Review

'Religies hebben nog heel wat te verantwoorden' Dan Jacobson brak met zijn geboorteland Zuid-Afrika

Dan Jacobson: 'De Godskinderen', Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer, 160 pagina's, ¿ 29,90.

RUUD VAN HAASTRECHT

Ooit wilde Dan Jabobson (65) zien wat hij las. Gedreven door heimwee naar iets dat hij nog niet werkelijk kende, reisde hij kort na de Tweede Wereldoorlog van zijn geboorteland Zuid-Afrika naar Engeland, geboortegrond van de Engelstalige literatuur die hem zo lief was. Hij besloot er te blijven en brak een veelbelovende carrière af als politiek journalist in Zuid-Afrika. Jacobson wilde ook over andere dingen schrijven dan de politiek. “Ik had het sterke voorgevoel dat ik, als ik in Zuid-Afrika zou blijven, gedoemd was om van politiek het middelpunt van mijn leven te maken. En dat wilde ik juist niet. Ik wilde zèlf beslissen wat belangrijk en belonend voor mij was.”

Dan Jacobson ging doen waar hij in Zuid-Afrika maar niet toe kon komen: schrijven over Zuid-Afrika. In zijn eerste boek, The Trap (1955), legde hij uit waarom hij het land de rug toe had gekeerd. Uit die persoonlijke motieven, zeker, maar ook vanwege de politieke situatie in zijn land, waar in 1948 de Boeren het apartheidsregime in hadden gesteld.

Zowel in The Trap (de val) als in Dance in the Sun dat een jaar later verscheen, analyseerde hij de oorzaken van de rassendiscriminatie in zijn land. In beide romans dient de gespannen verhouding tussen de blanke werkgever en de zwarte werknemer op het Zuidafrikaanse platteland als uitgangspunt. Allebei zitten ze gevangen in de val van vooroordelen die van generatie op generatie overgeleverd worden; allebei nemen ze deel aan een onveranderlijke en vernietigende dans in de zon. Jacobson zelf wilde niet in die val trappen. Hij verruilde het zonnige Zuid-Afrika voor regenachtig en mistig Londen.

“Er was ook nog een andere, simpele reden, dezelfde als waarom mensen die in de provincie wonen naar Amsterdam willen komen. Ik voelde me ook een provinciaal. Ik wilde naar een metropool. In de metropool Londen, maar dat geldt evengoed voor het continent, trof ik architectuur aan. Niet die futuristische kantorenbouw van tegenwoordig, maar een sterke aanwezigheid van het verleden. Die bood een esthetische bevrediging die ik in Zuid-Afrika niet vond. In de metropool kwamen ook de wereld van de boeken en de wereld die ik om me heen zag bij elkaar. En het leven is er veel cosmopolitischer, subtieler, beschaafder en intellectueler: de interessante mensen die je er ontmoet, de theaters, de muziek. Het klinkt misschien gek, maar die dingen bij elkaar vormden voor mij een soort zelfbevrijding uit een bezetenheid van een raciale politieke situatie. Die wilde ik graag achter me laten. Ik verafschuwde wat de Zuidafrikaanse regering aan het doen was vanuit een volkomen scheef wereldbeeld.”

Bijna twintig jaar, tot en met het boek The Beginners uit 1966, dat ging over drie generaties joodse immigranten in Zuid-Afrika, zou hij zijn Zuidafrikaanse verleden van zich afschrijven. Toen stokte de stroom plotseling. Jacobson schakelde over naar minder realistische romans, zoals De verkrachting van Tamar (1970), dat gesitueerd is aan het hof van de bijbelse koning David, en De bekentenissen van Josef Baisz (1977), een 'autobiografie' van de zoon van een corrupte dictator.

In die lijn staat ook De Godskinderen, dat twee jaar geleden in Engeland uitkwam, en waar vandaag de Nederlandse vertaling van verschijnt. Het is een hoogst curieus boek. In sprookjesvorm schetst Jacobson een samenleving ergens tussen de uitvinding van de boekdrukkunst en het begin van de industriële revolutie, waarin joden in de meerderheid zijn en christenen de onderliggende partij, het spiegelbeeld dus van de afgelopen eeuwen in Europa.

'Historische fictie' noemt hij het, zoals je ook 'toekomstfictie' hebt over hoe het zal zijn in 2050. “Je gaat een andere geschiedenis projecteren in het verleden. Wat zou er gebeurd zijn als. . .” Die omkering van rollen is niet zo onwaarschijnlijk als ze op het eerste gezicht lijkt. Er is een periode geweest, rond het jaar nul, dat het jodendom bekeringsijver aan de dag legde. Zo stamde de beruchte koning Herodes af van een groep proselieten. En het christendom was de eerste eeuwen van haar bestaan een minderheidsreligie, die door de Romeinen vervolgd werd.

“Als het jodendom de toonaangevende religie was geworden, zou het een hele andere godsdienst geworden zijn. Zoals ook het christendom dan een hele andere godsdienst geweest zou zijn. Het jodendom zou gecorrumpeerd zijn geweest door macht.”

Het cruciale punt in de roman De Godskinderen is het moment dat de joodse hoofdpersoon, Kobus, nalaat in de bres te springen voor een christenmeisje. Op het moment dat hij dat doet, lijkt het een zaak van klein belang en een weldenkend besluit bovendien. Maar het meisje sterft erdoor, terwijl hijzelf aan het eind van een mislukt leven gekweld zal worden door spoken uit z'n verleden.

“Kleine en grote beslissingen zijn van dezelfde orde”, zegt Dan Jacobson. “Je weet niet welke beslissingen je zullen achtervolgen alle jaren erna. Ik kan me bijvoorbeeld een voorval herinneren uit mijn jeugd op het schoolplein, waar kinderen dingen deden en ik slechts toekeek. Nu nog steeds denk ik daaraan terug met afschuw. Vergeet niet: beslissingen grijpen in elkaar, en ze beginnen op het schoolplein. Ze hebben te maken met welke morele waarden de jouwe worden.”

“Het zou ontzettend pessimistisch zijn om te stellen dat het niet mogelijk is die keten te verbreken. Maar het is wel heel moeilijk om met je morele gewoonten te breken. Tien jaar geleden was ik in China in de tijd dat daar de vensters open gingen. Ik sprak daar met een aantal universitaire collega's. De eerste met wie ik dineerde, was een ouder hoofd van een universiteit. Hij vertelde me over de verschrikkelijke periode die hij had meegemaakt tijdens de Culturele Revolutie. Nu, zoveel jaren later, was hij weer terug op zijn oude functie en werkte hij samen met degenen die zijn folteraars waren geweest. Ik vroeg hem hoe dat voelde. Hij antwoordde: 'Ik weet wie ze zijn en wat ze zijn, maar we moeten verder leven samen en werken samen'. Díe man heeft de keten verbroken van misdaad, straf en wraak.”

Met de thematiek van jodendom versus christendom is De Godskinderen een heel religieus boek. Jabobson is zelf niet godsdienstig. Hij groeide op in een joods milieu in de mijnwerkersstad Kimberley. Zijn vader hechtte aan het jodendom, omdat hij vond dat je als individu niet het recht hebt een traditie af te breken die van geslacht op geslacht is overgeleverd. Zijn moeder moest daarentegen van godsdienst niets hebben.

In De Godskinderen geeft Jacobson religie een veeg uit de pan: de tegenpool van Kobus, de zeer godsdienstige Malachi (boodschapper), is de ideologische aanstichter van de christenvervolgingen. Hij heeft dat gedaan uit reactie op “al dat geweeklaag tegenwoordig over het verval in de samenleving die geweten wordt aan de afnemende invloed van godsdienst. Als ik naar het verleden kijk, maar ook naar het heden, dan heeft de religie nog heel wat te verantwoorden”.

Jacobson eert zijn vader door in een andere traditie te staan en als docent aan de University College in Londen aan het volgend geslacht door te geven: die van de Engelse literatuur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden