RecensenteninterviewGerwin van der Werf

Recensent Gerwin van der Werf is blij dat hij een buitenstaander in het literaire wereldje is

null Beeld Maartje Geels
Beeld Maartje Geels

Is het literatuurwereldje te klein? Dat recensenten en schrijvers elkaar ­weleens tegenkomen is maar goed ook, legt Gerwin van der Werf uit. Een gesprek over recenseren, bij het stoppen van Letter&Geest. 

Schrijver zijn en recensent: een prima combinatie, vindt Gerwin van der Werf. “Als recensent denk ik gestructureerd na over hoe de schrijver verbeelding omzet in taal. En die opvattingen kan ik ook toepassen in mijn eigen werk.”

Onwrikbare normen kent hij niet: “Ik lees zelf graag onderzoekende recensies, die verslag doen van een persoonlijke leeservaring. Het is prettig om je eigen opvattingen of vooroordelen te bevragen. Een boek spreekt soms je eigen ideeën over wat goed is tegen.”

Over Graham Swift schreef Van der Werf onlangs dat hij niet snapte wat de schrijver nou precies deed. “Soms manipuleert een schrijver je op een manier waarover je normaal zou zeggen: dat is een trucje. Maar in zijn geval pik je het, omdat hij het zo charmant doet. Zijn stijl overtuigt. Maar de volgende Swift moet een ander recenseren. Ik heb hem twee keer positief besproken in twee jaar, lezers moeten niet denken: daar komt die fan weer aan.”

Wat vindt hij van de recente kritiek dat het literaire wereldje te veel ons-kent-ons is? “Ik bespreek geen goede bekenden, Trouw verbiedt dat en ik zou het zelf ook niet willen.Gelukkig ben ik ook een beetje een buitenstaander, niet zo’n spin in het web van de literaire wereld. En verder vaar ik op mijn morele kompas.” 

Langdurige fitties

“Ja, veel schrijvers heb ik weleens gezien of gesproken. Als recensenten allemaal maaltijdbezorger zouden worden of Uber-chauffeur, en helemaal los van de literaire wereld romans zouden bespreken, zou je iedere schijn van belangenverstrengeling vermijden. Maar een recensent moet op de hoogte zijn van het literaire discours. Dan moet hij dus ook in die literaire wereld en op festivals rondlopen.

“Sommige recensenten hebben langdurige fitties met schrijvers die ze niet kunnen luchten of zien. Daar heb ik geen last van, ook omdat ik niet hard genoeg ben. Ik blijf altijd respectvol, ook als ik kritisch ben.”

Maar schrijvers sparen uit mededogen, is uit den boze: “Ik was laatst niet mals over Jan Siebelink, al prees ik ook zijn goede beginscènes. Een recensent moet vrij zijn oordeel vellen, zonder nadenken of het misschien zielig is voor de schrijver. Je moet wel je oordeel goed onderbouwen, met respect voor de bedoeling van de schrijver.”

Een recensent moet niet de docent uithangen, vindt Van der Werf. “Ik ben altijd gespitst op geforceerde metaforen, op te bloemrijk taalgebruik. Maar ja, als de schrijver het zelf mooi vindt, moet hij het gewoon blijven doen. Alleen recenseer ik hem dan niet meer, ik ga niet drie keer zeggen: ‘wederom is mij opgevallen et cetera’. Nee, ik heb ook nooit zelf iets gehad aan tips van een recensent, bijvoorbeeld dat ik ’ns een scenario moest schrijven. Fijn is wel de bevestiging: hij heeft het gezien, hij snapt de kern van mijn tekst.”

Meer diversiteit van recensenten vindt hij een goed streven. “Al weiger ik aan te nemen dat mijn blik als man op een vrouwelijke auteur totaal anders zou zijn. Ik vind Ottessa Moshfegh een hartstikke goede schrijver – stoer, radicaal, absurd. Ik kan me niet voorstellen dat ik daar anders naar kijk dan een vrouwelijke recensent.”

Afkraakrecensies

“Maar literatuur is gebaat bij debat. Dus meer diverse recensenten, minder dominantie van enkele: prima. Zodra het meer over de recensenten zelf gaat dan over het boek, struikelen ze”, zegt Van der Werf over onlangs in ongenade gevallen collega’s bij Het Parool en de Volkskrant. “Hun afkraakrecensies las ik graag, maar dat past niet bij Trouw.” Bovendien, met dat ‘ramptoerisme’ – smullen van het affakkelen van auteurs – ‘bewijs je de literatuur geen dienst’.

Een recensent moet volgens Van der Werf ‘het literaire discours’ kennen. Maar bestaat dat discours wel? Nou, zegt Van der Werf, “het is nu meer een roddelfabriek, over het geklungel van een recensent. En over de gratuite mening van iemand die de rebel uithangt door te zeggen dat het wereldje zo verrot is. Over leesbevordering is wel een goede discussie. Mijn bijdrage daaraan is de stelling dat je lezen moet tegengaan en boeken moet verbieden, dan heb je pas kans dat meer mensen gaan lezen.”

“En over het thema ‘culturele toe-eigening’ heb ik gezegd dat iedereen zich alles moet kunnen toe-eigenen. Ik denk dat de komende tijd literatuur veel zal gaan over inclusiviteit en racisme; schrijvers worden opgeroepen tot engagement, dan zal er pas wat veranderen. Ik vind dat zeer de vraag, maar als recensent moet ik dat discours kennen, al was het maar om er afstand van te nemen, of een boek tegen het licht te houden van een lopend debat. Maar als schrijver moet je helemaal niks, dat is het fijne van schrijver zijn.”

Muziekwetenschapper Gerwin van der Werf (1969) is leraar muziek. Hij schreef verhalenbundels over zijn school en zijn werk als muziekleraar, en vijf romans. ‘Een onbarmhartig pad’ verscheen dit jaar in het Duits. Onlangs kwam zijn nieuwste roman uit, ‘Strovuur’.  

Lees ook: 

Keihard een boek afkraken zal recensent Yolanda Entius niet snel doen...

...maar Pfeiffer is de volgende keer echt aan de beurt, zegt ze.   

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden