Opinie

Redder van de dans

Als danser had Marco Goecke vaak moeite met zijn opdrachten. Volgens hem kon dat beter. Nu is hij een veelgevraagd dansmaker.

Hij is een hedendaagse Werther: sehnsucht kanaliseert hij in zijn kunst. Zwarte kleding, kettingrokend; choreograaf Marco Goecke praat langzaam en duidelijk articulerend – alsof elk woord als mokerslag voor de banale werkelijkheid moet dienen. „De realiteit ís toch stomvervelend?”, vraagt hij retorisch. „Ik red mezelf van de verveling en het gebrek aan poëzie in het leven door in het theater mijn éigen wereld te creëren.”

De wereld van Marco Goecke (Wuppertal, 1972) wordt bevolkt door schaars belichte wezens – zwarte mensenvlinders, gevallen engelen – uit alle macht bezweren ze het leven. Gevoelens van eenzaamheid en vergankelijkheid; hier doemt een universum van ontreddering op. Dansers met ontblote torso’s bewegen in grote vaart – trillend, schokkend, armenwiekend – alsof elke seconde hun laatste is. Een maniakale overlevingsstrijd op het scherp van de snede, dierlijk bijna: vissen op het droge of muggen in een regenbui.

Marco Goecke doorloopt zijn dansopleiding aan de balletacademie van de Heinz Bosl-stichting in München en aan het conservatorium van Den Haag. Daarna is hij als danser verbonden aan het ballet van de Berlijnse Staatsopera en het ballet van Theater Hagen. „Maar ik was een boze, ontevreden danser. Ik vond het meestal grote onzin wat ik moest doen. Plat, banaal, betekenisloos. Ik dacht: dat moet beter kunnen.” Zijn eerste choreografie ’Loch’ zendt hij in naar het internationale choreografieconcours in Hannover, wat resulteert in opdrachten voor het Ballet van Stuttgart en een engagement als huischoreograaf aldaar. Daarbuiten is Ed Wubbe, artistiek directeur van Scapino Ballet Rotterdam, een van de eersten die Goecke’s choreografische talent onderkennen. Sinds 2005 is Marco Goecke als gastchoreograaf aan het Rotterdamse gezelschap verbonden en zal daar elk seizoen een nieuw werk creëren.

„Bij Scapino krijg ik de tijd om met de dansers diep te gaan. Bij het Stuttgarter Ballett is er tijd noch een optimale focus: het is een dansfabriek. Scapino biedt ruimte aan het gevoel dat áchter de dans schuil moet gaan en voelt daardoor als tweede huid.”

Naast Scapino en het Stuttgarter Ballet is Marco Goecke tot ver na 2010 geboekt door gezelschappen als Les Ballets de Monte-Carlo, Bayerisches Staatsballett en het Nederlands Dans Theater. Analoog aan zijn succes leeft hij uit één koffer en hotelkamers dicteren zijn actieradius. Maar van daaruit stapelt de choreograaf inmiddels prijs op prijs. Zo krijgt hij in 2006 de Nijinsky Award voor de meest veelbelovende choreograaf en wordt hij genomineerd voor de prestigieuze Duitse theaterprijs Der Faust voor zijn versie van ’De Notenkraker’ voor Stuttgart, die einde van het jaar ook bij Scapino te zien zal zijn. De solo ’üffi’ (2004), waarmee Scapino-danser Tadayoshi Kokeguchi in 2006 een Zwaan voor beste dansprestatie heeft gewonnen, en het groepswerk ’Der Rest ist schweigen’ (2005) worden door het Rotterdamse dansgezelschap de komende tijd in Nederland en daarna in de Verenigde Staten gedanst.

In het programma ’For the Joyce’, refererend aan het New Yorkse danstheater waar een deel van de optredens plaatsvindt, zijn naast Goecke’s werk tevens Ed Wubbe’s succesvolle choreografieën ’The Green’ en ’De bruiden’ te zien.

Rudi van Dantzig sprak over Goecke in vlammende superlatieven: de redding voor de dans. Want volgens de voormalig artistiek leider van Het Nationale Ballet zou Goecke een van de weinige dansmakers zijn die écht werken vanuit het hart. En inderdaad: Goecke, zelf een groot bewonderaar van choreografe Pina Bausch en haar krachtige danstheater, is geen bedenker van mooie passen; elke vorm van behaagzucht is hem vreemd. „Ik weiger een mooi strikje om mijn werk te doen. Ik ben geen showgirl, ik wil niet liegen; we leven in een trieste wereld, daar kun je niet omheen. En welke kunstenaar zoekt niet naar antwoorden op existentiële vragen – echte kunst vertroost.”

Nooit is Goecke’s werk voorspelbaar, hij is meesterjongleur van het onverwachte. Bijzondere muziekkeuzen (Bach naast Johnny Cash), absurde rekwisieten (cello’s die letterlijk uit de lucht komen vallen) en onverwachte moves uit jazzdance of pantomime: komische dolkstootjes waarmee de toeschouwer keer op keer op het verkeerde been wordt gezet.

In het groepswerk ’Bravo Charlie’ uit 2007 kwaken zijn dansers als Donald Duck en rijden ze in denkbeeldige strijdwagens uit de coulissen, in het duet ’Ring them Bells’ uit 2005 zet hij zijn dans op de kitscherige, maar aangrijpende revue-uitvoering van Liza Minnelli. „Van humor gaat een zalvende werking uit en kitsch is medicijn voor het hart”, verklaart Goecke.

Hoe donker de beelden ook zijn en hoe ironisch de humor ook wordt ingezet, cynisch is zijn werk nooit. Integendeel: het leven is in al zijn kwetsbaarheid waard om geleefd te worden. En het theater is volgens Goecke de aangewezen plek om dat te benadrukken. „In het theater hebben we de kans om op dingen dieper in te gaan, er áchter te ruiken, er meer gewicht en inhoud aan te geven. Een naakt lijf op de bühne heeft zoveel meer impact dan een naakt lichaam op televisie. Theater is en blijft een onmisbaar medium.”

Waar zijn grillige werk nou precies over gaat, kan Goecke niet zo een, twee, drie duiden. „Ik ben een verzamelaar van indrukken. Ik teken alles op wat ik zie. Vooral veel van televisie, de spiegel van onze condition humaine. We kijken niet meer op van een stapel lijken in de straten van Bagdad, er komt geen enkele emotie meer aan te pas. Ik probeer het gevoel erachter zijn plek terug te geven. Maar als ik een blad van de boom zie vallen – op de wind meegevoerd – en ik ontroerd raak door de beweging, komt ook dat vroeg of laat in mijn choreografieën terug.” De verzameldrift van indrukken maakt Marco Goecke ook doodmoe: „Ik kan een hele dag van slag zijn als ik een verwaarloosde, oude hond op een hoek van de straat zijn staart zie likken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden