Review

Ronald de Rooy herleest Dante

Welke klassiekers verdienen het herlezen te worden? Deze maand bespreekt 'het kanon' vijf Italiaanse meesterwerken van voor 1860 - het jaar van de Italiaanse Eenwording. Vandaag: Dante's Goddelijke Komedie.

Misschien is het wel de opvallendste eigenaardigheid van de hele Italiaanse literatuur: Dante Alighieri (1265-1321), de allergrootste van alle Italiaanse schrijvers, is tegelijkertijd de eerste. Vóór hem zijn er nauwelijks literaire werken in de Italiaanse volkstaal geschreven. Een gigant, een strenge, intimiderende, alleswetende vaderfiguur die een onuitwisbaar stempel drukte op al wie na hem kwam. Zijn 'Komedie' gaat over alles en is geschreven in een taal die al eeuwen lijkt te bestaan. Volgens de 20ste-eeuwse dichter Giovanni Giudici schiep Dante een 'monument voor de Italiaanse taal', maar hij deed dit nog voordat deze taal feitelijk geboren was.

Dante's immense populariteit berust tegenwoordig vooral op het eerste deel van zijn meesterwerk. Het 'Inferno' is de favoriet van de meeste Dante-lezers. Daarvoor zijn externe factoren als verklaring aan te voeren - het 'helse', 'middeleeuwse' karakter van de tijd waarin wij leven bijvoorbeeld - maar ook psychologische. Zoals vaker gebeurt bij grote autobiografieën (denk aan die van Alfieri, Proust, Paustovski...), zijn lezers intenser betrokken bij het verhaal van de vroegste levensfasen waarin de onbevangen, onrijpe ik-persoon geconfronteerd wordt met een avontuurlijke wereld, fouten maakt en daarvan begint te leren. Wanneer deze turbulente fase zijn afsluiting nadert, verliezen sommigen hun interesse, vooral wanneer dat leven in rustiger en/of succesvoller vaarwater geraakt.

Met Dante gebeurt iets dergelijks wanneer lezers hun lectuur van de Goddelijke Komedie na het Inferno eindigen en zodoende nooit het strand of de terrassen van de louteringsberg bereiken, laat staan het aardse paradijs of de hemelsferen van het Paradiso... Eigenlijk is dat gek, want het Paradiso is in feite het happy end van de hele Komedie, de hoofdreden dat Dante zijn werk überhaupt Komedie heeft genoemd: volgens de middeleeuwse handboeken hoorde een komedie ellendig te beginnen en vrolijk te eindigen.

De geringere populariteit van het Paradiso is gedeeltelijk de schuld van diezelfde Romantici die Dante's revival in de 19de eeuw zo sterk inzetten. Hun uitgesproken voorkeur voor de dynamiek en innerlijke tegenstrijdigheden van Dante's helse personages, hun felle afkeer van allegorie en theologie creëerden een té eenzijdig beeld van de Komedie. Veel professionele Dantelezers hebben terecht en met succes geprobeerd dit eenzijdige beeld bij te stellen. Purgatorio en Paradiso wonnen aan populariteit en de hele 20ste eeuw is in zekere zin naar een volledige appreciatievan de Komedie toegegroeid. Niettemin duurt de partiële receptie van de romantici nog steeds voort.

Binnen en buiten Italië is Dante de meest gelezen van de Italiaanse klassieken, maar grote delen van zijn Komedie blijven onbekend, een onbekendheid die gedeeltelijk berust op misverstanden en vooroordelen. Dante's 'Paradiso' is geen ontoegankelijke middeleeuwse verhandeling over theologie en mystiek, maar een onbeschrijflijk mooi crescendo van licht en liefde. De eerste verzen spreken over goddelijk licht, ,,Het glorieuze licht van de Al-beweger /dringt in het hele universum door”, en de laatste over goddelijke liefde, ,,de liefde /die ook de zon beweegt en de andere sterren.” Zelfs in het paradijs verliest Dante bovendien de aarde allerminst uit het oog. Hij kijkt soms letterlijk omlaag naar ons piepkleine wereldbolletje en hij blijft er met de hemelbewoners over spreken.

De Italiaanse 'Società Dantesca' heeft op vrijwel alle plaatsen waaraan Dante in zijn Komedie refereert de bijpassende citaten op marmeren gedenkstenen geplaatst. Op een wandeling door het oude stadshart van Florence zien we flink wat van deze gedenkstenen op de middeleeuwse palazzi, sommige nauwelijks meer leesbaar door luchtvervuiling. Het merendeel van de geciteerde teksten stamt ni¿et uit het Inferno, maar juist uit het Paradiso. Daar, halverwege de middeleeuwse kosmos, in de hemel van Mars, ontmoet Dante namelijk zijn betovergrootvader Cacciaguida. Naast een uitvoerige nostalgischeterugblik op het Florence uit vroeger tijden, vindt Dante in deze ontmoeting de voltooiing van zijn missie als mens en dichter.

Het Paradiso is een happy end en dat is écht niet uitsluitend bedoeld voor de happy few. Dat werd op kerstavond 2002 nog maar eens bewezen door de populaire komiek Roberto Benigni. Gedurende een ruim twee uur durende uitzending op RaiUno's prime time en niet onderbroken door reclameboodschappen (een unicum) las en becommentarieerde Benigni voor een publiek van maar liefst 14 miljoen Italianen het laatste canto van het Paradiso. Hier probeert Dante de absolute climax van zijn reis naar God onder woorden te brengen. Hij staat er oog in oog met God: het ultieme geluk dat een levend mens ten deel kan vallen.

Hoewel Dante aan het begin van het Paradiso zijn lezers waarschuwt dat zijn 'schip' onbekende en gevaarlijke wateren gaat doorkruisen en dat degenen die niet gewend zijn aan het theologische 'brood der engelen' maar beter de kust kunnen opzoeken, houdt hij er gedurende de hele cantica wel degelijk rekening mee dat ten minste een deel van de theologisch minder voorbereide passagiers ni¿et is afgehaakt.

Zonder het Paradiso is de Komedie niet af.

De recentste vertalingen van Dante's 'Paradijs' zijn die van Frans van Dooren (Ambo, 1987), van het duo Ike Cialona en Peter Verstegen (Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2000) en Rob Brouwer (Primavera Pers, 2002). De citaten komen uit deze laatste vertaling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden