Interview

Recensent Vrouwkje Tuinman: ‘Ik lees niet alleen als mezelf’

Beeld Keke Keukelaar

Vrouwkje Tuinman is naast recensent ook dichter en romancier. Om elke ‘indruk van belangenverstrengeling’ te vermijden, bespreekt ze géén Nederlandse literatuur.

Nee, zegt Vrouwkje Tuinman resoluut: ze bespreekt géén Nederlandstalige literatuur. “Toen Trouw me vroeg te gaan recenseren, heb ik dat meteen gezegd. Ik wil niet dat er zelfs maar de indruk van belangenverstrengeling kan ontstaan.” Want Tuinman is ook zelf schrijver – en de literaire wereld van Nederland is klein. Özcan Akyol bekritiseerde de inteeltige schrijverswereld in zijn Boekenweekessay. “Daar kon ik me behoorlijk in vinden”, zegt Tuinman. Zelf zegt zij ‘nee’ op verzoeken om in jury’s zitting te nemen, prijzen uit te delen en fondsen te verdelen, tenminste als het collega’s betreft. “Ik dóe het niet en dat is erg prettig.” Als dichter, zegt Tuinman, ‘vind ik het niet oké als iemand die ik goed ken zich geforceerd voelt om wat aardigs over mijn werk te zeggen’.

Andere boekbesprekers hebben minder moeite om hun literaire bezigheden te combineren met het beoordelen van het werk van collega’s. “Ik vind dat ik het zo moet doen”, reageert Tuinman. Daarmee velt ze geen oordeel over haar vakgenoten. “Ik zou het heel jammer vinden als ik geen recensies meer zou kunnen lezen geschreven door schrijvers als Rob Schouten of Kees ’t Hart.”

Voor Letter&Geest bespreekt Tuinman vooral Angelsaksische literatuur. Die ligt haar wel. “Ik ben een alleseter, maar ik hou erg van de great american novel, witty, met een tableau van personages en een verhaal dat wat over de maat­schap­pij zegt. De literaire kritiek in de Angelsaksische wereld – zeg The Guardian, Times Literary Supplement – bekijkt boeken op zichzelf, terwijl hier meer de neiging bestaat uit te gaan van het fotootje van de auteur op de achterflap. Weet u wat ik leuk vind? Dat ik er pas later achter kom dat de auteur geen man was, wat ik dacht, of geen vrouw. Eigenlijk is mijn ideaal dat van ‘The Voice’: je luistert eerst, en pas als het je aanstaat draai je de stoel om en kijk je van wie die stem is.”

De ontstaansgeschiedenis van een boek

“Omdat ik soms boeken toegeschoven krijg die ik niet heb uitgezocht, maak ik kennis met pure verrassingen. Zo leerde ik het werk van de Poolse Olga Tokarczuk kennen, ze werd op slag een van mijn favorieten. Ze won vorig jaar de Nobelprijs.”

Het heeft, daar is Tuinman wel van overtuigd, voordelen om als recensent zelf auteur te zijn. “Je hebt als schrijver een beeld van wat de ontstaansgeschiedenis is van een boek, je hebt inzicht in hoe je een verhaal opbouwt, wat daar lastig aan is. Dat zijn lagen die ik zie en meeneem in mijn bespreking.”

Het nadeel van het bespreken is dat het werk wordt – Tuinman noemt de te behandelen boeken ‘werkboeken’. “Ik kan moeilijk meer wat lezen zonder te denken: hé, dat moet ik opschrijven. Ik ben wel wat leesonbevangenheid kwijt­geraakt.”

Om het plezier niet te verliezen, voert Tuinman een leesboedelscheiding door: “Privé lees ik veel non-fictie, daar schrijf ik niet over.” Iets dergelijks deed ze bij het schrijven over muziek – ze is ook musicologe. “Ook daar dreigde ik het onbevangene te verspelen. Gelukkig was er één genre waar ik nooit over schreef: metal.”

Heeft ze stiekem wel eens een idee, een frase, een stijl geleend van een andere schrijver? Nee, zegt Tuinman beslist. “Maar ik ben soms wel jaloers. Kon ik dát maar.”

“ Ik lees niet alleen als mezelf.”

De oordelen die Tuinman aan haar recensies verbindt, zijn eerder waarderingen dan een snoeihard vonnis. “Ook als ik het niet fantastisch vind, dan kan ik me toch goed voorstellen dat een ander er iets aan heeft. Om hun hoofd aan de gang te zetten bijvoorbeeld. Ik lees niet alleen als mezelf.”

Onder de bestverkochte boeken zitten titels die je zelden besproken ziet in de krant. Neem ‘Vijftig tinten grijs’ van E.L. James, of ‘De zeven zussen’ van Lucinda Riley. Tuinman: “Heel jammer dat daar zo badinerend over wordt gedaan. Riley is aantoonbaar een belangrijk schrijfster. En over Carlos Ruiz Zafón lees ik nu hij dood is aardige dingen, maar dat was eerder echt niet zo. En sommige genres komen gewoon niet aan de orde – neem fantasy. Terwijl ik om ‘American Gods’ van Neil Gaiman vreselijk heb moeten lachen, en het roerde me ook nog.”

Dat er onder de boekbesprekingen in Nederland weinig puur negatieve kritieken te vinden zijn, snapt Tuinman wel. “Trouw biedt vrij veel ruimte, maar grosso modo worden er niet zo veel boeken besproken. Waarom zou je dan veel aandacht besteden aan een boek dat je sloopt, dat lezers beter kunnen mijden? Of is dat een drogreden?”

Voor deze zomer heeft Vrouwkje Tuinman een paar boeken klaarliggen – niet ter bespreking maar voor het plezier. “Wacht, ik loop er even heen. Kijk, hier: Bernard Wesselings ‘Midzomer, stadsmoe’ – stadsmoe, dat ben ik ook – en ‘Knecht, alleen’ van Gerbrand Bakker. Z’n vorige boek was geweldig, dus ik ben benieuwd.”

Vrouwkje Tuinman (1974) studeerde musicologie. Ze publiceerde vier romans (de laatste in 2016: ‘Afscheidstournee’) en zes dichtbundels. Haar poëziebundel ‘Lijfrente’ (2019) werd dit jaar bekroond met De Grote Poëzieprijs 2020. Verder schrijft Tuinman teksten en libretti voor muziektheater. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden