Recensie

Rijneveld schrijft overdonderend debuut over een poëtische, verdoemde wereld

Beeld Marieke Lucas Rijneveld

Marieke Lucas Rijneveld debuteert met een overdonderende roman over een gewond gezin. 

Marieke Lucas Rijneveld
De avond is ongemak
Atlas Contact; 271 blz.
€ 19,99

Geen muziek zonder stilte, zonder stilte geen muziek. Naar adem happend sla ik ‘De avond is ongemak’ dicht. Het verhaal is na ruim honderd pagina’s even tot rust gekomen in een weiland. De twaalfjarige Jas haalt, voor het gaat regenen, samen met haar vader en broer Obbe hooibalen van het land. Ze hebben pauze, eten een donut. Water uit een lege colafles gaat van hand tot hand. Een heel gewone scène. 

Maar de donut is oud en niet te vreten. Toch neemt Jas nog een hap want “drie mensen die zittend op een hooibaal een donut eten moeten wel iets met elkaar gemeen hebben”. Er is zelfs een glimlach waarneembaar op het van gezicht pa. “Matthies kon twee hooipakken tegelijk optillen”, zegt Jas, aangemoedigd door zo veel gemoedelijkheid, waarop die glimlach van zijn gezicht verdwijnt: “Over de doden praten we niet, die gedenken we.”

Jas is de heldin van het romandebuut van Marieke Lucas Rijneveld. In 2016 won zij de C. Buddingh’-prijs voor haar dichtbundel ‘Kalfsvlies’. Wie ‘De avond is ongemak’ leest begrijpt waarom. En wie dan nieuwsgierig is geworden moet op YouTube haar optreden tijdens de Nacht van de Poëzie maar eens bekijken én beluisteren. Wat een rust en wat een prachtig rollende ‘r’ heeft Marieke Lucas Rijneveld.

Schaatsen op het meer

Maar terug naar Jas. Anderhalf jaar voor die pauze op het land, heeft Matthies, vlak voor kerst, met zijn noren om zijn nek afscheid van zijn zusje genomen. Hij ging schaatsen op het meer. Zij wilde mee, ze had er voor geoefend, haar kuiten waren hard. Maar dat kon niet; hij ging naar ‘de overkant’. De kant van waar hij niet meer terug zou keren. Jas en haar zusje Hanna zaten in bad toen de veearts het slechte nieuws kwam brengen. 

Ze zullen ‘Het Plan’ opvatten om samen met hun ‘redder’ (de veearts of Boudewijn de Groot) naar ‘de overkant’ te gaan, waar ‘de lichtjes zijn’. Het zal, van dat bad tot de overkant van het meer, een lange weg zijn. Vooralsnog staat alles stil. Gesprekken verstommen, de kerstboom wordt ontmanteld en aan straat gezet, moeder houdt praktisch op met eten, vader dreigt met vertrek, samen houden ze op met ‘paren’ en met voor het grut te zorgen - écht te zorgen. 

Ondertussen houdt Jas op met poepen en trekt haar jas niet meer uit. Het leven gaat, als je dat zo kunt zeggen, ondergronds. Daar begint het, gevoed door net ontloken driften en verlangens, te woekeren en zet het Rijnevelds tomeloze pen tot schrijven. 

Beeldenstorm

Haar sprankelende woordenvloed overdondert. De schrijfster stapelt beeld op beeld. Jas’ wereld is even poëtisch als verdoemd. De dingen even bezield als gevaarlijk. Jas zelf even doortastend als bang. Ze is bang voor schimmels, bacteriën, zichzelf: bang een pedofiel te zijn (ze is 12), net zo fout als Hitler, bang voor de dood, bang voor het touw aan de zolderbalk, dat trekt. Bang ook voor het kriebelen in haar buik; dat kunnen keutels zijn, wormen, maar ook vlinders, opwinding. Het moet er allemaal uit. En het komt er uit. 

De experimenten die Jas, Obbe en Hanna op zichzelf, dieren, vriendinnetjes en buurjongens uitoefenen zijn even gruwelijk als triest. ‘Drie koningen’ zijn ze. Maar ze zijn het Oosten kwijt en omdat er schuld wordt gevoeld moeten er offers worden gebracht.

De beeldenstorm die Rijneveld op ons loslaat is oorspronkelijk, geestig, somber, en noodzakelijk. Zó moet het worden verteld, en niet anders. En toch werd het me zo nu en dan te veel. Vaak op het moment dat het even ophield. Als iemand (de veearts) aandacht heeft: Is het niet te warm, die jas? Mis je je broer? Of gewoon een hand op Jas’ wang. Dan is het of de storm gaat liggen.

Redding en ondergang

Maar zeuren over dat teveel is zoiets als de nacht verwijten dat hij zwart is. Want het is precies waar het om gaat, denk ik. Jas houdt zich staande met die beelden, fantasieën, dwanggedachten. Het is haar redding en haar ondergang. 

“Niet onderkoeling, maar fantasie is de vijand”, zegt ze als ze op zwemles in een ‘wak’ moet springen. En als ze een punaise in haar navel duwt is ze bang hem er weer uit te halen. Het zal gaan bloeden en dan zal iedereen weten ‘dat ik niet naar God maar naar mezelf toe wil’. Want ja, die is er ook, God - al is Hij minder ‘op de zaak’. En er is Diewertje, het konijn. Er zijn padden en hamster Ties. Er is water, veel water, sneeuw en ijs.

En dan is daar het einde dat, ook al kon je het zien aankomen, volkomen onverwacht kwam. Hij trof me als een linkse directe in mijn borst. Daar dreunt hij nog altijd na.

Lees hier meer boekrecensies van Trouw. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden