Review

Rond het plafond van Mantegna

'De Geschilderde Kamer' geldt als de beste roman van Inger Christensen - een schrijfster die volgens de Denen allang de Nobelprijs had moeten winnen. Het boek speelt zich af in het 15de-eeuwse Mantua, telt nog geen honderd pagina's, maar kan zich meten met om het even welke breed opgezette historische roman.

De Deense schrijfster Inger Christensen is in Nederland nog bijna volledig onbekend. In Denemarken weet iedereen dat Christensen tot de groten behoort en dat het hoog tijd wordt dat zij met de Nobelprijs wordt onderscheiden. Ze schrijft al vanaf 1962 poëzie, toneelstukken, essays, romans en zelfs kinderboeken, maar het is vooral de poëzie geweest waarmee ze naam kreeg.

In Nederland zou zoiets niet snel gebeuren, maar in Denemarken is altijd al veel belangstelling geweest voor dichters. De poëziekritiek maakt een belangrijk deel uit van het literaire leven: zij is van een hoog niveau en volgt de ontwikkelingen niet alleen in de Deense maar in de hele Scandinavische dichtkunst.

In 1969, nadat Christensen twee experimentele romans had geschreven, verscheen de gedichtencyclus 'det' ('het'), die nog steeds als een mijlpaal in het Deense literaire landschap staat. Klank en ritme worden hier in een strak keurslijf geperst, waardoor ze als op miraculeuze wijze tot bloei komen. In de proloog klinkt dat zo: ,,Het. Dat is het. Dat is het begin. Het is. Het gaat door. Beweegt. Verder. Wordt. Wordt het en het en het. Gaat verder dan dat. Wordt iets anders. Meer. Verbindt iets anders met meer en gaat door iets anders te worden en meer. Gaat verder dan dat. Wordt iets naast iets anders en meer. Wordt iets. Iets nieuws. Iets nieuwers nog.''

In de bundel 'alfabet', vorig jaar in vertaling verschenen bij Meulenhoff, gaat ze op analoge wijze te werk. In een meeslepende opsomming volgens de letters van het alfabet beschrijft ze zowel de rijkdom van de natuur als de ellende van het menselijk bestaan. De lengte van de strofen volgt de reeks van Fibonacci (waarin elk getal de som is van de twee voorgaande getallen: 1, 2, 3, 5, 8, 13 etc.), waardoor de cyclus een ritmische spanning krijgt die het moeilijk maakt te stoppen met lezen.

Christensens proza ligt in het verlengde van haar poëzie. Thema's als de verhouding tussen mens en natuur en de rol van taal komen hier weer terug. De bondigheid van haar stijl is ook in haar romans opvallend. 'De Geschilderde Kamer', alom beschouwd als haar beste roman, telt nog geen honderd pagina's, maar kan zich makkelijk meten met ongeacht welke vuistdikke historische roman. Doordat het verhaal vanuit drie verschillende standpunten verteld wordt, ontstaat een complex netwerk van verhaallijnen die elkaar aanvullen, maar elkaar ook dikwijls in twijfel trekken of zelfs regelrecht tegenspreken.

Hoofdpersoon is de 15de-eeuwse schilder Andrea Mantegna, die vooral bekend is om zijn prachtige schilderingen in de hal van het paleis van zijn opdrachtgever de hertog van Mantua, Lodovico Gonzaga. Vooral het plafond is bijzonder, omdat Mantegna de figuren die op het balkon staan, zo sterk verkort heeft weergegeven dat het lijkt alsof ze werkelijk van daarboven neerkijken op degenen die beneden staan. Mantegna was de eerste kunstenaar die een zo extreem perspectief aandurfde; later vond zijn werk navolging en bedacht men er zelfs een speciale term voor: sotto in s-. Rondom de schildering van deze kamer heeft Christensen haar drie vertellingen gesitueerd. Als eerste komt Gonzaga's secretaris aan het woord, een man die verbitterd en cynisch is geraakt nadat zijn geliefde Nicolosia met Mantegna trouwde.

De intriges en affaires aan het hof doen denken aan 'Het bezoek van de lijfarts', van Per Olov Enquist. Maar waar Enquist zijn fictie bijna als een verzameling feiten presenteert en de menselijke motieven en drijfveren van de gebeurtenissen probeert af te pellen, daar volgt Christensen de omgekeerde weg door de feiten gaandeweg aan te kleden met zo veel mogelijk interpretaties. De historische gegevens die Enquist probeert bloot te leggen, verstopt Christensen juist moedwillig onder telkens nieuwe verhalen en nieuwe gezichtspunten. Dat blijkt wel in de sprookjesachtige vertelling die volgt.

Centraal staat Nana, de dwergdochter van Lodovico Gonzaga. Zij trouwt met Piero, zoon van de hovenier, die, zo wordt haar verteld, eigenlijk een onecht kind van paus Pius II is. Het boekje dat Nana krijgt toegestopt, bevat gedichten en verhalen geschreven door de paus, die inderdaad bekend stond om zijn literaire talenten (en zijn onechte kinderen). Zijn bekendste verhaal, 'Het Verhaal van de twee Geliefden', weeft Christensen prachtig door haar vertelling heen. Ten slotte lijkt elk verhaal de weerspiegeling van een ander verhaal te zijn. 'De Geschilderde Kamer' is niet alleen een historische roman, maar ook een verhaal over het vertellen van verhalen. De rijkdom aan stijlen en de vele onverwachte wendingen geven het boek een complexiteit die hier onmogelijk geheel uit de doeken gedaan kan worden, maar die literatuurwetenschappers het water in de mond zal doen lopen. Christensens bedachtzame, afgewogen woordkeus zorgt bovendien voor rust en eenheid, wat het tot een genot maakt rond te dwalen in dit doolhof.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden