Rodaan Al Galidi: ‘Het is niet één Big Brother is watching you, maar 17 miljoen onderdanen die je in de gaten houden’.

InterviewRodaan Al Galidi

Rodaan Al Galidi laat Willem-Alexander naar de vrijheid ontsnappen

Rodaan Al Galidi: ‘Het is niet één Big Brother is watching you, maar 17 miljoen onderdanen die je in de gaten houden’.Beeld Mark Kohn

Zo kennen we hem weer. Met zijn vrolijk-kritische kijk op Nederland schreef ex-asielzoeker Rodaan Al Galidi dit keer een schelmenroman over een jonge Willem-Alexander.

Ally Smid

Het was een citaat van prins Friso, de negen jaar geleden tragisch omgekomen jongere broer van Willem-Alexander, dat de aanleiding werd voor zijn nieuwe roman. Friso liet zich als kind ontvallen: ‘Je mag Alexander wel in elkaar slaan, maar zorg dat hij niet doodgaat, want dan moet ik koning worden.’ Rodaan Al Galidi dacht: wat is dit? “In Arabische landen doden broers elkaar om aan de macht te komen. In Qatar en Oman duwde een zoon zelfs zijn vader van de troon.”

Toen Al Galidi in 1998 na een vlucht vanuit Irak asiel aanvroeg in Nederland was Willem-Alexander 31. Terwijl hijzelf bijna tien jaar in verschillende asielcentra zat - ‘als het Koninginnedag was, was er weer een jaar voorbij’ - en op een gegeven moment uitgeprocedeerd was, zag hij de prins worstelen op weg naar het koningschap. “Ik heb hem een man zien worden. Allebei worstelden we, snakkend naar vrijheid. Je merkt dat hij er nog steeds naar verlangt.”

De schrijver kwam er tijdens zijn research achter aan wat voor streng regime leden van het koninklijk huis onderworpen zijn. Protocollen, 24 uur per dag beveiliging en als je trouwt moet je de regering smeken om toestemming, in plaats van op je knieën te gaan voor je geliefde.

“Ik dacht: ik zou liever een uitgeprocedeerde asielzoeker zijn dan koning. Het is ook niet één Big Brother is watching you, maar 17 miljoen onderdanen die je in de gaten houden. Privacy is heilig in Nederland, maar dat geldt niet voor hem. Hij is niet vrij, hij is slechts het symbool van de vrijheid van zijn burgers.”

Tunnel onder het paleis

In zijn roman De onbekende belevenissen van prins Willem-Alexander laat Al Galidi Willem-Alexander rond zijn zeventiende ontsnappen door een tunnel die hij met een zilveren lepel en een mes onder het paleis graaft. Onder rioolbuizen, waterleidingen en langs dikke boomwortels en kelders. ’s Nachts kruipt hij meestal terug en slaapt hij weer in zijn paleisbed.

“Ik las over tunnels die gevangenen soms zelfs met een theelepel groeven vanuit hun cel. Van de Belgische koning Leopold II gaat het verhaal dat hij in de negentiende eeuw in Oostende een tunnel liet bouwen om ongestoord met zijn minnaressen te kunnen afspreken.”

En waar belandt onze prins na zijn tunneltocht? In een gewone straat in Den Haag. Daar ontdekt hij wie hij werkelijk is en komt hij in contact met Soufian en Orlando, met hun Marokkaanse en Surinaamse roots. Ze beleven samen de dolste avonturen. Zo staat de prins ineens te zweten in de keuken van een rotishop, waar iemand zegt dat hij beter koning van Marokko kan worden. “Daar luisteren ze tenminste naar je. Hoe kun je een volk regeren dat zelfs zeurt als er niets meer is om over te zeuren?”

De prins hoort het allemaal lachend aan, eet voor het eerst met zijn handen en ontdekt dat de moskee niet een plek van terrorisme is. Thuis bij Soufian zegt die tegen zijn verbaasde moeder dat de prins - met blond haar en blauwe ogen- een Tsjetsjeense moslim is. En dat hij Ali heet.

Hij vlucht naar ons toe

Belangrijk, zegt Al Galidi, is dat Willem-Alexander dus niet de mensen ontvlucht, maar juist naar hen toe vlucht. Hij ontsnapt niet van zijn leven, van ons weg, maar juist naar ons toe! Hij kiest voor ons. En hij houdt van een diverse samenleving waarin mensen zichzelf vrij kunnen ontwikkelen.”

Op zijn achttiende verjaardag staan ineens alle straatvrienden van de prins op het gazon van het Haagse paleis. De koningin wilde ze weleens ontmoeten, maar het wordt geen succes, ministers die ook zijn uitgenodigd staan er schutterig bij, het lukt ze niet contact met de hangjongeren te maken.

Prins Friso was in het boek aanvankelijk een rebels personage dat zijn broer aanmoedigde op avontuur te gaan. Maar Al Galidi vond dat toch niet gepast, ‘de familie is nog in rouw’. “En ik wilde van Willem-Alexander ook geen karikatuur maken, hij moest menselijk, sympathiek, eerlijk en empathisch zijn.” De schrijver had er ook voor kunnen kiezen om Amalia tot hoofdpersonage te maken. “Nee, ik ken Willem-Alexander, haar niet. Maar ik zie natuurlijk bij haar dezelfde mechanismen: dat ze niet kan doen wat iedere achttienjarige vrouw doet.”

Alleen in Nederland

Deze schelmenroman, zegt Al Galidi, kan ik alleen in een land als Nederland schrijven. “Dat besef ik heel goed. In Saoedi-Arabië zouden ze mij na drie dagen doden, zonder vorm van proces. In alle Arabische landen zou dit als een ernstige belediging worden opgevat. Laatst werd in Jordanië nog een vrouw voor het gerecht gesleept omdat ze had gezegd dat koning Abdullah niet haar vader is, zoals de propaganda luidde, maar dat ze een eigen vader had.”

Wat de koning van het boek zal vinden? “Ik weet het niet. Maar bedenk goed: dit boek gaat over alle mensen die vastzitten in een luxe kooi. Ik zie hier bij mij in Zwolle jongeren van zestien die gek worden van de keuzes die ze moeten maken. Ze hebben meer keuzes dan een half miljoen Afrikaanse jongeren bij elkaar.”

“Ze zijn ongetwijfeld slim, aardig, leuk en ambitieus, maar ze zijn geboren in een zwembad van keuzes. En hun omgeving heeft zulke hoge verwachtingen van ze dat ze doodsbang zijn of ze wel de juiste keuzes maken. Al hun talent verdampt door ouders die boven op ze zitten. Wil je piano spelen? Hier is een piano. Wil je hockeyen? Ik zorg dat je in het hoogste team komt. Deze generatie hoeft nergens voor te vechten.”

Dromen van een bestaan in Spanje

Uiteindelijk vlucht Willem-Alexander definitief uit het paleis, weg van zijn familie, weg van het protocol. Zijn op straat opgedoken vriendin Carmen Luisa vergezelt hem. “Hij ontsnapt van zijn leven naar de realiteit. En Carmen Luisa wil ontsnappen van de realiteit naar de droom, een mooiere wereld dan de straat. Ik herkende me in haar. Ik vluchtte vanuit Irak naar de droom, maar de droom bleek een nachtmerrie omdat ik maar geen asiel kreeg. Ik droom nog steeds, soms van een bestaan in Spanje, ik vind Nederland fijn, maar het is niet mijn klimaat.”

“Het lastige is dat ik gebonden ben aan de taal. In Zuid-Afrika was ik een tijd geleden uitgenodigd bij een universiteit. Ze hadden mijn boek Hoe ik talent voor het leven kreeg gelezen. Wij begrijpen je boek, zeiden ze, maar we snappen je niet als je praat. We kunnen je niet volgen, maar je gebruikt de taal op een levendige manier. Veel Nederlandse romans kunnen we niet volgen, maar we snappen de schrijvers wel als we ze spreken.”

Voorlopig blijft Al Galidi dus in Nederland. Soms wordt hij daar erg blij van, zoals twee jaar terug. “Ik zat op het balkon van de Amsterdamse schouwburg naar het theaterstuk te kijken dat van ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ was gemaakt. En ik zuchtte een beetje omdat het me zo ontroerde. Een vrouw naast me zei: ‘Het is inderdaad een beetje heftig om te zien, maar ik raad u aan ook het boek te lezen.”

Rodaan al Galidi: De onbekende belevenissen van prins Willem-Alexander, uitg. De Kade, 160 blz, € 15,95. Het boek ligt 2 maart in de winkel.

-- Beeld uitgeverij De Kade
--Beeld uitgeverij De Kade

De theatervoorstelling Hoe ik talent voor het leven kreeg, naar Al Galidi’s gelijknamige boek, is nog te zien t/m 26 maart. Speellijst: ThePublicityCompany.com

Wie is Rodaan al Galidi?

Rodaan al Galidi vroeg in 1998 asiel aan, en leerde zichzelf Nederlands. Naast dichter is hij auteur van verschillende romans, waaronder Holland, het vervolg op de bestseller Hoe ik talent voor het leven kreeg, dat ook verscheen in het Engels. Zijn roman De autist en de postduif won de Literatuurprijs van de Europese Unie. Kort daarna zakte hij voor zijn inburgeringsexamen. Daarom kreeg hij aanvankelijk geen Nederlands paspoort, inmiddels heeft hij dat wel. Al Galidi woont in Zwolle.

Lees ook: ‘Het is doodstil, vlak voor een raket inslaat. En op zondag in Zwolle.’

Rodaan Al Galidi woont sinds 1998 in Nederland. Hij noemt zichzelf ‘Asielzoeker des Vaderlands’ of hippie, maar hij is vooral bekend als schrijver en dichter. “De mensen in het Westen hebben erg de neiging om te blijven hangen in hun woede en in hun verdriet”, zegt hij in de interviewserie Tien Geboden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden