Review

Roddelen, eigenlijk wel zo leuk

Voor een schandaalkroniek over prins Bernhard is materiaal genoeg voorhanden. De man van Juliana heeft menigmaal schimmige zijwegen van zijn koninklijk pad bewandeld, zodat er her en der nog wel wat onthullingen te verwachten zijn.

De titel 'Beroep: meesterspion. Het geheime leven van Prins Bernhard' wekt dan ook gespannen verwachtingen. Maar ook wantrouwen. Dat Bernhard tijdens zijn lange leven gerommeld heeft in duistere kringen, is geen verrassing meer. Dat hij op enig vakgebied 'meester' was, dat behoeft wel een behoorlijke toelichting.

Die laat de schrijver, Philip Dröge, echter achterwege. Sterker nog, hij maakt zo'n rommeltje van zijn beweringen dat zijn boek eigenlijk thuishoort bij het oud papier van de roddelbladen.

Bij levensbeschrijvingen van Bernhard is het altijd de weergave van de ontmoeting met Juliana, die de toon zet voor het verhaal. Dat het geen toevallige ontmoeting was, dat staat zo langzamerhand wel vast. Bernhard had zijn zinnen gezet op de Nederlandse troonopvolgster, die zo moeilijk aan de man kon komen dat de wat obscure prins von Lippe-Biesterfeld zijn kans waagde. Met de bravoure op de ski's en in het leven, hem eigen, verleidde hij de bedeesde prinses. Maar waarom? Was het alleen maar ''een aardig idee'', zoals Bernhard zelf heeft gezegd? Of zat er meer achter?

Iemand die een boek schrijft over een 'meesterspion' zoekt er natuurlijk iets achter. In navolging van de 'politieke biografie' van W. Klinkenberg legt het spionnenboek de nadruk op Bernhards bazen bij het bedrijf I.G.Farben, die hem op kantoor in Parijs plaatsten. Een bankier met de naam Gerhard Fritze, die door I.G.Farben gefinancierd zou zijn, zou de Nederlandse prinses bij hem thuis in Berlijn hebben ontvangen in 1934. En daar verscheen ook Bernhard, althans volgens de aanhangers van het Berlijn-scenario.

Dat scenario is voor complotdenkers aantrekkelijk omdat I.G.Farben zo'n belangrijke rol speelde in het Duitsland van Hitler, en ook omdat meneer Fritze een schimmig zakenman was met wisselende woon- en verblijfplaatsen. Zo kan Bernhard gesitueerd worden als een pion van in spionagenetwerk. Dröge moet toegeven dat er 'geen bewijzen' voor deze ontmoeting zijn, maar 36 pagina's later is hij dat alweer vergeten en vermeldt hij de Berlijnse ontmoeting als feit.

Dat is de zwakte van dit boek. Dat Dröge weinig bronnen heeft, is voor een deel vergeeflijk. Het koninklijk huis heeft de gewoonte weinig persoonlijke sporen achter te laten in openbare stukken. Maar Dröge's zwakte wordt dodelijk voor zijn boek als hij ook nog eens rommelt met de bronnen die hij wel aantreft.

Hij grabbelt natuurlijk naar hartelust in de vuistdikke biografie van Wilhelmina, waarvoor historicus Cees Fasseur veel koninklijke papieren heeft mogen bekijken. Als Fasseur beschrijft dat er voor het hotel waar Wilhelmina en Juliana zouden logeren, om Bernhard te ontmoeten 'Zwitserse persmensen' stonden te wachten, dan maakt Dröge daarvan dat er 'tientallen Nederlandse journalisten' stonden.

Als de schrijver zo omgaat met een makkelijk te controleren Nederlandse bron, wat doet hij dan met citaten uit Londense archiefdozen die niemand bij de hand heeft? In ieder geval is wel duidelijk dat Dröge alleen dat citeert wat in zijn straatje past. En dat hij zijn fantasie de vrije loop laat.

Als Bernhard na de vlucht van de koninklijke familie naar Engeland, even terugkeert naar het vasteland, vraagt Dröge zich af wat hij daar te zoeken heeft. Hij verwerpt de verklaring van Bernhard dat hij de Franse premier wil bezoeken. Ook verwerpt hij Klinkenbergs suggestie dat Bernhard zijn financiële belangen wil veiligstellen als 'vergezocht'. Nee, Dröge vindt het 'uiteraard niet onmogelijk' dat Bernhard in Parijs 'instructies' van zijn oude spionnenvrienden komt halen 'voor de rest van de oorlog'. Toelichting: niets.

Dröge toont in zijn boek niets meer aan dan dat Bernhard mensen heeft gekend die in het duister werken. Maar dat wisten we al. Dat er een 'meesterspion' schuilt in het koninklijk huis, blijft een loze bewering.

Het lijkt wel of hier iemand van een roddelblad aan het werk is. De schandaalpers neemt doorgaans een foto of een snippertje nieuws als uitgangspunt van een rondje vrij zwammen. Met woorden als 'uiteraard', 'natuurlijk' en 'vanzelfsprekend' bedekken die bladen hun gebrek aan feiten en bronnen. Geen haan die ernaar kraait.

Die werkwijze is geen nieuw verschijnsel. In 1887 verscheen een geruchtmakend pamflet getiteld 'Uit het leven van Koning Gorilla', dat aanleiding zou zijn tot fikse knokpartijen tussen socialisten en orangisten. Want de orangisten zagen er een onverkwikkelijke aanval in op koning Willem III, de vader van Wilhelmina. De titel is nog altijd roemrucht, maar het pamflet zelf is zelden ergens te vinden. Nu is het herdrukt, met een toelichting van de historicus Dennis Bos, door de uitgever aangeduid als kenner van de rode sensatiepers en het straatrumoer van de negentiende eeuw.

Het karakter van de vooralsnog laatste koning van Nederland was weinig plezant. Zijn eerste vrouw, Sophie, schreef in een brief aan een vriendin over 'dit onberekenbare mengsel van absurditeit, onmenselijkheid, dwaasheid - met daar tussenin ogenblikken van welwillendheid en rechtvaardigheid'. Aantekeningen van ministers uit die tijd bevestigen dit beeld. Oproerige socialisten gingen met dat beeld aan de haal en schiepen Koning Gorilla: een onbeschoft, sadistisch en geperverteerd monster dat met een aaneenschakeling van zwijnerijen heerst over een arm en geknecht volk.

Of er veel waarheid schuilt in het pamflet, heeft ook inleider Bos niet kunnen achterhalen. Alleen Koning Willems exhibitionistische naaktloperij aan het Meer van Genève wordt bevestigd in dagboeken van zijn minister van buitenlandse zaken, Weitzel. Maar de socialisten hadden geen bewijzen nodig om geloven dat de stomdronken koning verkrachtend en scheldend door het leven ging. Hij had zozeer de schijn tegen zich dat geen enkele bewering te mal voor woorden leek.

De scheppers van 'Koning Gorilla' hadden volgens Bos zo'n scherp commercieel inzicht en uitstekend gevoel voor publiciteit dat de oplage van het 24 pagina's tellende pamflet tot boven de honderdduizend groeide. Bos ziet er zelfs een voorloper van de moderne roddelpers in. De socialisten verwachtten destijds dat de koning Willem de Laatste zou zijn. Dat is anders uitgepakt. Want de vrouwen die sindsdien de troon hebben bezet, lenen zich wat minder voor karikaturen van zwijnen of meesterspionnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden