Rob Schouten herleest 'De Blauwe Lotus'

Welke klassiekers verdienen het herlezen te worden? Deze maand test het kanon de meest klassieke onder de stripverhalen. Kuifje mag eerst.

Bij ons heet hij Kuifje maar in het originele Frans is het 'Tintin', noppes, niks. Een waardige naam voor 'de jonge wereldreiziger', 'de sympathieke verslaggever'. Want Kuifje is ongetwijfeld de braafste held die zich denken laat, zonder een spoortje slechtheid.

Dat hij in zekere zin 'niks' is, valt ook af te lezen aan het feit dat hij geen ouders heeft, of broers of zusters, of vaste woon- en verblijfplaats. Van een seksueel leven is al helemaal geen sprake, en wat hij precies bij de krant doet, behalve er van tijd tot tijd zelf als nieuws in verschijnen, is ook onduidelijk.

Hij is het middelpunt van verhalen waarin hij veel kan, tot vliegtuigen besturen aan toe, maar dat is dan ook alles, daarbuiten bestaat hij niet. Zijn hobby is het beluisteren van kortegolfzenders, een doorzichtig voorwendsel om steeds weer de spanning op te sporen. Hij is beroepsavonturier.

De Kuifje-strips behoren ongetwijfeld tot de hoogtepunten van het beeldverhaal en je kunt je afvragen hoe dat komt. Zijn het de precies gedetailleerde, hyperrealistische plaatjes, met auto's waaraan geen spiegel verkeerd zit, en waar mannen en vrouwen in de meest precieze gewaden rondlopen? Zijn het de teksten, met hun onmiskenbare verwijzingen naar historische feiten en couleur locale maar toch ook opgesierd met mythische elementen van toeval en geluk, Kuifje als een twintigste-eeuwse Odysseus? Is het de combinatie van die uitgekiende iconen en de op jongensavonturen-spanning gebrachte moderne geschiedenis?

Vast staat dat Kuifje onweerstaanbaar trekt, jongeren en volwassenen evenzeer, gewone lezers maar ook academici. Zo werd in een recent artikel in De Gids (het tijdschrift, niet de bijlage van deze krant) Kuifje nog langs de lat van de geestesgeschiedenis gelegd en aan de hand van de cultuurfilosofen Adorno en Horkheimer en de psychoanalyticus Lacan de maat genomen.

Volgens de schrijver daarvan zou 'Kuifje in Tibet' het kwintessentiële Kuifje-album zijn, vanwege de spirituele loutering die zich klaarblijkelijk in het mannetje voltrekt. Ik houd het evenwel op 'Kuifje en de Blauwe Lotus', waar Kuifje ook al tot pacifistische oudemannen-wijsheid komt, maar waarin ook het ouderwetse avontuur nog rechtovereind staat.

De schrijver Hergé is altijd achtervolgd door het verwijt van racisme. De negers met dikke lippen, zakenlui met grote neuzen en joodse achternamen uit de eerste Kuifje-verhalen zien er tegenwoordig echter eerder kinderachtig dan 'fout' uit. Het had overigens geen haar gescheeld of Hergé, de rechts-katholieke Brusselaar, en behept met een ware padvindersgeest waar zijn held ook het nodige DNA van heeft meegekregen, was na de oorlog wegens collaboratie met de Duitsers achter de tralies verdwenen.

In 'Kuifje en de Blauwe Lotus', dat als historische achtergrond de Japanse bezetting van China heeft (een bij ons onbekend stukje geschiedenis aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, waar Hergé indertijd het nodige gedonder mee kreeg, vanwege zijn anti-Japanse standpunt en de suggestie dat de westerse mogelijkheden anti-Chinees waren) bestrijdt Kuifje op de van hem bekende onbaatzuchtige wijze een internationaal opiumsyndicaat.

Het is, vóór zijn witte loutering in Tibet, Kuifje's kleurrijkste avontuur, in de straten van Shanghai en andere Chinese steden en stadjes, met doorkijkjes in een opiumkit, en met een aantal verhaaltechnische hoogtepunten, zoals de scènes waarin de krankzinnig geworden Didi probeert Jan en alleman te onthoofden.

Het ritme van het verhaal is ongeëvenaard, met enkele van de mooiste vertragingen uit de Kuifje-literatuur, zoals het moment waarop onze sympathieke reporter halsoverkop vertrekt, maar zijn hond Bobby niet kan vinden, die ten slotte te voorschijn komt als een bediende met zijn hutkoffer van de trap af dondert - Bobby zit erin. Een niet ter zake doende paginalange uitweiding, maar het geeft het verhaal precies de juiste ontspanning.

Huisknecht Nestor komt er niet in voor, en Bianca Castafiori niet, en kapitein Haddock niet en Professor Zonnebloem al evenmin. Kuifje is in 'De Blauwe Lotus' nogal alleen op de wereld, op eenzaam avontuur, zonder zijn familie zou je haast zeggen, alleen Jansen en Janssens lopen hem voor de voeten, in bijvoorbeeld alweer zo'n klassieke scène: de twee detectives opzichtig vermomd als twee klassieke Chinezen met waaiers en vlechten, uitgelachen door een menigte alledaagse Chinezen.

Het optreden van deze cliché-Chinezen is een visueel hoogtepunt in het verhaal, maar het is ook betekenisvol. Het lijkt of de schrijver het aloude verwijt van culturele stereotypen wil ontzenuwen door het gebruik ervan belachelijk te maken.

Vlak tevoren heeft Kuifje aan de zojuist door hem geredde Tchang zijn persoonlijke State of the Union gegeven. Als Tchang zich verbaast over zijn redding door een 'slechte' blanke doceert Kuifje, het talenwonder dat alles verstaat: ,,Welneen Tchang, alle blanken zijn niet slecht, maar 't zijn de volkeren die elkander slecht kennen'', waarna een uiteenzetting volgt over misplaatste Europese vooroordelen jegens Chinezen.

In zijn tijd en met zijn geschiedenis was dat ongetwijfeld een revolutionaire stap in het werk van Hergé. Inmiddels kijken we allang niet meer op van zulke politieke correctheid. Dat desondanks het verhaal van 'De Blauwe Lotus' nog altijd rechtovereind staat, heeft veel meer te maken met de prachtige plaatjes en de sfeervolle acties in pre-communistisch China. Anders gezegd, Hergé's ethische stappen zijn allang esthetisch geworden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden