Review

Reus onder de dichters

De Poolse literatuur, vooral de poëzie, is bezig aan een zegetocht door Nederland. Elke poëzieliefhebber kent inmiddels het werk van Szymborska. Sindskort zijn ook de gedichten van haar grote voorbeeld, Czeslaw Milosz, (ten dele) toegankelijk voor Nederlandse lezers. Beide dankzij de vorige week overleden vertaler Gerard Rasch. Wat bindt de grote Poolse dichters? Hun vitaliteit, hun ja-zeggen tegen het leven en het hier en nu, schrijft T.van Deel. ,,Denk weer aan de lange junidagen, / aan de rozijnen, de druppels van de rosé.''

Bij de introductie van veel buitenlandse dichters die nu in ons land grote bekendheid genieten, heeft Poetry International, het nog steeds actieve Rotterdamse festival, een belangrijke rol gespeeld. In elk geval geldt dat voor enkele Poolse dichters, die in de jaren zeventig bij herhaling te beluisteren waren, en dus ook vertaald werden en van commentaar voorzien. Tot de deelnemers van het eerste uur behoorde Zbigniew Herbert, die sindsdien als dichterlijk voorbeeld niet meer is weg te denken uit onze poëzie.

In zijn kielzog verschenen andere Polen; eerst de vermaarde Tadeusz Rozewicz, vervolgens de in ballingschap levende, dan nog niet met de Nobelprijs bekroonde Czeslaw Milosz, en begin jaren tachtig de nog betrekkelijk jonge Adam Zagajewski, wiens kwaliteiten pas de laatste tijd erkend worden. De grote afwezige, achteraf bezien, is Wislawa Szymborska, van de generatie van Herbert en Rozewicz, die als bij toverslag in 1996 de Nobelprijs kreeg. Haar werk is, in de vertaling van Gerard Rasch, tot zoiets als een nationaal bezit geworden; iedereen heeft het gelezen en het schitterend bevonden, terecht.

Dat de Poolse poëzie met deze Grote Vijf niet is uitgeput, bewijst de aantrekkelijke bloemlezing 'Bittere oogst', waarin Rasch enkele tientallen Poolse dichters uit de 20ste eeuw presenteert, die duidelijk maken dat de internationaal bekende namen altijd het topje van een ijsberg vertegenwoordigen. Het is de grote verdienste van Rasch geweest dat hij niet alleen de top, maar ook een keuze uit de berg heeft vertaald.

Alle grote Polen zijn nu in bloemlezing of verzameld werk te lezen: Szymborska, Herbert, Zagajewski, Rozewicz (in de vertaling van Karol Lesman) en last but not least Milosz. Deze reus onder de dichters, hij debuteerde in 1933, is nu 93 jaar en publiceert nog steeds, heeft lang op een substantiële bloemlezing uit zijn oeuvre in het Nederlands moeten wachten. Ik vermoed dat het te maken heeft zowel met de omvang van zijn werk als met de moeilijkheidsgraad. Milosz is, zeker tot in de jaren zestig, een dichter die nog zoekt naar zijn eigen, beschouwelijke toon; een dichter ook die duidelijk rijpt naarmate hij ouder wordt. Gaandeweg krijgt zijn poëzie de gewenste transparantie.

Szymborska heeft eens gezegd dat haar gedichten zonder die van Milosz niet denkbaar zouden zijn geweest. Wie ze beide kent, zal zich in veel gevallen afvragen wat zij daarmee bedoelt. Milosz is de dichter van een eerdere generatie, hij moet zich uitspreken over het Poolse lot, misschien meer in poëtische dan in politieke zin, en hij doet dat ook, voor de oorlog, in de oorlog, en erna als hij in ballingschap gaat. Zijn beroemdste gedicht is 'Campo dei Fiori', geschreven naar aanleiding van het neerslaan van de opstand in het getto van Warschau in april 1943.

Het is een zowel opstandig als berustend gedicht, waarin de hel van het getto vergeleken wordt met de brandstapel van Giordano Bruno op het Romeinse plein:

Ik dacht aan Campo dei Fiori

bij de zweefmolen in Warszawa,

op een zachte voorjaarsavond,

terwijl vrolijke muziek weerklonk.

De melodie overstemde

de salvo's in het getto vlakbij,

en in de zachte voorjaarslucht

stegen de paren steeds hoger.

Het is een gedicht dat doet denken aan het schilderij van Brueghel waarop Icarus nauwelijks zichtbaar zijdelings verdrinkt. Niemand trekt zich 'de eenzaamheid van stervenden' aan, het leven gaat door, de kermis draait, en de dichter tekent hiertegen protest aan.

Deze kant van Milosz, de actuele, politieke stellingname, is veel minder geprononceerd aanwezig bij Herbert en Szymborska. Op dat punt is er weinig vergelijkingsmogelijkheid. Zij zouden nooit het gedicht 'Sarajevo' geschreven hebben, dat Milosz in 1993 tegen de generatie van '68 inbracht: ,,Nu zou een revolutie nodig zijn, maar zij die eens vurig waren zijn koud geworden. / Wanneer een land, vermoord, verkracht, de hulp van Europa inroept, waarin het geloofde - geeuwen zij.''

De overeenkomst tussen Milosz en enkele dichters die na hem kwamen en schatplichtig aan hem zijn, zit in een levensaanvaarding of een werkelijkheidsbeleving die aan het mystieke grenst. In zijn redenerende gedicht 'Bewustzijn' merkt Milosz op bij punt 3: ,,Ik denk dat ik hier ben, op deze aarde, om er rapport over uit te brengen.'' Dat doet hij voortdurend, in gedichten die geheel opgaan in de waarneming van de werkelijkheid: ,,In louter kijken veranderd zal ik de proporties van het menselijk lichaam blijven opslokken, de kleur van de iris, een Parijse straat in de junidageraad, de hele onbevattelijke veelheid van zichtbare dingen.''

De aardse geneigdheidheid van Milosz' poëzie is een van de meest aantrekkelijke kanten ervan. Een echo hiervan is te horen in de regels van Zagajewski: ,,Probeer de verminkte wereld te bezingen. / Denk weer aan de lange junidagen, / aan de rozijnen, de druppels van de rosé.'' Of bij Szymborska: ,,Leven -zeg ik- je bent mooi''. Of bij Herbert: ,,Heer, / ik dank U dat U de wereld mooi en heel verscheiden hebt geschapen.'' Milosz sluit hierbij aan: ,,En ik geniet ervan dat ik hier op aarde ben, / nog een ogenblik, samen, hier op aarde, / waar we onze kleine mijnheid celebreren.''

Als het gaat om de wereld en het bestaan zijn al deze dichters in laatste instantie ja-zeggers, ze vieren hun leven, ze kijken hun ogen uit, want 'de zichtbare wereld is alles wat van de filosofie overblijft', zegt Milosz.

Tot de eenvoudige gedichten, die volgens hem de kern raken van waar het hem om gaat, zal zeker 'Een geschenk' behoren:

Zo'n gelukkige dag.

De mist was vroeg gezakt, ik werkte in de tuin.

De kolibries stonden stil boven de bloeiende kamperfoelie.

Er was geen ding op aarde dat ik zou willen hebben.

Ik kende niemand die het benijden waard was.

Wat aan kwaad was geschied, had ik vergeten.

Ik schaamde me niet bij de gedachte dat ik was wie ik ben.

Ik voelde nergens in mijn lichaam pijn.

Toen ik mij oprichtte, zag ik de blauwe zee en zeilen.

Dat hij, ook en vooral in zijn hoge ouderdom, zo hartstochtelijk het leven omarmt, maakt Milosz tot een van de vitaalste dichters die ik ken. ,,En ik kijk en ik kijk. Hiervoor werd ik geroepen: / voor het prijzen van de dingen - omdat ze er zijn.'' Maar de andere kant van de medaille is dat de zichtbare wereld een geheim verbergt en dat de dichter zich ook de secretaris voelt van 'de kern' of 'het middelpunt voorbij de doolhof van de dingen'. Hier raken we aan Milosz' metafysische of religieuze instelling, die in de loop van zeventig jaar alleen maar sterker is geworden.

Twee bundels die in Rasch' bloemlezing ontbreken dragen de titels 'Moreel traktaat' en 'Poëtisch traktaat'. Ook het recente 'Theologisch traktaat', dat Karol Lesman in het Tijdschrift voor Slavische Literatuur (februari 2002) vertaalde, is niet vertegenwoordigd. Het laatste traktaat -poëzie nog altijd- laat onomwonden blijken dat Milosz is teruggekeerd in de schoot van de Moederkerk, als hij er al ooit uit weg is geweest, en de christelijke visie op het bestaan wil uitdragen. Die twee kanten zitten er ook inderdaad aan zijn werkelijkheidsbeleving.

Enerzijds dwingt hij zichzelf herhaaldelijk tot een volstrekt aanwezig zijn in het nu, het heden, dat verleden noch toekomst kent: ,,Onvertaalbaar in woorden, verkies ik in het Nu te wonen, / in de dingen van deze wereld, die zijn en ons daarom verheugen: / de naaktheid van de vrouwen op het strand, de koperen kegeltjes van hun borsten.'' (Het is December 1984, Guadeloupe -Milosz dateert en lokaliseert zijn gedichten altijd, hij is een reiziger, een emigrant.)

Anderzijds wil hij de werkelijkheid doorzien en in het tijdelijke het eeuwige ervaren, hij spreekt zelfs van 'de tweede ruimte' waarin wij in deze tijd het geloof verloren hebben. ,,Als ik iets heb gedaan, dan alleen door, als een vroom jongetje in vermomming, de verloren Werkelijkheid na te jagen. / de waarachtige aanwezigheid van de Godheid in ons lichaam en ons bloed, die tegelijk het brood en de wijn zijn, / de steeds reusachtiger roep van het Afzonderlijke, de aardse wet van de vernietiging van het geheugen ten spijt.''

Deze spanning tussen aards en hemels doortrekt Milosz' poëzie op alle niveaus. Hij is allerminst een gemakkelijke dichter, hij compliceert zichzelf en de wereld waarin hij leeft, hij gaat politieke, morele, filosofische en religieuze kwesties nooit uit de weg. Dat maakt hem inderdaad tot een van de grootste dichters van de twintigste eeuw (dixit Joseph Brodsky). Ook de wijze waarop hij zijn scheppende kracht ervaart, is typerend voor zijn dichterlijke klasse.

In het zeer vroege gedicht 'Hymne' beweert hij al dat zijn gedichten niet geschapen worden 'door mijn hart, niet door mijn bloed, / niet door mijn bestaan, / maar door een stem, onbekend en onpersoonlijk, / door de beukende golven, de koren van de winden, de hoge bomen, / door hun najaarswiegen zelf'. In 'Ars poetica' wordt de poëzie de dichter gedicteerd door een 'daimonion'. De poëzie is niet van deze wereld, maar afkomstig van 'een geheim dat plotseling -een ogenblik nog- onthuld zal worden'.

Hoe tijd en eeuwigheid soms door elkaar heen lopen in dit werk, laat het gedicht 'Bewondering' zien -bewondering alweer voor al het geschapene:

Onuitputtelijk, ontelbaar zijn de

substanties van de aarde:

de geur van tijm, het groen van de spar, de rijp, de kraanvogeldansen.

En alles tegelijkertijd. En waarschijn lijk eeuwig.

Het oog zag niet, het oor hoorde niet, maar het was er.

Snaren spelen het niet, de tong spreekt het niet uit, maar het zal zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden