Rokus Hofstede: ‘De Angelsaksische hegemonie is een van mijn bronnen van onvrede’.

InterviewVertalen en schrijven

Rokus Hofstede: ‘Een vrouwelijke collega vond het onbegrijpelijk dat een macho als ik Annie Ernaux had vertaald’

Rokus Hofstede: ‘De Angelsaksische hegemonie is een van mijn bronnen van onvrede’.Beeld Fred Debrock

Lekker met een boekje in een hoekje, daar houden Rokus Hofstede en Bregje Hofstede allebei van. Toch werd de oom vertaler en de nicht schrijfster. Wat zit daar achter? En waarom hebben deze francofielen beiden zo’n hekel aan de Engelstalige hegemonie in de literatuur?

Ze zijn elkaars oom en nicht. Ze zitten allebei in de literatuur, hij als vertaler, zij als schrijfster. En ze delen hun liefde voor het Frans en hun afkeer van de Engelstalige dominantie. We hebben het over Rokus en Bregje Hofstede. In Trouw geven ze hun eerste dubbelinterview. Aanleiding is de Martinus Nijhoff Vertaalprijs 2021 die Rokus kreeg toegekend. Met 35.000 euro is deze vertaalprijs een van de grootste in Europa.

De jury van de prijs, ingesteld door het Prins Bernhard Cultuurfonds, roemt de ‘zeer hoge klasse’ van het oeuvre dat Rokus de afgelopen dertig jaar heeft opgebouwd. “Hij toont zich steeds een uitgesproken betrouwbaar en briljant vertaler. Zijn vertalingen zijn niet alleen zeer precies en degelijk, maar ook doorspekt met inventieve en vaak geestige oplossingen. Daarnaast werpt hij zich via inleidingen, lezingen en commentaren op als een belangrijk pleitbezorger van de Franse literatuur in Nederland en Vlaanderen.”

Omdat Rokus in België woont en Bregje in Frankrijk, vindt het interview online plaats. Rokus verschijnt als eerste in beeld. Hij zit naast een grote boekenkast in zijn woning in Ronse, ook wel Renaix genoemd, een oud industriestadje tegen de Franse taalgrens aan. Bregje schakelt in vanuit de Morvan, een heuvelachtig gebied in de Bourgogne waar ze eind 2019 met haar vriend is neergestreken.

Rokus was verbaasd dat juist hij de prijs kreeg. “De literaire vertalerij is een overwegend door vrouwen uitgeoefend beroep”, begint hij, “maar de laureaten van deze prijs zijn voor het overgrote deel mannen. Dus ik dacht: de vrouwen zijn nu aan de beurt. Daar komt bij dat ik vooral minder bekende auteurs heb vertaald, en prijzen win je sneller met grote namen. Annie Ernaux, de schrijfster van mijn laatst vertaalde boek De jaren, is wél beroemd, maar zij is een uitzondering. Daarom had ik al besloten om er vrede mee te hebben dat ik de prijs nooit zou krijgen. Maar ik ben des te blijer met de toekenning.”

Een vertaler en een schrijfster in één familie, dat is vast geen toeval.

Bregje: “Nee, dat denk ik ook niet. Rokus is de jongere broer van mijn vader. Hun ouders, mijn grootouders, zijn allebei extreem talige mensen. Ze hebben ons overspoeld met woordgrapjes, buitenlandse liedjes en voorleesboeken. Toen oma Hofstede een tijdje met haar man in Hongkong woonde, stuurde ze ons per post cassettebandjes waarop ze boeken voorlas. De boeken zaten er ook bij, zodat we konden meebladeren. Met een belletje gaf ze aan wanneer we de bladzijde moesten omslaan.”

Rokus: “Ik herinner me lange autoritten tijdens familievakanties waarin Tolkien werd voorgelezen. Dat zal ons taalgevoel enorm hebben gevoed.

Ik zie ons ook als een echte schoolmeestersfamilie. Mijn moeder was lerares Frans, mijn vader hoogleraar. De familie van Bregje telt ook diverse leraren en schooldirecteuren.”

Bregje: “Ik moet ineens denken aan die keer dat ik oma Hofstede had meegenomen naar een tentoonstelling over islamitische kunst. Tot mijn stomme verbazing begon ze van rechts naar links voor te lezen wat er op die mooi geweven tapijten stond. Bleek ze gewoon Arabisch te lezen, naast Frans, Spaans, Italiaans, Duits, Engels en Turks. En dan die voortdurende woordgrapjes... Buiten onze familie kom je daar niet mee weg omdat ze zo flauw zijn, maar wij genieten ervan.”

Wat voor woordgrapjes?

Rokus: “Ik heb een paar Hofstede-woordgrapjes de vertaling van De jaren binnengesmokkeld, op een plek waar ik flauwe, ingesleten frases moest opdissen. Het is bijvoorbeeld een historisch feit dat Karel de Stoute sneuvelde bij Nancy. Maar mijn vader zei altijd: Karel de Stoute snuffelde bij Nancy, met de klemtoon op Nán, zodat het een vrouwennaam wordt. Zoiets meligs heeft alleen betekenis binnen de familiecontext. Dat is precies waar de vertaling om vroeg.”

Waarom ben je ooit vertaler geworden, Rokus?

Rokus: “Eigenlijk was ik een gesjeesde student. Ik wilde niet in de voetsporen treden van mijn vader, de professor. Toen ik een keer met mijn ziel onder mijn arm op de universiteit rondliep, stelde iemand op het sociologisch instituut in Amsterdam voor om een paar artikelen van socioloog Pierre Bourdieu te vertalen. Ik sprak goed Frans omdat wij in de jaren zeventig in België en Zwitserland hebben gewoond, dus ik dacht: o, dat doe ik wel even. Het bleek veel moeilijker dan gedacht. Echt iets voor mij, een ontdekking: met een boekje in een hoekje en dan heel perfectionistisch aan zo’n tekst sleutelen. Ik verliet de universiteit en werd een zelfstandige, een vrijzwevende intellectueel. Ook dat vond ik aantrekkelijk.”

Zou vertalen iets voor jou zijn, Bregje?

Bregje: “Voor mij is schrijven iets heel wezenlijks. Meer dan een beroep is het mijn manier om duiding te zoeken voor wat ik zie en meemaak, een zingevende activiteit. Daarvoor heb ik nodig dat ik een grote structuur mag verzinnen en uiteenlopende dingen met elkaar in verband kan brengen. Ik hou ook van het schrijven zelf, het zoeken naar een cadans. Ik ben heel precies op taal en stijl, maar ik zou het missen als ik niet ook die andere dingen kon doen.”

Rokus: “Ik denk dat er in Bregje een goede vertaalster verloren is gegaan. Ze kan heel mooi korte, puntige zinnen schrijven en gebruikt het Nederlands met een enorme vrijheid. Een jaar geleden vertaalde ik de debuutroman De zomer van het aas van de Franse schrijver Simon Johannin. Er zat veel jongerentaal in. Ik worstelde met één zin en was nogal jaloers op Bregje toen zij in een split second de juiste oplossing aandroeg. Het ging over dorpsjongens die een hond te grazen wilden nemen omdat hij een kat had doodgebeten. Die hond voelde het al aankomen. In het Frans stond er: ‘Ça allait chier pour lui’ [chier betekent schijten, red.]. Bregje flapte er meteen uit ‘Er was voor hem stront aan de knikker’. Daarin zit zowel de dreiging als het beeld van die excrementen. Een geweldige vondst.”

Rokus, zou jij ook niet liever zelf schrijven en loskomen van die voorgedrukte zinnen?

Rokus: “Ik loop al twintig jaar rond met plannen voor een roman, maar ik heb nooit alles ervoor opzij willen zetten. Ik dacht altijd: ik kan beter heel goede auteurs vertalen dan zelf middelmatige romans schrijven. Voor mij zit er ook niet zo’n tegenstelling tussen vertalen en schrijven. Ik zie vertalers in eerste instantie als auteurs van hun teksten. Secundaire auteurs, maar toch: uitvoerend kunstenaars. Veel mensen vinden dat arrogant. Mij wordt soms verweten dat ik de vertaler op de stoel van de oorspronkelijke schrijver wil zetten. Maar schertsend gezegd vind ik dat de vertaler méér schrijver is dan de oorspronkelijke schrijver. Want de vertaler richt zich uitsluitend op stijl. Een schrijver moet er nog een hele wereld omheen verzinnen.”

De jaren is Rokus’ derde vertaalde roman van een vrouwelijke auteur. Kan een man in deze tijd nog wel een vrouw vertalen?

Rokus: “Haha! Laatst riep een vrouwelijke collega dat ze het onbegrijpelijk vond dat ‘een macho’ als ik Annie Ernaux had vertaald. Hoe kon ik ooit het leven en het lijden van die vrouw tot uitdrukking brengen? Het sloot mooi aan bij die heisa rond het gedicht van Amanda Gorman. Maar bij vertalen gaat het er juist om dat je ervaringen die van de jouwe verschillen opnieuw onder woorden weet te brengen. Natuurlijk, voor een man is het moeilijker om alle uithoeken van een vrouwen­wereld te kennen. Je moet je best doen om te begrijpen hoe een vrouw denkt of voelt, hoe ze haar lichaam en erotiek beleeft. Desnoods ga je te rade bij ervaringsdeskundigen. Maar er is geen reden waarom een man dat niet kan.”

Bregje: “Dat ligt denk ik erg aan de man. Ik ken Rokus als een sensitieve man. Feminien zelfs. Sommige vrouwen zijn heel wat machistischer dan hij. Er is trouwens weinig specifiek vrouwelijks aan De jaren van Ernaux. De schrijfster probeert vast te leggen wat er in haar geest is blijven hangen van de zestig levensjaren die zij heeft meegemaakt. Het terughalen en beschrijven van dat historische bezinksel is vooral een ménselijke onderneming. Ernaux schrijft niet voor niets veel vanuit een ‘wij’-vorm die steeds verschuift: nu eens ‘wij vrouwen’, maar vaker ‘wij dertigers’, ‘wij linkse mensen’, of ‘wij kinderen’. Als die wij voortdurend één specifieke groep was, zoals ‘wij jonge vrouwen van kleur’, dan was het vanwege de vereiste voorkennis minder logisch geweest om de vertaling aan een man over te laten.”

Bregje Hofstede: ‘Ik ken Rokus als een sensitieve man. Feminien zelfs. Sommige vrouwen zijn machistischer dan hij.’ Beeld Willemieke Kars
Bregje Hofstede: ‘Ik ken Rokus als een sensitieve man. Feminien zelfs. Sommige vrouwen zijn machistischer dan hij.’Beeld Willemieke Kars

Bregjes boeken zijn onder andere in het Duits vertaald. Hoe was dat?

Bregje: “Bij de Duitse vertaling van mijn debuut­roman merkte ik achteraf forse betekenisfouten. Ik zag ze pas toen ik in Duitsland ging voorlezen. Eigenlijk stond ik niet meer achter de tekst. Daarom heb ik bij de tweede Duitse vertaling intensief meegelezen. Dat was een heel fijn proces. Er was een nieuwe vertaalster, een hele goede met gevoel voor ritme en toon. Ik hoefde bijna niets te doen, alleen wat detailvragen beantwoorden.”

In Nederland verschijnt weinig literatuur die ­vertaald is uit het Frans. Betreuren jullie dat?

Bregje: “Ik zit dit jaar in de jury van de Elly Jaffé vertaalprijs voor Nederlandse vertalingen uit het Frans. Ik ben dus redelijk op de hoogte van het aanbod, ook dankzij Rokus. Er zit veel moois tussen, maar de mainstream leest het niet, zelfs niet onder mijn schrijvende vrienden. De Franse literatuur verdient inderdaad meer aandacht, trouwens net als de Duitse, de Poolse, de Italiaanse enzovoort. De Engelstalige literatuur heeft helaas een totale hegemonie in de boekenkast, terwijl er zoveel rijks te vinden is in andere taalgebieden.”

Rokus: “De Angelsaksische hegemonie is een van mijn bronnen van onvrede. De boekenbijlages staan vol met al dan niet vertaalde Angelsaksische auteurs, en zo’n 75 procent van de vertaalde literatuur komt uit Amerika of Engeland. Op zich zijn er wel initiatieven om daar iets aan te doen, zoals het Schwob-fonds, dat boeken promoot uit minder bekende literaturen. En sinds 2013 heeft uitgeverij Vleugels bijna negentig vertaalde boeken uitgebracht in een prachtige Franse reeks. Maar het dringt moeilijk door.

Frankrijk heeft natuurlijk niet meer de culturele voortrekkersrol van vijftig jaar geleden, maar er worden nog steeds geweldige boeken geschreven. Vooral de oud-kolonies zijn literair heel vitaal, zowel in de Caraïben als in Afrika.

Het zou mooi zijn als we een minder eenzijdige verhouding ontwikkelen tussen de Europese en de Amerikaanse literatuur en niet langer alles uit The States verafgoden. Ik ben hoopvol gestemd, want Amerika is een zinkend cultuurgoed aan het worden.”

Rokus Hofstede (62)

legde zich na zijn studies culturele antropologie en filosofie toe op het vertalen van Franse literatuur. Zijn oeuvre omvat meer dan zestig titels, waaronder Roemloze levens van Pierre Michon en De jaren van Annie Ernaux. Hij vertaalde ook literaire werken van Emil Cioran, ­Georges Perec, Charles-Ferdinand Ramuz en Georges Simenon, naast non-fictie van Roland Barthes, Pierre Bourdieu en Bruno Latour. In 2005 ontving hij voor zijn oeuvre de Dr. Elly Jaffé Prijs. Dit jaar komt daar de Martinus Nijhoff Vertaalprijs 2021 bij.

Bregje Hofstede (32)

is schrijfster. Ze studeerde kunstgeschiedenis en Frans en debuteerde in 2014 met De hemel boven Parijs. Haar tweede roman Drift (2018) haalde de shortlist van de Libris Literatuur Prijs 2019. Verder publiceerde ze De herontdekking van het lichaam (over burn-out), Bergje (over bergwandelen) en Slaap vatten (over de strijd tegen slapeloze nachten). Ze schrijft ook voor kranten en tijdschriften en is correspondent Nieuw Feminisme bij het journalistieke online-platform De Correspondent.

Lees ook:

Hij was een voorbeeld voor Charles Aznavour en Juliette Gréco. Waarom kennen wij Georges Brassens dan niet?

Georges Brassens geldt in Frankrijk als een legende, maar Nederlanders kennen hem nauwelijks. Jammer, want de ironische en tegelijk diep humanistische liedjes van de Franse chansonnier zijn zeer de moeite waard.

Lees ook:

Annie Ernaux vergaart herinneringen om opnieuw te worden wie ze was.

In haar schitterende autobiografie De jaren laat Annie Ernaux zien hoe in onze tijd, anders dan vroeger toen zoveel leek vast te liggen, verandering een waarde op zich is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden