Review

Romanticus Ruud Vreeman valt voor arbeiderscultuur

De geengageerde literatuur levert weinig werk op dat de tijd overleeft, is de ervaring van de PvdA'ers Frits Niessen en Erik Jurgens. Deze zomer sloten zij zich enkele dagen op in de Rotterdamse bibliotheek, ter voorbereiding van De heren van Den Haag zijn onderweg, een bloemlezing van gedichten over politiek en maatschappij.

REDACTIE: MARCEL TEN HOOVEN

Zij lazen honderden gedichten en verzen over dit thema. Uitgeput kwamen ze tot de conclusie dat veel gedichten die reflecteren op de politiek of maatschappelijke misstanden, door de tand des tijds tot gedateerde rijmelarij zijn gedegradeerd.

Doorgaans loopt het mis, zodra de auteur zich vereenzelvigt met een politieke of sociale beweging. Om die reden ontbreken dichters als Adama van Scheltema en Henriette Roland-Holst in de bundel van Niessen en Jurgens. Alleen groten als Gorter, hebben de samenstellers ondervonden, kunnen zich een dergelijk engagement veroorloven zonder noemenswaardige concessies aan de artistieke kwaliteit, hoewel Gorter onbedoeld op de lachspieren werkt, als hij meldt dat het socialisme een eikeltje is.

Bij wijze van afschrikwekkend voorbeeld, mag worden aangenomen, hebben Niessen en Jurgens het gedicht Een linkser kabinet-Den Uyl van Jan Kal in de bundel opgenomen. Kal, volgens kenners een verdienstelijke sonnettendichter, vergaloppeerde zich in 1977, na de val van het kabinet-Den Uyl over de grondpolitiek, met deze karikatuur van het CDA:

Tegen de driekoppige monsterzuil

het CDA, dat praat uit elke muil,

geeft een PvdA die wint de hoop

op een wat linkser kabinet-Den Uyl.

De PSP kan de sociale knoop

niet doorhakken, zodat ik overloop

en deze voorhoedepartij verruil

voor de sociaaldemocratie die kroop.

Laat niet het CDA met het gehuil

van Wiegel meedoen in de wolvekuil,

maar houdt onze gemeenschapsgrond goedkoop.

Al worden hier en daar je handen vuil,

ga ik uit voorzorg tegen rechtse sloop

het vakje roodmaken voor Ome Joop.

Al met al vrees je bij voorbaat het ergste van het boekje De factor Arbeid, waarin Ruud Vreeman een zoektocht onderneemt naar het engagement met arbeiders in literatuur en muziek. Al op de eerste pagina's lijkt deze vrees te worden bewaarheid, als de tweede voorzitter van de Partij van de Arbeid zijn lezers op de hoogte stelt van zijn nostalgische hang naar de romantiek van de arbeiderscultuur: “Met de eigen muziek - voor mij de rock and roll en de blues - de eigen sport - voetbal - en de eigen symbolen.” Vreeman bewondert handarbeiders, meldt hij, om het vakmanschap dat hijzelf ontbeert en om het doorzettingsvermogen: “Hoe vaak heb ik na een bezoek aan een inpaklijn in een fabriek gedacht: hoe houden mensen dit vol?” Ook de tekeningen van Marisca Reinders in sociaal-realistische stijl geven de indruk dat we met een boek vol arbeidersromantiek te doen hebben.

Verplicht nummer: studie in de strokarton

Onwillekeurig gaan de gedachten terug naar de jaren zestig, zeventig. De arbeiders zien, waarschijnlijk tot hun verwondering, talloze intellectuelen opstaan, die zich onder het motto Hun strijd is onze strijd solidair met hen verklaren. Vooral na Parijs mei '68 raken linkse intellectuelen behept met het idee dat zij een zijn met de arbeiders. In kleding en spraak dragen zij dat idee uit, tot hilariteit van de arbeiders zelf.

Aan universiteiten als die van Amsterdam, Groningen, Nijmegen en Tilburg (in een studentenactie omgedoopt tot Karl Marxuniversiteit) bereikt dit sentiment grote hoogten. Bij de Groningse docent psychologie Ton Regtien, in zijn studententijd leider van de bezetting van het Amsterdamse Maagdenhuis, is het een verplicht nummer onderzoek te doen in de strokartonindustrie, symbool van de arbeidersstrijd.

In de strokarton speelt de communistische stakingsleider Fre Meis een rol die vele intellectuelen voor de CPN wint. Studenten die zich met de communisten verbroederen, raken soms in schizofrene rolconflicten verzeild. In de Amsterdamse Nieuwmarkt staan ze ineens achter de Mobiele Eenheid, oog in oog met actievoerders tegen de metro. Om de werkgelegenheid is de CPN, in het Amsterdamse college van burgemeester en wethouders vertegenwoordigd, fel voorstander van de aanleg van deze ondergrondse verbinding.

Fraai is de anekdote van de CPN-sympathisant, een student van goede komaf, die zich in zijn vrije tijd overgeeft aan de sport van het grote geld, autoracen. Op de vraag of hij deze liefhebberij met zijn overtuiging kan verenigen, antwoordt hij: “Ik ben de bezitter van de produktiemiddelen toch niet.”

In de PvdA breekt de romantische stroming door na de geslaagde greep naar de macht door Nieuw Links, eind jaren zestig. Tot dan toe ontleent de partij juist haar grote kracht aan het samengaan van arbeiders en een intellectuele elite in een verband. Dat is vanouds zo. Zowel in de PvdA als in haar voorloper, de SDAP, worden deze uitersten verenigd door de idee van sociale rechtvaardigheid. De Sociaaldemocratische Arbeiderspartij heet in de wandeling de Schoolmeesters, Dominees en Advocatenpartij. Vooral schoolmeesters zijn in groten getale aanwezig. De kweekschool, de 'arme-luis-universiteit', is de logische keuze voor kinderen uit een arbeidersmilieu die hogerop willen.

Tot de doorbraak van Nieuw Links vormen de hand- en hoofdarbeiders in de PvdA een redelijk organisch geheel, kleine ergernissen daargelaten. Het wrange is, stelt de Leidse hoogleraar parlementaire geschiedenis Joop van den Berg vast, dat met Nieuw Links een generatie intellectuelen in de partij aantreedt die een met de arbeiders zegt te zijn, maar hen in werkelijkheid afstoot.

Van den Berg: “Met hun gepraat over de permissive society, de tolerantie voor het vreemde, wenden den ze zich af van de arbeiders, die het liever ordelijk houden. Het is de tijd dat PvdA-vergaderingen gewoonlijk tot twaalf, half een 's nachts duren. Op die bijeenkomsten is geen arbeider meer te zien. Die moet de volgende ochtend om half zeven op.” In Van den Bergs waarneming solidariseren de intellectuelen in de PvdA zich vooral naar de vorm met de arbeiders, niet naar inhoud. “In het beginselprogramma van 1977, veruit het dikste uit het bestaan van de PvdA, komen de woorden sociale zekerheid noch vakbeweging voor. Maar sommige Tweede-Kamerleden kleden zich wel als arbeiders. Met spijkerbroek, zonder stropdas. Tot grote ergernis van de arbeiders onder de aanhang, trouwens. U bent toch onze volksvertegenwoordiger, zeiden zij, kleedt u zich eens behoorlijk aan.”

Hockeycoach uit Heemstede houdt van voetbal

Je vreest dus het ergste van Vreemans boekje, vooral omdat hij bij uitstek de tweeslachtigheid personifieert van de welgestelde intellectueel met een hang naar de werkvloer. De ene Vreeman woont in Heemstede en coacht een hockeyteam, de andere houdt van voetbal en rock and roll. Ook hij heeft tijdens zijn studie arbeids- en organisatiepsychologie bij Regtien de strokartonindustrie in Oost-Groningen onderzocht.

Vreeman, ben je geneigd te denken, zou zich het lesje van de dichter Hans Vlek ter harte moeten nemen, die over arbeiders opmerkt dat zij, met alle respect, denken dat je rijmen schrijft met kop en staart:

Dus in het bruine buurtcafe zit je

als een zonderlinge

vogelverschrikker

wat voor je uit te staren,

wereldvreemd

geborgen in nesten van taal, bang

alles uit te moeten leggen.

Er gaapt een kloof

en je hebt niets te zeggen.

Vreemans geliefde stijlfiguur belooft evenmin veel goeds over zijn speurtocht naar het sociaal-realisme in de kunst. In een kennelijke poging zijn tekst ook voor mindergeschoolden begrijpelijk te houden is hij geneigd om op zijn hurken te gaan zitten met korte, extreem korte zinnetjes. Een willekeurig voorbeeld: “Het recht van de sterkste, de willekeur. Wat betreft het loon en overwerk. En bazen die het systeem in stand houden. Soms uit overtuiging. Soms mild, omdat het niet anders kan.”

Maar het moet gezegd, het valt mee met Vreemans romantiek. Hij mag in een enkele zinnetje een romantisch zeemansbeeld schetsen van dansende hoeren in Manila, zijn observatie van het leven van de Jeepney-chauffeurs in de Filipijnse hoofdstad is de moeite waard. Enkele pagina's lang denk je dat Vreeman een wel zeer romantisch beeld schetst van de saamhorigheid in de mijnen, met de platitude: “In de mijn is er geen discriminatie, wordt gezegd. Daar is immers iedereen zwart.” Maar even verderop, als hij de Belgische auteur Laatsman citeert over de grote mijnramp in Marcinelle (1956), in de Borinage, laat hij zien hoe de schuld in de schoenen van de Italianen, Polen en Tsjechen wordt geschoven.

Zijn hoofdstuk over voetbal begint eveneens in de lijn van de verwachting, als Vreeman erkent dat Feyenoord zijn grote favoriet is om het 'werkvoetbal' dat de ploeg speelt. Hij kan zich vinden in de woorden van Feyenoord-trainer Van Hanegem: “Verplaats je in een supporter die in een fabriek werkt. Als jullie, spelers, het 's zondags hebben laten afweten, gaat hij met de pest in zijn lijf naar zijn werk, waar ze hem de rest van de week lopen te zieken. Vind je het gek dat hij dan 's zondags te keer gaat, als jullie je stinkende best niet doen?”

Vreeman geeft vervolgens een originele draai aan zijn verhaal. Hij laat zien dat technisch geschoolde trainers bij Feyenoord falen (Bengtsson, Dorjee, Verbeek) en praktijktrainers slagen (Jansen, Happel, Van Hanegem). Hij vervolgt: “Een artiest uit Rotterdam, Mario Been, kwam niet uit de verf tussen de werkers. De werker Israel uit Amsterdam paste bij Feyenoord. Hoe anders is het bij Ajax. Veel artistieke voetballers uit de eigen kweek. De werkers op het middenveld komen van buiten: Wouters, Lerby, Neeskens. Ajax weerspiegelt de cultuur van de handel. Geen clubtrouw, maar opleiden en verkopen.”

Toch kan Vreeman, zoals hij zelf toegeeft in zijn inleiding, romantische gevoelens soms niet onderdrukken in zijn beschrijvingen van het arbeidersbestaan. Dan doet hij denken aan de intellectuelen van de Mei '68-generatie, koketterend met het halve jaar achter de lopende band in hun studententijd.

Joseph Luns wist de PvdA op haar pijnlijke plek te pakken, die keer op dat terras aan een Fries water. In de verte zag hij een luxe jacht aankomen. Op het dek ontwaarde hij even later de PvdA-prominent Sicco Mansholt, de minister en Europese commissaris in ruste. Luns stond op en riep over het water: “Sta op, verworpenen der aarde.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden