Review

Ronald de Rooy herleest Boccaccio

Welke klassieke auteurs verdienen het herlezen te worden? In de serie Italiaanse meesters vandaag: Boccaccio.

Met Giovanni Boccaccio (1313-1375) krijgt de Italiaanse letterkunde haar eerste echte rasverteller.

Na een periode die werd gedomineerd door de (Franse) roman en de (hoofse) poëzie, betekende Boccaccio's creatie van de novelle halverwege de 14de eeuw een ware emancipatie van het korte verhaal, dat vervolgens aan een triomftocht door de hele Italiaanse literatuur begon. In Boccaccio's eigen tijd waren al verschillende epigonen actief, en het genre van de novelle verovert ook in de daaropvolgende perioden een belangrijke plaats.

In de Renaissance, de 19de en de 20ste eeuw beleefde de Italiaanse novelle hoogtijdagen. De roman was lange tijd de grote afwezige in de Italiaanse letterkunde, en ook nadat Alessandro Manzoni de historische roman importeerde, bleef het romangenre in de 19de en 20ste eeuw maar moeizaam aansluiting vinden bij de Italiaanse volksaard. Korte romans en verhalenbundels waren altijd veel populairder.

De vorm van Boccaccio's 'Decamerone' berust op een geniale succesformule die lang en kort combineert en die bovendien variatie en veelzijdigheid (100 novellen, 10 vertellers, ontelbare personages) neutraliseert binnen een kader van eenheid (de raamvertelling, de auteur). De spanning tussen wetmatige ordening en spontane variatie wordt door Boccaccio optimaal benut en uitgebuit, waardoor de Decamerone een boek is dat zijn lezers keer op keer blijft verrassen. Telkens ontdek je nieuwe lijnen, spiegelingen en doorkijkjes; het is dan ook terecht vergeleken met organische uitermate complexe vormen als die van een boomblad of een schelp.

Boccaccio lanceerde niet alleen een succesvol genre, ook de stilistische kenmerken van zijn proza werden al snel een model voor veel Italiaanse vertellers na hem. De humanist Pietro Bembo verhief Boccaccio's proza officieel tot norm, waarbij hij echter zijn stilistische veelzijdigheid behoorlijk indamde: Bembo dichtte de modelfunctie van Boccaccio's proza namelijk vooral toe aan de verheven en gepolijste stijl van de raamvertelling, en in veel mindere mate aan de naar zijn smaak té levendige en ruwe novellen. Ook de gevarieerde inhoud van de Decamerone onderging regelmatig verminkingen. Dergelijke verminkingen leiden in de 20ste eeuw tot extreme visies, waarbij de Decamerone werd gelezen met een pornografisch vergrootglas of werd geanalyseerd als een geraffineerd verhaaltechnisch hoogstandje.

Zo ontstonden banale seksuele en pornografische interpretaties en tientallen expliciet seksuele verfilmingen. Het grappige is dat Boccaccio al in de Conclusie van het werk de noodzaak voelde zich te verdedigen tegen lezers die vonden dat hij vrouwen woorden had laten gebruiken en aanhoren 'die niet voor kuise damestongen of -oren geschikt zijn'. De auteur verdedigt zich met beroep op zijn 'kuise' taalgebruik: ,,in mijn ogen is niets onfatsoenlijk, zolang het in eerbare termen wordt gezegd''. Overal waar er sprake is van seksuele handelingen zegt hij bewust gebruik te hebben gemaakt van verhullend taalgebruik, metaforen en eufemismen: ,,Zijn termen als gat en pin, stamper en vijzel, worst en saucijzenbroodje dan te vermijden?'' Talrijke Italiaanse auteurs na Boccaccio waren hem meer dan dankbaar voor het aanleggen van een zo uitgebreid arsenaal van metaforen.

Aan het andere uiterste van het spectrum ontstonden geraffineerde visies die juist de verteltechnische kwaliteiten van Boccaccio op overdreven manier benadrukken. De Decamerone wordt dan gezien als een geslaagd narratologisch experiment waarbij Boccaccio alle mogelijke verhaaltypen in één enkel boek zou hebben willen samenpersen.

De waarheid ligt in het midden. De kracht van de Decamerone ligt juist in zijn formele en thematische veelzijdigheid, en in de veelheid aan benaderingen die deze veelzijdigheid mogelijk maakt.

Maar uiteindelijk, voor de lezers van nu, telt vooral Boccaccio's verteltalent, een talent dat ook door moderne grote vertellers wordt gewaardeerd. D.H.Lawrence zag in Boccaccio de 'fresh healthy naturalness of the Italian storyteller' en de Florentijn Aldo Palazzeschi is in zijn roman 'Sorelle Materassi' (1934) op zoek naar Boccaccio's 'purissima giocondità', zijn 'natuurlijke blijmoedigheid'.

In zijn jeugd, toen zijn vader hem naar Napels had meegenomen om daar het vak van bankier en koopman te leren, observeerde de jonge Boccaccio het leven in al zijn facetten. Hij kwam in contact met kooplieden, zeelui, boeren, maar ook met koningen en prinsessen. Hij zoog hun verhalen op en in de koninklijke bibliotheek las hij alle boeken. Het beste werd door hem bewaard en later geïmiteerd, geparodieerd, en getransformeerd. Zo ontstonden personages en verhalen die eeuwenlang actueel en fris zijn gebleven. Over de eenvoudige, naïeve Andreuccio uit Perugia voor wie één onfortuinlijke nacht in het criminele Napels genoeg is om de kunst van het leven te leren. Over de moedige en welbespraakte prinses Ghismonda die haar overdreven jaloerse vader trotseert en tot in de dood trouw blijft aan haar eenvoudige, deugdzame minnaar. Over de groothartige edelman Federigo degli Alberighi die zijn hele fortuin verkwist aan zijn liefde voor Giovanna, en die haar liefde pas wint als hij, als armoedzaaier, zelfs het laatste restje van zijn adellijke status, een valk, aan haar offert: ,,Ik weet best dat hij geen rooie duit bezit. Maar ik wil liever een man die behoefte heeft aan rijkdom dan rijkdom die behoefte heeft aan een man.'' Over madonna Filippa uit Prato die is betrapt op overspel, maar die met een gevat antwoord aan de rechter haar doodsvonnis weet om te zetten in vrijspraak én een wetswijziging ten gunste van vrouwen met een 'overschot' aan liefde...

Het zijn stuk voor stuk verhalen zoals we ze vandaag de dag nog steeds graag lezen, verhalen van arrogantie en hoogmoed die voor de val komt, van de machtigen der aarde die door slimme onderdanen op hun nummer worden gezet of tot andere, mildere inzichten worden gebracht, van de zwakkeren der samenleving die hun voordeel of hun gelijk weten te halen door slimheid of scherpe tong. Kortom verhalen over de kracht van de menselijke intelligentie, waarmee iedereen kan bereiken wat hij of zij wil. Verhalen uit een ver verleden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden