InterviewRob de Nijs

Rob de Nijs: Ik wil eindigen met een mooie klank, geen dissonant

Rob de Nijs als winnaar van de Edison Popprijs 2021 in de categorie Nederlandstalig. Beeld ANP
Rob de Nijs als winnaar van de Edison Popprijs 2021 in de categorie Nederlandstalig.Beeld ANP

Rob de Nijs is gestopt met ‘dit mooie, maar zo afschuwelijke vak’. Misschien komt er nog een afscheidsoptreden, maar de zanger staat niet te trappelen. ‘Weet je, ik heb zevenhonderd liedjes opgenomen, is dat niet genoeg?’

Rob de Nijs is goedgehumeurd en dat is wel te begrijpen: hij kreeg onlangs een Edison én een vaccinatie tegen corona. Twee mooie mijlpalen, al verandert de prik niet veel aan zijn dagelijks leven in Bennekom, waar hij woont met zijn vrouw Jet, hun zoontje Julius (9) en hond Beer. De prik opent wél de deur voor de verslaggeefster.

“Ik heb heel voorzichtig geleefd”, vertelt de zanger aan zijn grote eettafel. “Hele dagen thuis op de bank gezeten. Maar dat blijf ik doen, ik ben niet iemand die berg en dal afstruint. Documentaires kijken, dat vind ik heerlijk. Ik ben een beetje lui. Niet voor mijn vak, als ik zing draai ik mijn kloten af, om het een beetje ordinair te zeggen. Maar gewoon als mens hou ik van rust, helemaal nu ik wat ouder ben.”

78 jaar is hij, en dan toch eindelijk gestopt met werken. Een beslissing die lang ‘wezensvreemd’ voor hem was. De Nijs staat bekend als harde werker. Als perfectionist die uitblinkt in tekstbeleving: wat hij ook zingt met zijn warme stemgeluid, het klinkt volstrekt geloofwaardig.

Rob de Nijs Beeld © Jitske Schols
Rob de NijsBeeld © Jitske Schols

Op zijn conto staan de grootste hits – Malle Babbe, Banger hart – maar ook geflopte albums. Hij is een Nederlandstalige chansonnier in de traditie van Liesbeth List en Ramses Shaffy, maar wel één die zichzelf steeds opnieuw uitvond.

Achter zijn imposante oeuvre van zo’n zevenhonderd ‘stukken’, zoals hij zijn liedjes zelf noemt, zette hij afgelopen najaar een punt met ’t Is Mooi Geweest. Dit afscheidsalbum werd alom geprezen, uitstekend verkocht en op 27 maart bekroond met een Edison. De Nijs kreeg de prestigieuze muziekprijs tijdens een ontroerende tv-uitzending van Matthijs Gaat Door, waarin hij werd toegezongen door zijn generatiegenoot Willeke Alberti.

Uw laatste album en tv-optredens maakten veel los.

“Ja, net als mijn roemruchte val van een podium in Naaldwijk in 2019, heb je die gezien? Er zijn filmpjes van.”

Die val was voor u aanleiding om openbaar te maken dat u aan Parkinson lijdt.

“Ja, want anders wordt het zo zielig allemaal, daar heb ik geen zin in. Ik wil eindigen met een mooie klank en geen dissonant. Die dissonant was er wel, maar die heeft goed uitgepakt. Mensen denken nu: gauw even luisteren naar zijn muziek, straks is hij er niet meer.”

Hoe ervaart u alle waardering en erkenning?

“Ik zal niet zeggen dat de euforie losbarstte toen ik hoorde dat ik die Edison kreeg. Maar ik vond het wel erg leuk en bijzonder. Het is de prijs in Nederland die ertoe doet.

“In de loop van zestig jaar heb ik best heel grote successen gekend, ik heb vaker Edisons gekregen, ik heb er ook altijd goed van kunnen eten. Maar het respect, om een afgekloven woord te gebruiken, dat heb ik weleens gemist. Het was vaak: De Nijs is wel leuk, máár.”

Wat volgde er dan?

“Heel verschillende dingen, de kritiek was mij niet altijd duidelijk. Zelf denk ik soms bij het terugluisteren: dat was toch verdomde goed. Maar ik lig niet per definitie goed bij het Nederlandse volk, laat ik het zo zeggen. Misschien doordat ik al vroeg in mijn carrière ben begonnen met werkelijk serieuze teksten van goeie schrijvers, Lennaert Nijgh en anderen. Dat vond ik belangrijk voor mijn oeuvre.” De Nijs spreekt het laatste woord ironisch-bekakt uit.

“Het zit kennelijk niet in me om een Hazes of Marco Borsato te zijn en de bulk van het volk aan me te binden. Misschien wil ik dat ook niet.”

Nee?

“Haha, ja, wél. Het is makkelijk om te roepen dat je iets niet wil als je het toch nooit bereikt. Maar ik ben erg blij met hoe mijn leven is gegaan, hoor. Ik heb zwarte sneeuw gezien natuurlijk, vooral in de liefde, maar dat is ook voorbijgegaan.

“Ik ben nu heel gelukkig met Jet en er zal geen ander meer komen. Ik vind het heerlijk dat we een rustige, ontspannen relatie hebben. In het begin is het ook woest geweest, maar daar is een verknochtheid voor in de plaats gekomen, een wederzijds geloven in en een steun zoeken bij elkaar.”

Openingsbeeld
Ps van de week 31 oktober Interview Rob de Nijs Beeld © Jitske Schols
OpeningsbeeldPs van de week 31 oktober Interview Rob de NijsBeeld © Jitske Schols

Heeft u een verklaring voor de dips in de publieke belangstelling? U heeft verschillende keren aan de top gestaan, waarna u uit het zicht verdween.

“Ja, maar wel bezig bleef. Ik heb nooit stilgestaan, ik heb nooit een jaar niks gedaan. Het is een mooi, maar ook afschuwelijk vak als je geen succes hebt. Dan gebeurt er een heleboel in je hoofd: teleurstelling, onbegrip, waarom vinden mensen dit niet mooi, terwijl wij wild enthousiast waren toen we het opnamen in de studio.

“Maar dan blijkt bijvoorbeeld dat de promotie niet goed gedaan is en zakt zo’n project helemaal de grond in. Dat gebeurt natuurlijk vaak, ook bij andere mensen, dat je alle hoop op iets gevestigd hebt en dat het een failure wordt. Het is over het algemeen nooit zo leuk als je denkt dat het zou worden.”

Maar nu kunt u oogsten.

“Ja, dat deed ik altijd al wel, maar bij een veel kleiner publiek dan ik nu heb. Misschien zijn ze aan me gaan wennen of zo.

“Wat er nu met me gebeurd is, met dit laatste album, dat heb ik bereikt door gewoon door te gaan, denk ik. Door alsmaar te blijven zingen en keer op keer te bedenken: hoe doe ik dit stuk het beste, wan­neer gaan de mensen met me mee, emo­tioneel.”

Zit er nog een afscheidsoptreden in, als de concertpodia straks weer open mogen? U was het vóór corona van plan, wilt u het nog steeds?

“Willen wel, maar kunnen is de grote vraag. Dan komt toch mijn… God, hoe noem je dat... dat heeft ook met mijn Parkinson te maken, het moeilijk zoeken naar woorden… ze komen uiteindelijk wel hoor. Het eh… ja… dat ik alles zo goed mogelijk wil doen. Hoe noem je dat nou.”

Perfectionisme

“Perfectionisme. Ik kan er dagen over doen om achter zo’n woord te komen, haha.”

Is dat frustrerend?

“Dat is frustrerend, ja, maar het is nu eenmaal zo. Ik ga dat maar niet verder uitzoeken. Ik heb een leuk leven, met zijn beperkingen, en ik ben zo vrij om verder niet over mijn ziekte na te denken.

“De vraag is: heb ik energie genoeg? Het is een energievretend iets, dat Parkinson, je bent heel gauw moe. En een concert geven is geen sinecure, het eist veel van je energie. Zoals het nu is, zou ik zeggen: dat kan ik niet.

“Ik denk ook wel: ik heb zoveel liedjes gezongen en opgenomen... moet het allemaal nog? Weet je, heb je niet genoeg dan? Ga eerst nog eens daarnaar luisteren.”

Dus u wilt het eigenlijk niet meer, optreden.

“Nou, ik zou het geen ramp vinden als blijkt dat ik het niet meer kan. Aan de andere kant heb ik een band, heel goede muzikanten ook, ik heb een familie, vrouw, vrienden, die wel graag willen dat ik het nog één of twee keer doe. Dus ik probeer het wel. Maar het is niet mijn grootste streven.

“Wat ben ik, 78. Vroeger hoorde ik nooit over zangers die zo oud waren, haha. En zo’n concert moet natuurlijk goed zijn, je wilt niet dat mensen denken: hij probeert nog een paar noten uit zijn strot te krijgen. Het moet ertoe doen.”

Een vol stadion brengt wel geld in het laatje. U stond vroeger niet bekend om uw zuinige levensstijl. Moeten we ons zorgen maken om uw financiële situatie als dat afscheidsconcert uitblijft?

“Nee hoor. Toen corona kwam, dacht ik wel: had ik nou maar wat beter opgepast, wat rustiger aan gedaan. Ik ben in mijn leven geloof ik één dag miljonair geweest; toen de zon op kwam, was de belastingdienst alweer langs geweest. Maar nu zijn er wat projectjes waarover ik nog niet veel kan vertellen, maar die er wel voor gaan zorgen dat mijn jongste zoontje goed te eten krijgt en leuke dingen kan doen.

“En ik hoop dus dat mensen er een hobby van maken om oude platen van mij te verzamelen, haha. Geen streaming, maar gewoon fysiek, allemaal weer aan de cd of het vinyl.”

Rob de Nijs Beeld © Jitske Schols
Rob de NijsBeeld © Jitske Schols

Op ’t Is Mooi Geweest is ‘stilte’ een belangrijk onderwerp. Vindt u het moeilijk dat het stiller is om u heen? Mist u het rumoer en de prikkels van buitenaf?

“Nee, helemaal niet. Ik kan heel goed met mezelf door één deur. Of nee, eigenlijk niet, ik zit altijd binnen, haha. Nee, stilte is prachtig. Ik geniet van het freewheelen.”

Waar bent u het meest trots op, als u terugkijkt?

“Op het feit dat ik nog leef.”

Want u heeft in uw jonge jaren niet altijd op een gezondheidsbevorderende manier geleefd?

“Nee, inderdaad, het is een wondertje dat ik nog rondstruin op deze aardkloot. Tot mijn vreugde, want ik vind de wereld in al z’n slechtheid toch heel fijn om in te leven. Ik ben altijd een optimistisch mens gebleven. Ik sta elke dag op met het idee: dit zou best weleens een leuke dag kunnen worden.

“Daarbij heb ik trouwens veel steun gehad aan Christus. Ik ben al vanaf mijn vroegste jeugd een bewonderaar van hem. Ik bid elke dag voor het slapen gaan, als een soort dagafsluiting. Dat is vaak mijn redding geweest, psychisch zeg maar. “

Hoe helpt het gebed u dan?

“Het is heel fijn om te weten dat er iemand is die je zo inspireert dat je het elke keer weer kan. Als ik bid, heb ik ook echt het gevoel: nu sta ik eventjes niet alleen. Dat vertrouwen is één van de belangrijkste dingen in mijn leven geweest. Ik heb me nooit in de steek gelaten gevoeld. Het zou heel vervelend zijn als Christus uit me weg zou gaan, want dan moet ik het alleen doen. En dat kan ik dus niet. Noem het een zwakte.”

Waarom een zwakte?

“Sommige mensen zien het zo: je moet het maar zelf opknappen. Terwijl ik het heerlijk vind om in gebed mijn eigen manier van doen onder een vergrootglas te leggen. Zo van: doe ik het wel goed? Daarbij gaat het vaak om vergeving, ook van je eigen zonden, want niemand is natuurlijk brandschoon. Daar kan ik het úren met Christus over hebben, haha.”

Muzikaal verbonden met zijn ex

Rob de Nijs (1942) groeide op in de Oosterparkbuurt in Amsterdam, als zoon van een rijschoolleraar. Als zanger brak hij door met zijn derde plaatje, Ritme van de regen (1963), samen met zijn band The Lords. Voor zijn eerste soloplaat Dit is Rob de Nijs (1964) kreeg hij meteen zijn eerste Edison. Daarna kende zijn carrière ups en downs.

Dankzij muziekproducent Boudewijn de Groot en tekstschrijver Lennaert Nijgh beleefde hij grote successen in de jaren zeventig met Jan Klaassen De Trompetter, Dag Zuster Ursula, Malle Babbe en Zet Een Kaars Voor Je Raam.

Maar zijn enige nummer-1 hit werd geschreven door Belinda Meuldijk, met wie De Nijs van 1984 tot 2006 getrouwd was: Banger Hart (1996). Samen kregen ze twee kinderen. Ook na hun scheiding bleef ze voor hem schrijven.

De Nijs heeft nooit overwogen om met zijn ex te stoppen als tekstschrijver. Ook al was hun samenwerking soms bizar: zij schreef over het verdriet dat hij haar had aangedaan. En vervolgens zong hij haar woorden. “Zij weet precies haar vinger op de juiste plek te leggen”, zegt De Nijs. “Haar teksten zijn impressionistisch, ze werkt met losse zinnen die samen de sfeer van het liedje maken. Dat vind ik heel erg mooi.”

Lees ook:

Boudewijn de Groot, protestzanger tegen wil en dank, houdt het podium voor gezien

Boudewijn de Groot is een raadsel voor iedereen, inclusief zichzelf. Na 56 jaar zegt de Bob Dylan van de Lage Landen het optreden vaarwel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden