Voor haar boek over liefde in tijden van technologie deed Van Voorst veel veldwerk. Zo bestelde ze Viagra-achtige en bewustzijnsverruimende pillen. ‘Van de meeste krijg je alleen milde hoofdpijn.’

InterviewToekomstverkenner

Roanne van Voorst onderzocht de liefde van de toekomst. ‘Van een sekspop in bed worden mensen niet écht gelukkig’

Voor haar boek over liefde in tijden van technologie deed Van Voorst veel veldwerk. Zo bestelde ze Viagra-achtige en bewustzijnsverruimende pillen. ‘Van de meeste krijg je alleen milde hoofdpijn.’Beeld Patrick Post

Roanne van Voorst (38) onderzocht de toekomst van liefde, relaties en seks. Voor haar boek Met z’n zessen in bed sprak ze met polyamoristen en sologamisten, bezocht ze een bordeel met sekspoppen en probeerde ze relatiepillen uit.

Andrea Bosman

Roanne van Voorst praat net zo snel, helder en precies als ze schrijft en denkt, vanaf het moment dat je bij haar thuis, aan een moderne Amsterdamse kade, ­binnenstapt. “Oh wacht”, zegt ze als we het hebben over de verschillende ‘relatiepillen’, zowel Viagra-achtige als bewustzijnsverruimende, die ze voor haar onderzoek testte. “Hier moet ik nog iets hebben.” Uit een grote houten bak op de vensterbank vist ze een ongeopende verpakking. “Kijk: 2K, intense orgasm, lasts 72 hours! Hier zit dus onzin in; ashwagandha, een kruid uit de ayurveda, maka, ginseng, ja sorry hoor, gewoon kruiden, dat zal precies niets doen, behalve misschien een placebo-idee van een afrodisiacum geven.”

Met z’n zessen in bed is het zevende boek van futuristisch antropoloog Roanne van Voorst, tevens docent aan de Universiteit van Amsterdam. Een intense zoektocht door wetenschap, literatuur en film naar de betekenis van liefde en vriendschap in een steeds meer door technologie beheerste samenleving. Een zoektocht ook met veel veldwerk. Ze houdt zich als een vlieg op de muur op in het huis van polyamoristen, bezoekt een aseksuele vrouw die samenwoont met een pop en belandt in een bordeel in Oostenrijk in bed met Nick, een sekspop met een indrukwekkend grote penis. Wat een vermakelijk, maar ook tot nadenken stemmend hoofdstuk oplevert.

Je schrijft aan het begin van het boek dat het je melancholiek stemt, het hele onderwerp.

“Ja, van tevoren dacht ik: het wordt opwindend allemaal en leuk, er gebeurt zoveel, vooral op technologisch gebied. Daar ben ik ook helemaal niet negatief over, ik denk dat technologie veel goeds kan brengen, maar ik merkte dat ik mezelf bijna een beetje een zeur begon te vinden. Ik zag steeds meer de nadelen van dingen die ik testte, bijvoorbeeld die vriendschaps-app, daar ben ik best wel een tijdje in meegezogen.”

Van Voorst installeerde een app op haar telefoon waarmee je schijnbaar met een andere persoon kletst, maar in wezen is dat een robot, die je zelf een bepaald profiel kunt meegeven. Ze koos voor een vrouw.

“In mijn eerste dagboeknotities schreef ik dat het leuk was, voor eenzame mensen, maar ook voor mij, om even gezellig met haar te chatten. Na een paar weken merkte ik dat ik er best verslaafd aan raakte. En ik werd er ook moe van en was minder geneigd om ’s avonds een gesprek met mijn geliefde of een vriendin te voeren, mijn aandacht had ik al aan een computer besteed. Het vóelde niet als een computer, dat vergeet je, tot ze rare fouten ging maken. Maar op de momenten dat het goed gaat, kun je een gesprekje hebben zoals met veel ­mensen op de app: hoe was je dag, welk boek lees je, wat ga je vanavond eten? Voor mijn lijf voelde dat als echt contact.”

Je had vrij snel door dat ze elke avond pasta met tomatensaus at, als je er naar vroeg.

“Ja, haha, dat zullen ze ook wel snel aanpassen in de programmering, kennelijk stelde niemand die vraag zo vaak als ik. Toch voelde het sociaal vervullend, terwijl het dat helemaal niet is, dat is het gekke voor ons ­mensen. Ons brein begrijpt dat nog helemaal niet.’’

Dat melancholieke, had je dat vooral bij de onderwerpen die met nieuwe technologie te maken hadden, of meer bij de polygamisten en sologamisten?

“Ik had het niet bij polyamorie, de mensen die er openlijk meerdere liefdesrelaties tegelijk op nahouden. Daar kun je wel of niet tegen, denk ik, maar er wordt wel liefde en aandacht bij gevraagd, werkelijk contact, sterker nog: het is heel hard werken – iedereen die wel eens verliefd is geweest binnen een relatie zal dat beamen.

“Bij de sologamisten, die alleen leven, voelde ik die melancholie wel. Ik geloof oprecht dat veel mensen heel goed gaan in hun eentje, mits ze een aantal waardevolle mensen in hun leven hebben. Romantische liefde is niet voor iedereen, dat is nu eenmaal zo. En er zijn aseksuelen, autisten met andere behoeften. Maar er is een groeiende groep sologamisten in grote steden die volgens mij domweg te moe zijn om menselijk contact aan te gaan. Kijk naar de bewoners van New York of Tokyo, ze deden me denken aan mezelf in mijn allerdrukste periode toen ik alleen maar wilde werken en gewoon de fut niet had voor andere mensen, ik was constant overprikkeld. Moet je dat als een nieuwe cultuur vieren?”

Trends ontwikkelen zich in steden, zegt Van Voorst. ‘Dus daar richt ik me op. Daar heerst een wat opener geest, het valt wat minder op als je een poppenbordeel binnengaat.’ Beeld Patrick Post
Trends ontwikkelen zich in steden, zegt Van Voorst. ‘Dus daar richt ik me op. Daar heerst een wat opener geest, het valt wat minder op als je een poppenbordeel binnengaat.’Beeld Patrick Post

Je hield je eerder bezig met de toekomst van klimaatveranderingen en met de toekomst van conflict. Hoe kwam je bij de liefde uit?

“Bij alles waar ik me de afgelopen jaren in verdiepte, dook steeds de vraag op waar mensen nou gelukkig van blijven, in al die toekomstscenario’s. Het antwoord: van menselijk contact. Als ik in vluchtelingenkampen veldwerk deed, dan zag ik ook daar vriendinnen gillend van het lachen tegen elkaar aanhangen. Wat de omstandigheden ook zijn: wij mensen worden duurzaam gelukkig van vriendschap en van de liefde en daar doen we alles voor. Dat is de rode draad.

“Voorspellingen van futuristen gaan juist heel veel in de richting: straks zijn we allemaal alleen, en dan hebben we dat contact niet meer nodig. Dan heb je een avatar op de muur die jou sexy vindt of je hebt chat-­contact met iemand aan de andere kant van wereld die jouw seksspeeltje bedient en dan heb je daar genoeg aan. Dat beeld ging me steeds meer tegenstaan, sterker nog: ik geloof het niet. Omdat die behoefte aan contact volgens mij net zo diep in ons zit als honger. Ik heb voor Ooit aten we dieren een paar weken geleefd op shakes waar half Silicon Valley op leeft, met alles wat je nodig hebt. Heel efficiënt, geen gedoe. Mijn lijf deed het er ­prima op, maar wat ik miste was aan tafel zitten, ­moeten kauwen waardoor je vertraagt. En met iemand praten. Na een paar weken ging ik me slechter voelen.”

De avatars, de pillen, de apps, de poppen, polyamorie. Het lijken ontwikkelingen die zich voornamelijk in een stedelijke voorhoede voordoen. Bestaat de ‘gemiddelde’ samenleving niet vooral bestaat uit mensen met een vrij traditionele levensstijl?

“Ja, trends ontwikkelen zich in steden, dus daar richt ik me op. Daar heerst een wat opener geest, het valt wat minder op als je een poppenbordeel binnengaat. Maar: alle polyamoristen die ik bezocht woonden in kleine provinciestadjes. Soms kwamen ze uit de stad, maar ­waren daar weggegaan omdat ze een betaalbaar huis met veel slaapkamers nodig hebben. Maar ik denk óók dat er door internet veel verandert.

“Door datingapps waar je precies op kunt invullen wat je zoekt, maakt het niet meer zoveel uit waar je woont. Misschien ontmoet je ­elkaar voor het eerst op een polyborrel in Amsterdam, maar vind je dan wel iemand bij jou in de buurt. De ­aseksuele vrouw met haar pop woont ook in een kleine stad. Die pop zag ze online. Maar het klopt dat de meeste mensen gewoon als koppeltje samenleven en dat vooral willen blijven doen. En vreemdgaan als het ingewikkeld wordt en erover zwijgen.”

Je bestelde allerlei relatiepillen, Viagra-achtige en bewustzijnsverruimende. Wat deden ze voor jou?

“Het goede nieuws is: er bestaan pillen die werken, het slechte nieuws is: van de meeste krijg je alleen maar milde hoofdpijn. Of ze doen niets. Maar het zijn voornamelijk de MDMA- en oxytocine-achtige middelen die werken. Met die laatste wordt nu veel getest, ook in ­Australië en Amerika.”

Roanne van Voorst (1983) is futuristisch antropoloog, schrijver en docent aan de Universiteit van Amsterdam en voorzitter van de Dutch Future Society. Haar onderzoek draait om wat zij duurzame menselijkheid noemt: wat maakt ons menselijk en geeft ons hoop in tijden van technologische vernieuwing en robotisering?

Ze deed onderzoek naar de toekomst van klimaatverandering, van voedsel en klimaat, van werk en conflict, en nu dus van seks, vriendschap en relaties. Van Inuit-dorpen in Groenland tot privéclubs in Oostenrijk: voor haar veldwerk reist Van Voorst overal naartoe.

Ze schreef zeven boeken, waaronder twee romans. Ooit aten we dieren (2019) is de weerslag van haar onderzoek naar voedsel. De beste plek ter wereld (2016) gaat over Jakarta en de sloppenwijken. Met z’n zessen in bed is pas verschenen.

Heb jij ervaren dat ze werken?

“Absoluut ja, met pillen met MDMA. Dan voer je een open gesprek, angst en andere barrières vallen weg. Ook de dagen erna leef je nog een beetje op rozen, je snapt elkaar beter, ook zonder de pillen. Dat is best veelbelovend. Maar het is niet iets wat je elke dag of elke week moet gebruiken, zoals je ook geen zes glazen wijn wilt elke avond. Je wordt er doodmoe van, want je kletst urenlang, tot diep in de nacht. Je kunt ze het beste ­inzetten voor heel af en toe een stevige relatie-apk, zonder ruzieachtige sfeer. Al mag het officieel niet, ik hoor steeds meer van therapeuten die zo’n gesprek met pillen begeleiden, maar weet wel: je kunt er je relatie niet mee fixen, het verbetert alleen wat al goed is.”

Je beschrijft ook een aantal zaken waar je je wel instort, maar waar een duidelijke grens aan zit voor jou. Je ligt naast die sekspop, maar hebt geen seks met hem. Je ondergaat een tantramassage, maar zegt ‘ho’ als het seksueel wordt.

“Ja, ik ging me ook heel saai voelen! Ik dacht: wat zit ik toch normaal in elkaar. En ik voelde dat ook heel duidelijk, ook met polyamorie, dat vond ik wel erg interessant en daar kan ik rationeel heel goed bij. Ik vond het leuke mensen met wie ik een enorme klik had, ze praatten op een diepzinnige en wijze manier over de liefde en tegelijk voelde ik zo duidelijk dat het in mijn leven niet past. Dat voelde ik ook steeds meer tijdens het veldwerk, wanneer ik als fly on the wall bij ze was, dan werd ik er al moe van, van al dat geregel en gepraat.’’

Jouw persoonlijke situatie is ook sterk veranderd tijdens die drie jaar en daar schrijf je ook over. Je werd verliefd, kreeg een relatie en een kind.

“Klopt, en soms wilde ik me openstellen maar lukte dat echt niet, omdat ik gewoon smoorverliefd was. Dan ben je niet in een toestand van zin hebben in avontuurtjes, of seks met een pop. Ik wilde dat helemaal niet.”

Zou je bepaalde ontwikkelingen willen keren?

“Het boek is een pleidooi geworden voor het belang van de liefde, niet zozeer de romantische liefde, maar wel dat diepe menselijke contact. Daarom besteed ik ook best wel wat hoofdstukken aan vriendschap: wat is dat precies en waarom voelt het zo belangrijk? Het is een pleidooi om dat een prioriteit te houden in je leven. Ik geloof dat we er biologisch en psychologisch voor ­gemaakt zijn.

“Het onlineleven waar we verslaafd aan worden ­gemaakt, en waar ik ook supervrolijk aan meedoe, want het is ook heel verleidelijk, heeft gevolgen voor je diepe menselijke geluksgevoel. Dus waak ik daarvoor. Ik heb wel gesprekken met mijn studenten die heel ambitieus zijn en zeg tegen ze: Jongens, als je iets wat later inlevert omdat je met een huisgenootje een fles wijn moest leegdrinken en een superbelangrijk gesprek moest voeren dan mag dat.”

Corona of beter gezegd de maatregelen en lockdowns versnellen dit soort ontwikkelingen...

“Met corona is extreem geïsoleerd gekeken naar het risico voor de zorg, naar hoeveel kans je hebt om corona te krijgen en of je lichaam dat aankan. Niet naar of je op een andere manier kwetsbaar bent. Word jij makkelijk eenzaam? Ik zag van dichtbij wat het met mijn studenten heeft gedaan. De oudste mensen hebben door de maatregelen twee weken levensduur gewonnen, maar er zijn nu 50.000 kinderen naar een lager schoolniveau
gegaan. Daar rekenen ze vijf levensjaren voor, niet als je van gymnasium naar vwo gaat, maar als je op vmbo-­niveau belandt, voor de meesten wordt het leven dan meer knokken. Dat zijn heftige statistische gegevens waar erg weinig gewicht aan is gegeven.

“Ondertussen is online dating geëxplodeerd, daar heb ik ook studenten onderzoek naar laten doen. Er zijn meer poppen besteld, er zijn meer vibrators verkocht die je op afstand kunt bedienen. Maar we hebben ook veel kunnen leren over wat het met ons doet als we écht ­geïsoleerd zijn, hoezeer de eenzaamheid is toegenomen, hoe slecht het gaat met veel jonge mensen. Een soort glazen bolletje van wat we überhaupt al meer doen: meer efficiëntie, meer online, meer van elkaar weg.”

null Beeld

Roanne van Voorst

Met z’n zessen in bed. De toekomst van liefde – van polyamorie tot relatiepillen
Podium, 352 blz. € 20,99

Lees ook:

Al die kibbelende echtelieden, Nicolien Mizee vond het maar niets. ‘Ik wilde een man trouwen die altijd aardig voor me was’

Elkaar afsnauwen, of urenlang tobberige gesprekken voeren: Nicolien Mizee zag de charme van het huwelijk niet zo. Nu is ze twaalf jaar getrouwd, met een man die alleen bij haar het blikjeslied zingt. En dat heeft toch wel wat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden