Review

RONALD GIPHART, 'GIPH'Waar praten we eigenlijk over?

Ronald Giphart, 'Giph', uitg. Nijgh en Van Ditmar, 224 blz. - f 29,50.

Zijn alter ego zit op de w.c. te bekomen van een teleurstellende ontmoeting met zijn schrijfidool Jeroen Brouwers en maakt zich kwaad over alles en iedereen. Hij beslist om niet meer mee te doen in het literaire wereldje en nog alleen maar voor de lol te schrijven: "schrijven is masturbatie, meer niet, me schrijven is me aftrekken."

Als ik mij goed herinner werd deze blijde boodschap ook al verkondigd in Gipharts debuut, het vorig jaar verschenen 'Ik ook van jou'. Dat boek was hier en daar wel amusant, maar bleef toch steken in jongetjesmet-meisjes-verhalen, zodat mij de korte samenvatting die de uitgever in mijn recensie aantrof, wel correct voorkomt: "...neuken en nog eens neuken..."

Ook in de nieuwe roman is Giph tot vervelens toe gepreoccupeerd met sex en ook in zijn vrienden- en vriendinnenkring lijkt wel geen ander onderwerp tot de mogelijkheden te behoren. "Ik vind jullie altijd zo kinderachtig" zegt iemand op een gegeven moment en zo is het ook. De pueriele omgangsvormen en gedachtengangen in dit boek zijn over het algemeen te genant voor woorden, niet in de laatste plaats vanwege het studentikoze, ironische toontje:

"Mijn probleem is waarschijnlijk dat ik zo volmaakt tevreden met mezelf ben. Ik hou van mezelf, en dat is eerlijk gemeend. Ik krijg voortdurend hartaanvallen van het lachen om mezelf. Ik hecht grote waarde aan alles wat ik zeg. Ik vind mezelf uitermate geschikt, sterker nog: ik ben mijn beste vriend, mijn favoriete auteur, mijn liefste minnaar, mijn bondgenoot, door dik en dun!"

De zelfingenomenheid van deze schrijver komt tot uitdrukking in de manier daarop hij schrijft. Schrijven is voor hem een vorm van kletsen op papier, emmeren, roddelen, memmen. Als het maar leuk is. De roman is ook aan iemand gericht en ik ben bang dat dat niet de lezer is, maar dat Giph het als volbloed solipsist tegen zichzelf heeft. Zodra hij zich wat minder voelt, kan hij nauwelijks uit zijn woorden komen, en staan er onmachtige formuleringen als: "Op de een of andere manier werd ik daar behoorlijk droevig van."

De wereld van Giph bestaat uit de vrienden Thijm en Monk, de meisjes Asja, Debby, Noelle, Celine, Andrea en nog wel een aantal, de oudere vrouw Freanne en een boel feesten en sex in de stad Utrecht, een skivakantie met het hele stel, neuzen op het boekenbal in Amsterdam en op Geerten Meijsings AKO-feest in De Brakke Grond. Bij die laatste gelegenheid vindt de eerste ontmoeting plaats met de literaire god van het vriendenclubje, Jeroen Brouwers. Op het eind van de roman, bij een hernieuwde ontmoeting, valt deze god van zijn voetstuk. De roman levert dan een verbazend staaltje van vadermoord.

Meijsing en Brouwers zijn niet de enigen die onder hun eigen naam in het boek optreden, ook Joost Zwagerman - optredend in het Utrechtse Cafe Zeezicht is door de vrienden benaderd en afgeluisterd. Zo kan ik uit deze roman het volgende vernemen: "Joost schold op de dichter Tom van Deel en vertelde dat hij die eens in de verte had zien lopen en toen maar achter een boom was gaan staan om Tom niet in elkaar te slaan." Ik ben mij van geen kwaad bewust, maar daar gaat het nu niet om. Het is deze kant, deze roddelkontige kant van het boek die er naast het sexgezeur zo'n nare smaak aan geeft.

Giph is van de weeromstuit helemaal bekeerd tot de jongetjesliteratuur waar Brouwers in 'De Nieuwe Revisor' tegen fulmineerde. Ook het kwaadspreken en insinueren van mensen als Luijters en Spaan destijds heeft hij overgenomen, in de wetenschap dat er als je een paar namen van schrijvers niet versleutelt, kans op een relletje bestaat.

Een uitgever in het boek waarschuwt een keer voor deze Giph: "Maar dat is tuig, die jongen, hoor. Dat is een rrrrat." Ook als Giphart niet zo royaal was geweest om deze visie op zijn personage op te nemen in zijn roman, was deze gedachte wel opgekomen. Giph is het typische voorbeeld van een inlikker, iemand die mee wil doen met de literatuur, ook al zweert hij op het eind quasi dramatisch alle deelname aan het literatuurbedrijf, zoals optredens en interviews, af.

Wat een flauwekul allemaal, wat een oppervlakkige onzin. Wat een slap mengsel van vlotheid, ironie en zelfingenomenheid. Volg eens de beweging die wordt gemaakt in deze zinnen:

"Toch kan ik niet ontkennen dat ik soms ook onaangenaam getroffen in elkaar krimp om alle domme dingen die ik in mijn leven zelf heb gedaan, de blunders die ik heb gemaakt, de overbodige beledigingen, de zinloze leugens die ik heb verteld en later natuurlijk weer ongemerkt heb tegengesproken. Soms baal ik van mezelf zoals ik van anderen baal. Gelukkig komt dit niet vaak voor. Een van mijn sympathieke trekken is dat ik van mezelf veel meer kan hebben dan van anderen. Hoe diep is mijn minachting voor mensen die openlijk debiteren 'depressief' te zijn, zich 'down' voelen, het niet meer zien 'zitten'. Allemachtig, denk ik dan, de hongerende kinderen in Somalie, die hebben het moeilijk, waar praten we eigenlijk over? Maar vanzelfsprekend gelden er voor mezelf afwijkende regels. Ik vind het een van de meest bevredigende stemmingen die er zijn: zwaarmoedigheid. Eigenlijk ben ik pas echt gelukkig als ik me rot voel, daar komt het wel op neer. Wat dat betreft kan ik nu ten dage mijn lol weer aardig op."

Dit is proza waar inderdaad geen ander woord voor is dan: kinderachtig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden