Roest op de Amerikaanse droom

Een verlaten showroom in een Amerikaans stadje. Ook het stadje Buell, in 'Roest', staat vol dichtgetimmerde panden en vervallen fabrieksgebouwen. (FOTO AFP)

In de VS is hij al vergeleken met Steinbeck en Salinger. Meyer is inderdaad een prachtverteller, vindt Carl Friedman, die je tot het laatst in verbeten spanning houdt.

Het stadje Buell in Pennsylvania is hopeloos naar de bliksem. De kolenmijnen zijn verlaten en ingestort. Van de staalfabriek, die in 1987 is gesloten, rest inmiddels alleen nog een ruïne die wordt ’overwoekerd door bitterzoetranken, duivelsknoop en hemelboom’. De historische panden in het eens zo levendige centrum zijn dichtgetimmerd. Zelfs het stadhuis is niet meer in gebruik, want de gemeente is bankroet. In het gebied zijn 150.000 werklozen.

Aanvankelijk trokken de meesten weg naar Texas, New Jersey, Virginia. „Ze woonden met z’n zessen in een motelkamer en stuurden geld naar huis voor hun gezin, maar velen van hen kwamen ten slotte terug. Het was beter om arm en blut te zijn tussen je eigen mensen.”

In de verloederde stad, waar het afval niet meer wordt opgehaald en waar het halve politiekorps is wegbezuinigd, grijpt wetteloosheid om zich heen. „Voor een stabiele maatschappij waren stabiele banen nodig. Burgers met een pensioen en een ziektekostenverzekering beroofden zelden hun buren, of sloegen hun vrouw of fabriceerden metamfetaminen in hun schuurtje’.

Veel meer dan over een afgetakelde stad gaat ’Roest’, de grimmige debuutroman van Philipp Meyer, over de ontbinding van de Amerikaanse Droom en de gevolgen daarvan voor een handvol betrokkenen. Zo is daar de twintigjarige Isaac. Met zijn IQ van 167 was hij op highschool de beste van zijn klas. Graag zou hij sterrenkunde gaan studeren, maar zijn moeder heeft zelfmoord gepleegd, waardoor hij zit opgescheept met zijn invalide vader voor wie hij met tegenzin zorgt.

Isaacs vriend Billy is net als hij een gevangene van de omstandigheden. Billy woont met zijn moeder in een tochtige caravan, waar ze zich in leven houden met rantsoenen van de voedselbank en met vlees van door Billy gestroopte herten. Want nu de industrie uit het stadje is verdwenen, wordt het opnieuw in bezit genomen door de natuur: over de verwilderde fabrieksterreinen dwalen almaar meer herten en coyotes. „Dat waren zo’n beetje de enige met wie het goed leek te gaan”, heet het.

Het verhaal begint wanneer Isaac een poging doet om zich uit de impasse te bevrijden. Met een rugzak en van zijn vader gestolen geld wil hij naar Californië trekken om zich te laten inschrijven aan een universiteit. Billy doet hem uitgeleide naar het goederenstation. Maar op weg daarheen schuilen de jongens voor de regen in een verlaten fabrieksgebouw, waar ze slaags raken met zwervers. Om Billy te beschermen doodt Isaac een van hen.

Dit gebeurt op bladzijde 26, met het grootste deel van de roman nog voor de boeg. De schrijver komt welhaast dadelijk ter zake. Dat kan hij zich veroorloven, want hij is een ouderwets goede verteller. Tot aan het eind weet hij de lezer in verbeten spanning te houden over het lot van Isaac, die per trein op de vlucht slaat, en Billy, die de schuld voor de moord op zich neemt.

De roest uit de titel bepaalt niet alleen de aanblik van de stad en omgeving, ze is ook binnengedrongen in de mensen die er wonen. Ze hebben zich neergelegd bij het uitzichtloze bestaan waartoe ze zijn veroordeeld en worden erdoor verlamd. Komen ze toch in beweging, dan als het ware in weerwil van zichzelf, met de moed der wanhoop. Zelfs hun reflexen, aldus de schrijver, zijn roestig geworden. De moeder van Billy, die het zich aanrekent dat ze is gebleven in een stad waar haar zoon geen toekomst heeft, zegt niet voor niets: „Ik heb één foute beslissing genomen, maar dan wel elke dag weer.’

Iedereen in de roman geeft zichzelf de schuld van zijn tegenslag. „Het had iets bijzonder Amerikaans: pech aan jezelf wijten, de neiging om grotere problemen toe te schrijven aan individueel gedrag.”

Ook beide jongens worden gekweld door zelfverwijt. Isaac voelt zich schuldig tegenover zijn vader, die hij van zijn spaargeld beroofd en in de steek gelaten heeft. Billy voelt zich schuldig tegenover zijn moeder, die hoge verwachtingen van hem had en nu moet meemaken dat haar zoon in de gevangenis belandt.

Is er een uitweg uit de ellende? Terwijl Isaac op de vlucht is, ziet hij een havik die ’zweefde op de bries alsof iemand hem aan een lijn hield’. De vrije wil lijkt machteloos tegenover het noodlot. Toch maken de personen in ‘Roest’ het onmogelijke mogelijk: ze redden elkaar, en daardoor zichzelf.

Deze psychologische roman over schuld en verlossing werd in de Verenigde Staten vergeleken met het werk van Steinbeck, Faulkner en Salinger. Dat mag dan vleiend bedoeld zijn, de grootste aanbeveling voor Meyers proza is dat het lijkt op dat van geen ander dan hemzelf. Arjaan van Nimwegen is er in de Nederlandse vertaling in geslaagd recht te doen aan het volstrekt eigen geluid van een verrassend nieuw Amerikaans talent.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden