Review

Régis Debray verloor zijn geloof in Che Guevara èn François Mitterrand

Régis Debray: Loués soient nos seigneurs. Une éducation politique. Gallimard, Parijs; 592 blz. - ¿ 57,50.

Debray lijkt daaraan wat geleden te hebben. Wat moest je in de jaren veertig of vijftig? Meedoen met de inspanning van het economisch herstel? Onheroïsch carrière maken en profiteren van de golden fifties? De politiek ingaan?

De Franse filosoof begint z'n boek, dat als ondertitel heeft 'Une éducation politique', met de woorden “Ik haat het publieke leven en de politici.” Hij had een hekel aan wat daarbij hoort: vergaderen, dineren, recipiëren. Gegeven het algemeen kiesrecht moet je als politicus een willig oor lenen aan oude dames, huis aan huis bezoeken afleggen, je interesseren voor hondenpoep, schoolkantines, uitkeringen en je laten uitschelden door woedende mensen op straat.

Debray is nooit gevangen door het 'wetenschappelijk marxisme', al ligt zijn sympathie aanvankelijk daar. Hij wantrouwt de grote theorieën en de algemeen aanvaarde leiders van de jaren zestig: Thorez, Mao, Ho Chi Minh. Hij zoekt niet een wat schimmige grote leider, maar veeleer 'broeders van vlees en bloed'. Tussen het Latijns-Europees antifascisme en het Latijns-Amerikaanse anti-imperialisme ziet hij in Cuba de voortzetting van de Spaanse Burgeroorlog en van het Franse verzet tijdens de bezetting.

In 1956 schrijft hij een 'zeer prozaïsche tekst' over 'het castrisme of de lange mars van Latijns-Amerika'. Blijkbaar valt dit verhaal in Cuba in goede aarde, want Fidel Castro nodigt hem uit om daar de 'tricontinentale conferentie' bij te wonen. Zijn verblijf in Cuba bepaalt zijn levensloop. In Cuba is de tijd van het 'positieve neutralisme' voorbij. Che Guevara houdt de Russen voor: “Als het woord Communisme iets betekent, zullen de rijken in het socialistische kamp de revolutie in de Derde Wereld moeten financieren.”

Juist in die tijd geldt de slogan 'de vrijheid gaat in 't rood gekleed'. Noord-Afrika, Kongo, Angola, Mozambique, Guinée-Bissau, overal gaan bevrijding en socialisme samen. Che Guevara reist met 136 officieren (onder wie 5 blanken) naar Tanzania. Cuba wordt een centrum voor de socialistische bevrijding van de Derde Wereld. En de Sovjet-Unie ontwikkelt het wapen van de guerrilla's, de AK 47.

Het communisme bleek overal de oorlog te kunnen winnen, maar niet de vrede. Een uitzondering was Cuba waar, stelt Debray, anders dan in Europa niet de hypocrisie overheerste. Het Cubaanse socialisme behield het elan van de bevrijdingsoorlog, zowel buiten als binnenslands. Honderdvijftigduizend Cubaanse vrijwilligers streden in Angola. Wie weigerde vrijwillig te gaan, kreeg te maken met sancties. Het Amerikaanse 'embargo' hielp ongewild de leuzen van het Patria o Muerte (Vaderland of dood) overeind te houden.

De filosoof Debray voelt zich thuis in het revolutionaire Cuba van de jaren zestig. Daar ligt het centrum van zowel de communistische revolutie, als van de bevrijding van de Derde Wereld. Niet toevallig denkt hij. Fidel Castro vibreerde met iedere schok in de wereld. En wie Cuba bezocht heeft, weet hoezeer Cubanen elke dag evaren dat de Verenigde Staten hun buurman zijn. In zekere zin wonen ze in de VS, sinds de televisie het eiland overspoelt.

'Wonderlijk', fluistert de Italiaanse schrijver Alberto Moravia in het oor van Debray, luisterend naar Fidel, 'een echte Mussolini'. Je maakt grapjes, zegt Debray. 'Nee', zegt Moravia, 'jij hebt hem niet meegemaakt, maar zijn relatie met de menigte die hij toespreekt is dezelfde.' De gelijkenis is meer mensen opgevallen. Een opvatting van directe democratie die berust op het oratorisch vermogen van de leider. Moravia, overtuigd aanganger van Fidel Castro, had gelijk. Fidel Castro wist het koude wetenschappelijke socialisme om te vormen tot warmbloedig enthousiasme. De houten taal van de partij wordt door Fidel vervangen door een stem.

Hij stelt Che Guevara tegenover Fidel Castro. Maar, terwijl Fidel een monarch wordt, wordt Che martelaar. De martelaar overwint in laatste instantie. Een vroege dood garandeert het voortleven als jeugdig persoon op aarde. Fidel is een oude man geworden, die bijna niemand meer overtuigt. Maar Che. . .

Het is boeiend om Debray te lezen over Che Guevara. Che was in Debray's ogen vooral een man van het Boek. Terwijl Fidel alleen geschiedenis leest (hij is bezeten van zijn eigen plaats daarin), leest Che alles: de grote schrijvers, sociologen, economie. Toen hij in Bolivia de dood vond, bleek hij een kleine reisbibliotheek bij zich te hebben. Een ongeduldige revolutionair. Strateeg wellicht. Zeker geen tacticus. 'Creëer twee, drie, meerdere Vietnams' is zijn bekende kreet. Maar hoe kun je een Vietnam maken in Kongo en in Bolivia?

Che loopt altijd net voor de muziek uit, klaagde Fidel. Hij politiseerde alles, maar was geen expert als het om politiek ging. Hij wilde de nieuwe mens door geweld afdwingen in en paar decennia. Hij vergeleek zichzelf graag met de christenen in de catacomben van het Romeinse rijk (nu de VS). “Wat maakt het uit, of we nu verrast worden door de dood. Als onze boodschap maar gehoord wordt.”

Meer dan Fidel spreekt Che, vooral door zijn dood, tot de verbeelding. De Cubaanse staatsreligie annexeert hen. Alle schoolkinderen reciteren elke ochtend 'Todos los pioneros seremos como el Ché'. Hij wordt het model van de nieuwe mens.

Maar toen hij minister van economische zaken werd, bleek de apostel van het verzet tegen de bureaucratie een superbureaucraat. Het was Che en niet Fidel, die het eerste 'heropvoedingskamp' oprichtte voor homo's en andere afwijkelingen. “Ik heb noch moeder, noch vrouw, noch kinderen. Mijn vrienden zijn mijn vrienden, als ze politiek denken zoals ik”, schreef hij in een brief. Effectieve haat maakt van de mens een effectieve, gewelddadige, selectieve en koude machine om te doden.

Che Guevara hield niet van anderen, zegt Debray, omdat hij zichzelf haatte. Alleen Fidel, zijn eigen moeder en twee of drie schoolvrienden hadden zijn sympathie. Hij pleegde dan wel geen zelfmoord, maar zocht wel de dood in Bolivia. Zijn grote vurige hoop, op een nieuwe mens, een nieuwe wereld, verborg - zegt Debray - een geheime wanhoop.

Allende toonde hem een foto van Che met een opdracht aan 'Salvador Allende, die naar hetzelfde oord gaat langs andere wegen'. Wij dachten - zegt Debray - naar de Revolutie, we hadden moeten lezen: naar de zelfmoord. Maar de zelfmoord van Allende moest evenzeer vertaald worden als muerto en combate. Fidel Castro blijft leven en regeren. Hij wordt echter, zegt Debray, een andere persoonlijkheid. Hij wordt tegelijkertijd Ik, Partij, Staat, Proletariaat, Natie, Mensheid.

Wat is er met Fidel gebeurd? vraagt Debray aan commandant Serguera, Fidelist van het eerste uur. Met een breed gebaar toont deze hem een hoofdstuk uit Webers 'Economie en Samenleving', 'De institutionalisering van het charisma'. Dat gebeurde. Het opstandelingenleger werd gestold tot een 'partijdemocratie', compleet met nomenclatura. In de schoolboekjes van 2190 zal Cuba een voetnoot zijn in het hoofdstuk 'Bizariteiten van de 20ste eeuw'. Maar in het Guinness Book van de absolute macht komt Fidel vóór Stalin en Franco: de langst levende dictator van de eeuw.

Régis Debray vraagt zich nu af: heeft hij spijt, berouw ? Begrijp ik hem goed, dan blijft de ontnuchtering. Met de Franse socioloog Raymond Aron stelt hij: politiek is het antwoord op een situatie, niet een exposé van theorieën of uiting van gevoelens.

In 1981 wordt Debray medewerker van Mitterrand. De Gaulle, zegt Debray, had duizend jaar geschiedenis in zijn hoofd. “Mitterand had alleen Mitterrand, niet niks, maar ook niet genoeg. Pragmatisme zonder echt geloof, middelen zonder doel, dat is maar de helft van een program, waarvan Che de andere helft had. Van het ene continent naar het andere ging ik van geloof zonder methode naar methode zonder het geloof. Het is te laat voor mijn derde wens: de ideale mens te vinden, die de twee elementen verenigt.”

In wezen wordt hij teleurgeteld in beiden, in Mitterrand en Che. Hij heeft een erfelijke ziekte onder zijn leden. “Ik zie, ik hoor de ideologie in het lawaai van de tijd.” En in zijn afscheidsbrief aan de Franse president uit hij zijn blijvende twijfel: “Wie zich te veel zorgen maakt over het missen van de trein, komt op het verkeerde perron terecht. Eigenlijk weet ik niet precies of men ertoe bijdraagt de burgers te beschermen tegen de terugkeer der barbaren door ze erop voor te bereiden, d.w.z. door ze te wennen aan de machtsverhoudingen van het moment. De geschiedenis van Frankrijk leert mij het omgekeerde.”

Debray weerspiegelt in z'n autobiografische gedachten onze eeuw. Juist vanuit de aanvankelijke keuze voor revolutionair links, en z'n poging om regerend links te blijven volgen, illustreert hij de tragedie van links in deze eeuw. Het zijn niet alleen de mensen van links die hem begrijpen, en zelfs bijvallen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden