De Schepping

Rob de Nijs: Eerst een schietgebedje en dan knállen

In de rubriek 'De Schepping' vertellen kunstenaars over de totstandkoming van hun werk. Deze keer: zanger Rob de Nijs over zijn album 'Niet voor het laatst', waarvoor zijn ex veel liedjes schreef. 'Ze legt me op de ontleedtafel.'

Ik ben ooit begonnen met zingen uit liefde voor muziek. Niet voor het geld. Mijn passie voor muziek was toen groot en die is in de loop van de jaren alleen maar groter geworden." Zanger Rob de Nijs zit monter te praten op een bank bij het raam, op de elfde verdieping van de A'dam Toren die uitkijkt over Amsterdam, zijn geboortestad. Dat hij eind dit jaar 75 wordt, is aan niet veel te merken. Behalve misschien als hij halverwege het gesprek een glas water pakt en het bijna over de rand klotst. "Oh, mijn trilhand", zegt De Nijs. "Die heb ik al twintig jaar, het is alleen ietsje erger geworden. Nee, het is absoluut geen parkinson."

De Nijs heeft een nieuwe cd gemaakt die 'Niet voor het laatst' heet. Omdat hij zelf geen liedjes schrijft, vroeg hij mensen die hij bewondert om teksten voor hem te schrijven. "De liedjes vinden is het moeilijkst. Na zo veel jaar en zo veel nummers ligt mijn lat natuurlijk hoog. Het moeten goede songs zijn, daar ben ik altijd erg kien op. Ik hou van verhalende liedjes over de grote thema's in een mensenleven: afscheid, liefde, dood. Mits je daar steeds een originele invalshoek voor kunt vinden. Het mogen niet zo maar wat kreten zijn, dat is voor mij niet genoeg. Ook achter 'Banger Hart', wat een hit is geworden, zit een verhaal dat veel mensen herkennen: dat het best lastig is om verliefd te zijn. Ik heb dat ook sterk, dus ik vond dit meteen een goed stuk." In het gesprek duidt De Nijs zijn liedjes veelvuldig aan als 'stukken', hij noemt ze ook wel 'hartenkreten'. "Het moet in drie, vier minuten gebeuren. Ik wil een sfeer neerzetten die bijna onmiddellijk voelbaar is."

Wat opvalt aan Niet voor het laatst is dat Rob de Nijs opnieuw samenwerkt met Belinda Meuldijk. Zij schreef al vanaf 1980 liedjes voor hem, ze trouwden in 1984 maar toen ze in 2006 gingen scheiden, werd dat breed uitgemeten in de pers. Veel nare details - het vervuilde huis van Meuldijk bijvoorbeeld - kwamen in de openbaarheid. Ook bleek dat De Nijs al jaren een verhouding had met zijn persoonlijk assistente Jet, met wie hij nu getrouwd is. Die ruzie moest dus eerst worden bijgelegd.

"Het was geen leuke scheiding, vrij dramatisch ook voor onze kinderen Robbert en Yoshi. Op een gegeven moment heb ik gezegd: zullen we ermee ophouden en weer aardig doen? Als ik nu zie wat we allemaal gezegd hebben... Dan denk ik: jongens toch, wat kunnen mensen vreemd doen. Dat we het goed maakten, was zo'n opluchting. We konden elkaar vergeven; vergeving is een van de mooiste dingen in het leven. En nu hebben we het er niet meer over. Zij is de moeder van twee van mijn kinderen en Jet, mijn huidige vrouw, kan goed met haar opschieten. Het was allemaal niet zo mooi, die verhouding met Jet naast mijn huwelijk, maar ik denk dat veel mensen dit soort geheimen hebben. Ik ben er uiteindelijk maar eerlijk over geweest, dan kunnen ze me er niet op pakken."

Tekst loopt verder na foto.

Na de soundcheck mediteert Rob de Nijs voor de spiegel. 'Het is na al die jaren nog steeds: concentratie. Echt bezig zijn met wat diezelfde avond gaat gebeuren.'Beeld Werry Crone

Masochisme

En dus schreef Meuldijk voor het nieuwe album maar liefst zeven van de twaalf liedjes die erop staan. Begrijpt zij hem goed? "Wat zij schrijft, gaat heel vaak over haar en mij. Dat merk ik elke keer weer. Zij laat mij haar woorden zingen. Dat voelt soms een beetje als masochisme, want ze legt me gewoon op de ontleedtafel. Maar ze weet dat met veel humor te doen. Een lied als 'Papa-oto' is prachtig en zo waar. Het is een duet met mijn zoon Robbert. Ik was nooit thuis vroeger, altijd onderweg, voor hem was ik 'papa-oto'. Belinda legt met haar tekst de vinger op de zere plek, maar zonder verwijt. Juist met veel warmte. Zo van: oké jongen, je wist niet beter. Ik heb het voor je opgeschreven en nu weet je het, haha."

Vanaf begin jaren zeventig, toen De Nijs begon samen te werken met Lennaert Nijgh en Boudewijn de Groot, heeft hij zo ongeveer elke twee jaar een nieuwe plaat gemaakt. "Dat is ons fortuin", blikt hij terug. "Wat ik en mijn band aan liedjes hebben is ons bloed. Als je dat op een gegeven moment niet vernieuwt en ververst, dan word je een suffe ouwe klootzak. En dat wil ik niet zijn, dat begrijp je. Het is heerlijk om een nieuwe plaat te maken."

De kersverse songs speelt hij niet eerst voor publiek in. "Ik heb 'Morgen kom je terug', de eerste single van het album, vorige week in Eindhoven voor het eerst gedaan. Ik voelde meteen de potentie van dat stuk. Het werd stiller dan het al was. Mensen eten het op. Het is ook een prachtig lied omdat het iets mysterieus heeft. Het is een angst: komt ze ooit wel terug? Is die angst terecht? Dat wordt nergens opgelost. Daar hou ik wel van."

Ook Jan Rot schreef een lied voor De Nijs, 'Schaduw op de muur'. "Dat gaat helemaal over hemzelf. Maar ik weet precies wat hij voelt, het is heel herkenbaar. De miskenning, dat klotegevoel. Zo is het. Ons vak is een eenzaam vak. Ik heb niet of nauwelijks vrienden. Dat vind ik helemaal niet erg, als ik optreed deel ik mijn gevoel met zo veel mensen dat dat toch ingevuld wordt. Jet, mijn vrouw, gaat borrelen met alle ouders uit de klas van onze zoon Julius; ik heb niet het gevoel dat ik dat moet doen. Je moet ook wel enigszins narcistisch zijn in dit vak. Als je het niet mooi vindt wat je doet, hang je jezelf aan de hoogste boom."

Nu Niet voor het laatst uitkomt, gaat hij de theaters langs voor concerten. Optreden brengt hem veel. "Ik voel me het best op het podium, dus waarom zou ik stoppen terwijl ik nog mooie dingen doe? En ik wil de toekomst van mijn jongste zoon zeker stellen. Ik moet in de herfst van mijn leven zorgen dat de schaapjes op het droge komen. Het leven is alleen zo duur, dat lukt natuurlijk niet meer."

Op de dag dat hij moet optreden, houdt hij zich rustig. Vroeger ging hij zo ver dat hij een pleister op zijn mond plakte om niet te spreken. Praten is namelijk niet goed voor zijn stem. Nu zorgt hij dat hij op tijd, rond een uur of vijf, in het theater is. Dan wordt er gesoundcheckt en gaan 'de jongens van de band' eten. "Ik eet zelf iets heel lichts, in de kleedkamer. Daarna ga ik mediteren, naar mezelf zitten staren in de spiegel. En ik zing in. Het is na al die jaren nog steeds: concentratie. Echt bezig zijn met wat diezelfde avond gaat gebeuren. Ik ben dan ook redelijk onaanspreekbaar. Ik kan bijna niet uitleggen aan mensen dat het elke keer een topprestatie is die ik moet neerzetten. Ik zing vaak en graag, op routine inmiddels, maar het mag nooit routine lijken. Mensen moeten voelen dat het op dat moment ontstaat, anders wordt het saai en ongeïnspireerd."

"Een minuut of vijf voordat ik op moet, sta ik in de coulissen te wachten. Dan doe ik een schietgebedje. Ik moet eventjes mijn zorgen aan de voeten van de Here Jezus leggen zodat ik vrij het podium op kan stappen. Of ik nog onzeker ben? Mijn leven is één grote onzekerheid! Ik weet pas achteraf of het goed geweest is. Ik weet zo langzamerhand wel dat ik het kan, dat ik bepaalde talenten heb, maar het blijft onzeker. Zo zit ik in elkaar. Misschien is het mijn perfectionisme. Maar dat is ook een van de redenen waarom ik er nog steeds ben. Omdat ik altijd gehamerd heb op een goede voorstelling. Na het slotapplaus loop ik af en zijg ik neer op een fauteuil en roep: 'Bier!' Even een gat vullen. We evalueren niet echt, ik roep wel naar de band wat ik prachtig vond en waar we nog even naar moeten kijken de volgende keer. Maar nooit lang. Ik blijf niet zeiken."

Tekst loopt verder na foto.

Beeld Werry Crone

Pilaren

Zijn er na al die jaren liedjes die hij liever niet meer zingt? Krijgt hij nooit eens genoeg van 'Malle Babbe'? "Nee hoor. Ik heb dat nummer één keer niet gedaan, toen werd ik bijna gelyncht, haha. Ik maak elke keer een schifting in ons materiaal waar ook veel liedjes in zitten waarvan ik weet: dit vindt mijn publiek mooi. Een stuk of vijf stukken - waaronder 'Het werd zomer', 'Banger Hart' en 'Malle Babbe' - zing ik altijd, die hebben we nodig als pilaren onder de stukken die mensen minder goed kennen. Nu zing ik bijvoorbeeld weer heel graag 'Tegen beter weten in'."

Stoppen? Daar denkt Rob de Nijs voorlopig niet aan. Al heeft hij wel afspraken met de mensen om hem heen dat ze hem waarschuwen als het niet meer gaat. Heeft hij dan echt nergens last van? "Ik heb wel mijn pijntjes en mijn grommetjes en brommetjes, maar het is nog niet zo erg dat ik zeg: ik stop ermee. En als er goede liedjes geschreven blijven worden, zal ik ze altijd graag zingen."

Zanger en acteur

Rob de Nijs (26 december 1942) brak begin jaren zestig door met de band 'Rob de Nijs en de Lords', met het liedje 'Ritme van de regen'. Daarna had hij hits als 'Jan Klaassen was trompetter' en 'Malle Babbe' en speelde hij in de tv-series 'Oebele' en 'Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen?'. In 1996 scoorde hij zijn enige nummer 1 hit 'Banger hart'.

De Nijs trouwde drie keer: eerst met Elly Hesseling, daarna met Belinda Meuldijk met wie hij twee zoons heeft: Robbert en Yoshi. In 2008 trouwde hij met Henriëtte (Jet) Koetschruijter, samen kregen zij zoon Julius (5).

Zijn nieuwe cd 'Niet voor het laatst', met liedjes van Ingmar Heytze, Jan Rot, Daniël Lohues en zijn ex-vrouw Belinda Meuldijk, verschijnt deze week.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden