Review

Romantiek leidt tot verlamming

Antonio Muñoz Molina is een van de meest gelezen en gezaghebbende Spaanse auteurs van het ogenblik. Terwijl hij het ene boek na het andere aan zijn oeuvre toevoegt, is onlangs bij uitgeverij De Geus zijn debuutroman 'Beatus Ille' uit 1986 in vertaling verschenen, een postmoderne anti-detective die veel van het latere werk aankondigt, zoals bijvoorbeeld het ambitieuze 'Ruiter in de storm' (1991), waarin eveneens de zoektocht naar identiteit en authenticiteit centraal staat.

ILSE LOGIE

Na een studentenoproer in Madrid vlucht de letterenstudent en wees Minaya in 1969, nog onder het Franco-regime, naar zijn geboortestad Mágina, het imaginaire Andalusische plaatsje waar Muñoz Molina veel van zijn verhalen situeert. Minaya neemt zich voor onderzoek te doen naar het leven en werk van Jacinto Solana, een vrijwel ongepubliceerde dichter van de generatie van de Republiek die, zo neemt men althans aan, in 1947 door de franquistische politie werd gefusilleerd. Minaya trekt in bij zijn oom Manuel, jarenlang de boezemvriend van Jacinto en weduwnaar: zijn vrouw Mariana verloor hij in de huwelijksnacht van mei 1937 -tijdens de Burgeroorlog dus-, naar verluidt door een verdwaalde kogel. Wanneer Minaya verborgen manuscripten van Jacinto Solana vindt, waaronder een soort dagboek met als titel 'Beatus Ille', meent hij de ware toedracht over Mariana's dood te hebben achterhaald en raakt hij helemaal in de ban van zijn onderwerp. Maar op het moment dat de lezer denkt dat de ontknoping nabij is, wordt duidelijk dat hij, samen met Minaya, op een dwaalspoor is gezet. Dan blijkt namelijk dat er in deze roman twee raadsels moeten worden opgehelderd: niet alleen wie Mariana vermoordde, maar ook wie die overkoepelende, ongeïdentificeerde vertelinstantie is die ons alle informatie heeft verschaft. Ondanks zijn voorgewende alwetendheid heeft deze verteller, merken we achteraf, al die tijd deel uitgemaakt van het verhaal. Alle verworven gewaande zekerheden worden dus weer op losse schroeven gezet. De lezer heeft zich door al te conventionele verwachtingspatronen van het detectivegenre om de tuin laten leiden.

De titel van de roman, tevens die van Jacinto's dagboek, is ontleend aan Horatius en betekent voluit: ,,Gelukkig hij die, ver van staatszaken, zijn vaderlijke landgoed bewerkt met zijn ossen.' Die drang om zich uit het actieve leven terug te trekken en in de literatuur of de romantische liefde op te gaan is vooral bij de mannelijke personages Jacinto, Minaya en in mindere mate Manuel sterk aanwezig. Het is een streven dat Muñoz Molina afkeurt, omdat het volgens hem tot een verlammende en steriele inactiviteit leidt. Bij nader inzien heeft Jacinto over de hele linie, zowel als mens als als schrijver gefaald, omdat hij alleen met het volmaakte genoegen kon nemen.

Toch valt op dat de auteur in dit debuut nog erg ambivalent staat tegenover de mystificerende kracht van kunst. Het feit dat hij dit probleem in zijn boek aankaart, bewijst dat hij er zelf nog niet mee in het reine was; dat hij, hoezeer hij er ook voor op zijn hoede wilde zijn, nog altijd door de bedwelmende aspecten van het schrijverschap werd aangetrokken. Desondanks kiest hij aan het eind resoluut de zijde van Minaya die, in tegenstelling tot Manuel en Jacinto, de confrontatie met de realiteit aangaat, het familieverleden achter zich laat en met zijn geliefde Inés naar Madrid vertrekt.

Eenzelfde strijd als die van Minaya heeft Muñoz Molina, als we zijn artikelen en essays erop nalezen, ook geleverd. Hij maakte immers deel uit van de literaire generatie die, in de tweede helft van de jaren tachtig, een nieuw, de ervaring en emotie niet schuwend, realisme boven het formalisme en estheticisme van de jaren zeventig verkoos. Zoals Minaya zich eerst Jacinto's denkbeelden moest toe-eigenen om er naderhand afstand van te kunnen nemen, verkende Muñoz Molina eerst allerlei artistieke tradities (hij experimenteerde met genres, met film, verwerkte nationale trauma's zoals hier de Burgeroorlog) vooraleer hij zijn eigen weg vond. Uiteraard is dat realisme dat hij nu beoefent heel anders dan dat uit de negentiende eeuw. Aangezien inmiddels wordt uitgegaan van de onachterhaalbaarheid van de waarheid, kunnen auteur noch lezer onmogelijk nog vrede nemen met een afgeronde ontknoping. Dit verklaart de verrassende wending aan het eind van 'Beatus Ille'.

Muñoz Molina's eersteling is bijzonder goed gestructureerd, zit tactisch sterk in elkaar en laat stilistisch een heel eigen geluid horen. Elke aanwijzing blijkt naderhand een functie te hebben, maar wordt op zo'n zijdelingse manier aangebracht dat alles onvoorspelbaar blijft. Ook de tekortkomingen die Muñoz Molina's oeuvre af en toe ontsieren, zijn hier al zichtbaar: de opbouw van 'Beatus Ille' is wat te vernuftig, de overlapping tussen heden en verleden te mechanisch, en de poëtische stijl soms zwaar op de hand of langdradig. Dit debuut bevat met andere woorden alle kiemen waaruit 'Ruiter in de storm', 'Volle maan' of het nog niet vertaalde 'Sefarad' zijn gegroeid, boeiende romans waarin het verlangen, de herinnering en de plaats van het schrijven in de samenleving met toenemend vakmanschap aan de orde worden gesteld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden