Restaurateurs op de vingers gekeken

DEN HAAG - Bordjes met 'tikken verboden' hangen er niet. Wel tek sten die het publiek op de hoogte stellen van het hoe en waarom van de werkzaamheden die zich achter de doorzichtige perspex ruit afspelen. In het Haagse Museum Mesdag is deze zomer de openbare restauratie van 'Hagar en Ismaël', het beroemde schilderij van de 19de eeuwse Franse schilder Jean-François Millet (1814-1875), op de voet te volgen.

Flor Dekker

De opknapbeurt van het doek met de voorstelling van Abrahams verstoten vrouw Hagar die met haar zoon Ismaël dreigt om te komen in de woestijn, is bewust gepland tijdens de expositie van vier Franse eeuwgenoten van Millet. De tentoonstelling 'Franse Favorieten' omvat werken van Gustave Courbet, Théodore Rousseau, Henri Fantin Latour en Odilon Redon. De doeken behoren allemaal tot de verzamelingen van Hendrik Willem Mesdag en van Helene Kröller-Möller.

Hoewel de doorzichtige perspex wand op de begane grond van het Haagse Museum Mesdag anders doet vermoeden, werken de twee restauratoren in opperste concentratie. Ze voeren tests uit om te onderzoeken wat de beste methode is om de sterk vergeelde vernis te verwijderen. Met minuscule penseeltjes worden millimeterkleine stukjes doek in de linkeronderhoek aangestipt. Voor de gemiddelde bezoeker lijken de resultaten verwaarloosbaar, maar in de ogen van de professional ondergaat het schilderij, waar Hendrik Willem Mesdag zo trots op was, al een ware metamorfose.

Het doek, geschilderd in de roerige jaren na de tweede Franse revolutie van 1848, heeft een bewogen geschiedenis. Millet schilderde het in opdracht van de republikeinse machthebbers. Het onderwerp mocht de schilder zelf kiezen. Hoewel Millet, die zoals altijd in geldnood zat, vooruit betaald kreeg, maakte hij het doek nooit af. Hij verliet Parijs -de stad werd door een cholera-epidemie geteisterd- en nam het onvoltooide werk mee naar Barbizon, tegenwoordig bekend als le village des peintres. Millet schijnt daar nog wel verder te hebben gewerkt aan 'Hagar en Ismaël', maar het is niet bekend hoe lang.

Evenmin is bekend waarom hij het schilderij uiteindelijk toch niet afmaakte. Onzekerheid over de kwaliteit van het ambitieuze werk -een bijbels tafereel op het grootste formaat dat hij ooit koos- is de meest aannemelijke oorzaak voor het falen van het project. Die onzekerheid ging zelfs zo ver dat Millet het doek met een bruine verflaag onder handen nam, naar alle waarschijnlijkheid om er later weer eens een nieuwe voorstelling op te schilderen. Maar het doek bleef jarenlang in de hoek van Millets atelier staan, zonder dat deze aanstalten maakte om er iets mee te doen. Op de vraag van zijn zoon François wat het bruine schilderij nu eigenlijk betekende, antwoordde Millet dat het diende 'als een waarschuwing tegen een al te grote ambitie'.

In 1885, Millet was toen al tien jaar dood, verwijderde François' oudere broer Charles de laag bruine verf, zodat de 'Hagar en Ismaëlvoorstelling' weer te voorschijn kwam en het doek alsnog verkocht kon worden. Millets weduwe had door de opbrengst iets meer financiële armslag. Hendrik Willem Mesdag kocht het schilderij in 1892 van een Parijse kunsthandelaar, waarop hij het een ereplaats gaf in zijn, toen kersverse, museum.

René Boitelle is één van de restauratoren die het doek onder zijn hoede heeft genomen. Voor Boitelle, een vaste medewerker van het Van Gogh museum, is het restauratieproces van 'Hagar en Ismaël' een reis met vele ontdekkingen. Na uitgebreid vooronderzoek naar het leven van Millet en de levensloop van het schilderij, de werkwijze van de maker en het analyseren van verf- en vernismonsters om de samenstelling en de conditie van het verflagen vast te stellen, kon de openbare restauratie van start. De restauratoren ontdekten kleine resten van de bruine verflaag die Charles destijds niet heel secuur heeft verwijderd. Het doel van deze restauratie is onder andere om de restjes, die alleen onder een microscoop te zien zijn, intact te laten. ,,Ze horen nu eenmaal bij de geschiedenis van het schilderij'', legt Boitelle uit. ,,Mesdag heeft zijn collectie met zeer veel zorg samengesteld. We zien de verzameling als één organisch geheel en daarom willen we voorkomen dat dit schilderij er straks spic en span uitziet, alsof het nieuw is. Door de natuurlijke veroudering van de doeken zijn sommige delen meer 'nagedonkerd' dan andere. Als we alles gaan weghalen, verstoren we de natuurlijke kleurstelling en wordt het contrast veel te grof.''

Boitelle zegt nauwelijks hinder te ondervinden van het werken achter een raam. ,,We hebben tot nu toe één tikker gehad en twee mensen die aan de deur zaten, maar het overgrote deel heeft respect voor ons werk. Het is heel leuk voor het publiek, al zijn we nu nog ieder aan een klein hoekje bezig. Maar als de vernislagen op grotere delen van het doek zijn verwijderd, wordt het echt spectaculair.'' De openbare restauratie heeft ook een praktische reden. Boitelle: ,,Het schilderij was te groot om het in ons atelier in Amsterdam te behandelen''.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden