is de moraal van dit verhaal volgens Eco? Het maakt duidelijk dat een tekst in ieder geval een letterlijke betekenis heeft.

Dat mag een waarheid lijken als een koe, in de discussies over de fundamentele meerduidigheid van de taal, zoals die de afgelopen decennia in de tekst- en literatuurwetenschap hebben gewoed was dat beginsel steeds meer omstreden geworden.

In zijn laatste boeken neemt Eco stelling in dat debat. Hij geeft toe dat een zin of een tekst soms meerdere betekenissen kan hebben, maar, zegt hij, een zin kan niet alles betekenen. Die misvatting verwijt hij het zogenaamde 'deconstructivisme', dat in het voetspoor van de Franse filosoof Derrida met name in Amerika opgang heeft gemaakt. Deze boeken vormen dan ook de theoretische achtergrond van Eco's roman De slinger van Foucault, waarin hij het ongebreidelde zoeken naar verborgen betekenissen in de meest vergezochte hoeken ook al op de hak had genomen.

Om zijn argumenten kracht bij te zetten verzint Eco een aantal situaties waarin Wilkins' brief steeds met andere ogen wordt gelezen. De eerste, meest letterlijke lezing heeft Wilkins zelf al aangegeven. Maar stel je eens voor, zegt Eco, dat de slaaf onderweg wordt vermoord. Mandje en brief komen na verloop van tijd toch bij de geadresseerde aan. Die begrijpt de inhoud van de brief, maar snapt alleen niet hoe het mandje bij hem terecht is gekomen. Of de brief wordt gevonden door een semioticus, die denkt dat de brief in een geheime code is gesteld, waarin 'mandje' staat voor 'leger' en 'vijg' voor 'duizend soldaten'. De boodschap luidt dan dat een bevriend leger van dertigduizend man in aantocht is.

Of de ontvanger is een kenner van de middeleeuwen, die alles weet van allegorieen en hermetische symboliek, zoals de helden in De slinger van Foucault. Volgens hem moet de boodschap gelezen worden als een beeldspraak waarin 'vijgen' verwijzen naar 'vruchten' en die weer naar 'goddelijke genade'. Met enige goede wil kan die brief dus heel veel betekenen. Maar niet alles, schrijft Eco. Hij kan niet betekenen: "Napoleon stierf in 1821" .

Eco bouwt in dit voorbeeld een rangorde van interpretaties op die begint met de meest waarschijnlijke en eindigt met de meest onwaarschijnlijke. De eerste is de beste en de laatste is onzin. Maar waar ligt de grens?

Taal is nooit volstrekt eenduidig, zo had Eco aan het begin van de jaren zestig al geconstateeerd. Tussen teken en betekenis ligt een breuk die steeds opnieuw overbrugd moet worden door interpretatie. Naarmate de relatie tussen teken en betekenis onzekerder wordt, wordt de speelruimte voor interpretatie groter. Het grootst wordt die misschien wel in bepaalde literaire werken, waarvan het bijna ondoordringbare Finnegan's Wake van James Joyce een berucht voorbeeld is. Niet voor niets besteedde Eco in een van zijn eerste boeken uitgebreid aandacht aan dit boek en gaf hij zijn studie de titel Opera aperta (Het open kunstwerk) mee.

Dat boek verscheen in het begin van de jaren zestig. Het structuralisme was in opmars en zou gaandeweg de menswetenschappen gaan beheersen. Literaire werken werden beschouwd als gesloten systemen van onderling samenhangende elementen. Eco nam een eigenzinnig standpunt in door de openheid van die werken te benadrukken en de lezer een actieve rol toe te kennen bij de interpretatie van de tekst. Dat was een vooruitstrevend standpunt in de dagen waarin er van 'receptie-esthetica' nog geen sprake was.

We zijn nu dertig jaar verder. Structuralisme en receptie-esthetica zijn gepasseerde stations en de deconstructie staat in het centrum van de belangstelling. Maar de deconstructivisten geven de vrijheid van de lezer veel te veel ruimte, vindt Eco. Zij isoleren details uit de tekst, fantaseren daar volgens hem een eind op los en veronachtzamen de organische samenhang van het werk. Als reactie daarop is Eco vooral die samenhang weer gaan benadrukken. Daarmee komt hij, ironisch genoeg, dichter in de buurt van de klassieke structuralisten dan hij voordien ooit was geweest.

Eco gaat er stilzwijgend van uit dat de tekst uiteindelijk maar een betekenis kan hebben. De interpretaties die zijn goedkeuring kunnen wegdragen zijn dan ook correct, maar weinig verrassend. Het is maar zeer de vraag of dat, vooral waar het over kunstwerken gaat, ook de beste interpretaties zijn.

Waardevolle interpretaties bieden een nieuw en onverwacht perspectief op de tekst. En die komen, zegt de literatuurwetenschapper Jonathan Culler in een reactie op Eco (opgenomen in Interpretation and Overinterpretation) juist tot stand onder 'maximale interpretatieve druk'. Alleen dan worden verbanden en mogelijkheden zichtbaar die tot dan toe onopgemerkt waren gebleven. Zelfs kinderverhalen als dat van de grote boze wolf bieden aanknopingspunten voor het stellen van onverwachte vragen die een nieuw licht werpen op onze cultuur en dus ook op de betekenis die zo'n verhaal daarbinnen bezit.

"Wat zegt - schreef Cullers collega Wayne Booth - dat verhaal over de relatie tussen blanke en zwarte rassen? Over de tragische patronen in de geschiedenis van de mens? Over de drieeenheid? Over luiheid en vlijt, gezinsstructuur, huisinrichting, eetgewoonten, maatstaven van rechtvaardigheid en wraak? Wat zijn de sexuele implicaties van die schoorsteen - of van de strikt mannelijke wereld waarin sex nooit ter sprake komt? Hoe zit het met al dat gehijg en gepuf?" Dergelijke vragen werpen een veel interessanter licht op de betekenis van dit soort verhalen dan de benadering die Eco voorstaat en waarin een wolf in de eerste plaats gewoon een wolf is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden