Review

Recalcitrante Guatemalteken

De literatuur van Guatemala is voor Nederland terra incognita. Jammer, want het land telt een aantal fascinerende schrijvers. Onlangs werden twee Guatemalteekse boeken vertaald: de indrukwekkende novelle 'Verloren wraak' van Rodrigo Rey Rosa en 'Perpetuum mobile', een ode aan de 'benijdenswaardig compacte' vlieg. De schrijver van het laatste boek, Monterroso, geldt als kampioen van de korte baan. ,,Vandaag voel ik me goed, een soort Balzac, omdat ik deze regel bijna af heb.''

Ilse Logie

De Guatemalteekse literatuur herstelt zich schoorvoetend van decennia van bloedige burgeroorlog, doodseskaders en mensenrechtenschendingen. Heel wat schrijvers zijn inmiddels uit ballingschap teruggekeerd om de democratie een kans te geven. Toch draagt hun werk de sporen van zoveel gruwel, en blijft de labiele politieke situatie erin doorklinken. Want ook al heeft het land zijn Waarheidscommissie gekregen, veel meer dan een symbolisch belang moet daar niet aan worden gehecht, aangezien er een vrijwel algehele amnestie op is gevolgd.

De interessantste hedendaagse auteur uit Guatemala is ongetwijfeld Rodrigo Rey Rosa (1958), van wie bij uitgeverij Menken inmiddels de vierde novelle, 'Verloren wraak', is verschenen. Ook Rey Rosa verliet zijn vaderland. Hij woonde achtereenvolgens in Tanger, New York en Madras. In Marokko raakte hij bevriend met de Amerikaanse cultfiguur Paul Bowles (1910-1999), met wie hij zich erg verwant voelde en die een aantal van zijn verhalen in het Engels vertaalde. Bowles treedt nu ook als personage op in 'Verloren wraak', dat autobiografischer en directer is dan Rey Rosa's allegorisch getinte eerstelingen, zoals 'Wat Sebastiaan droomde', en daarom nauwer aansluit bij zijn roman 'Na de vrede'.

Rey Rosa trekt parallellen tussen Marokko en Guatemala: het zijn beide landen met een overrompelende natuur en weinig sociale voorzieningen, waar onderhuidse frustraties bij de bevolking periodiek tot uitbarstingen van geweld leiden. Een dergelijke sfeer van naderend onheil kenmerkt ook 'Verloren wraak'. Bij zijn terugkeer uit Tanger ziet Juan Luis Luna, de hoofdpersoon, zich in Guatemala voor een ethisch dilemma geplaatst. Meer dan tien jaar voordien werd hij er gekidnapt, en nu krijgt hij de kans om wraak te nemen. Toen zijn vader, een gefortuneerd zakenman met wie hij een vertroebelde relatie had, zich niet meteen bereid toonde om het hoge losgeld te betalen, schrokken zijn ontvoerders er niet voor terug om de voet van hun gijzelaar te amputeren en die als bewijs op zijn thuisadres te bezorgen. Na zijn vrijlating verliet Juan Luis zijn geboorteland om zich tijdelijk in Marokko te vestigen en er schrijver te worden. Oog in oog met een van zijn beulen, bijgenaamd 'Het Konijn', ebt zijn vergeldingsdrang weg, en slaat om in verachting, en ook wel in nieuwsgierigheid naar wat zijn folteraars dreef. Het Konijn heeft niet veel van zijn leven terechtgebracht en wordt nu door wroeging verteerd, dus wat voor zin heeft het om hem uit de weg te ruimen?

Zoals steeds bij Rey Rosa zijn de gevoelens van zijn personages erg rijk geschakeerd en moeilijk benoembaar. Spannend is de novelle wel, door Rey Rosa's sobere, maar toch raadselachtige stijl én door de effectieve opbouw van de novelle - het eerste deel wordt verteld vanuit het standpunt van het opgejaagde Konijn, het tweede door Juan Luis zelf. Hoewel Juan Luis' beslissing van individuele aard is, suggereert Rey Rosa toch ook dat de uitzichtloze spiraal van geweld in zijn land moet ophouden.

Naast die van Bowles, erkent Rey Rosa de invloed van twee andere auteurs: Sciascia, wiens analyse van de Siciliaanse maffia en corruptie hij ook op de Latijns-Amerikaanse samenlevingen van toepassing acht, en Borges.

De lectuur van diezelfde Borges was ook een openbaring voor Rey Rosa's beroemde voorganger en landgenoot Augusto Monterroso (1921-2003). Borges lezen was voor hem 'even noodzakelijk als ademhalen', maar tegelijkertijd 'net zo gevaarlijk als te dicht langs de rand van een afgrond lopen'. Borges' kernachtige Spaans maakte die taal opnieuw springlevend, en als Monterroso ergens voor huiverde, was het wel de hoogdravende retoriek van de Schone Letteren en het valse sentiment dat daarbij hoorde. Zelf huldigde hij dan ook de bondigheid als principe van mentale hygiëne. Hij was de kampioen van de korte baan en van het fragment. Hij schreef verhalen, fabels, dagboeknotities en onorthodoxe essays. Al deze tekstsoorten bestonden voor hem broederlijk naast elkaar, want hiërarchie ontmaskerde hij als een illusie.

Nu kan ook de Nederlandstalige lezer kennismaken met Monterroso's aparte oeuvre, want bij de Leguaan verscheen het representatieve 'Perpetuum Mobile' uit 1972. Dit heterogene boek opent met twee motto's, die allebei beginselverklaringen zijn. In het eerste houdt de auteur een pleidooi voor het laten vervagen van de grenzen tussen de genres, en van die tussen leven en literatuur: ,,Het leven is geen verhandeling, ook al hebben we het over van alles, het is geen verhaal, ook al verzinnen we van alles, het is geen gedicht, ook al dromen we van alles. De verhandeling over het gedicht over het leven is een perpetuum mobile, ja een perpetuum mobile''. Het tweede is aan Lope de Vega ontleend, en luidt: ,,Ik wil van stijl en redeneertrant veranderen''. En dat deed Monterroso, niet alleen binnen een bepaald werk, maar bij elk nieuw boek gooide hij het roer om.

Op deze motto's volgt een beschouwing over de vlieg, waaraan de auteur evenveel belang toekent als aan twee andere onderwerpen die hij denkt aan te snijden, de liefde en de dood. Zelf heeft hij een voorkeur voor het nietige insekt, en dat zal de lezer weten. Niet alleen krijgt hij een kleine bloemlezing uit de wereldliteratuur over het gevleugelde diertje voorgeschoteld aan de hand van treffende citaten, het staat ook op verschillende plaatsen en in verschillende formaten op de bladzijden afgebeeld. De vlieg treedt hier, kortom, op als een heus personage, en dat is geen toeval, ook al lijkt het overdreven veel eer voor zo'n alledaags wezen.

Maar schijn bedriegt, aldus Monterroso, want op haar manier zegt de vlieg veel over de essentie van het bestaan - een optisch bedrog dat eveneens spreekt uit de passende omslagillustratie van Escher. Zij is die hinderlijke factor die om ons hoofd zoemt, maar juist in die hoedanigheid vertegenwoordigt zij de constante afleiding van het Hooggestemde, waar de mens meer dan hem lief is rekening mee dient te houden. Haar bewegingen mogen dan willekeurig lijken, bij nader inzien zijn ze aan een zekere, zij het tegendraadse want te hooi en te gras opererende, orde onderhevig, een speels voor- en terugwijzen dat ook aan het creatieve lezen en schrijven ten grondslag ligt. Die rusteloosheid weerspiegelt meteen ook de intellectuele nieuwsgierigheid van de auteur van dit 'vliegenboek', die zijn land om politieke redenen moest verlaten en een nieuw leven begon in het naburige Mexico. Uiteindelijk roept Monterroso de vlieg uit tot benijdenswaardig compacte drager van 'onze lompe westerse beschaving'. Vliegen zijn de afgezanten van onze ziel, ,,zij vergaren wijsheid en weten alles wat wij niet durven te weten''.

De andere thema's die hier aan bod komen, vallen evenmin onder een noemer te vangen. Zo parodieert de verteller in het titelverhaal een Mexicaanse soap, mijmert hij verderop op badinerende toon over 'de export van hersens' in zijn continent en doet hij onder meer verslag van hoe hij zich van vijfhonderd boeken heeft ontdaan. Zijn voorliefde voor kort vat hij dan weer laconiek samen in 'Productiviteit': 'Vandaag voel ik me goed, een soort Balzac, omdat ik deze regel bijna af heb'.

Hoewel erg geliefd en gerespecteerd als schrijver en als mens, maakte Monterroso een sport van de zelfrelativering. De ironische titel van zijn allereerste boek, 'Verzameld werk', zette al de toon. Van theorie moest hij niets hebben, en hij ging prat op zijn autodidactische vorming. Humor vond hij een superieure uiting van realisme, en met zijn puntige flitsen en flarden belichaamde hij een alternatieve traditie in de Latijns-Amerikaanse literatuur, die lijnrecht inging tegen het overheersend episch-barokke beeld dat ervan bestaat. Hij liet zich inspireren door de al eerder genoemde Borges, maar ook met het werk van Cort zar (even ludiek en tegendraads), Rulfo (even kort van stof) en buiten zijn eigen cultuur Kafka, vertoont zijn oeuvre raakpunten. Zelf werd hij dan weer bewonderd door Italo Calvino, die in 'Zes memo's voor het volgende millennium' zijn verhalen prees om hun snelheid.

Ook al verschillen Rey Rosa's stijl en onderwerpen erg van die van Monterroso, de literaire ascese hebben ze met elkaar gemeen. Bescheiden als hij was, zou deze laatste het moeilijk hebben kunnen geloven, maar het ziet ernaar uit dat hij dan toch school gemaakt heeft in Guatemala, het land waarmee hij zich tot aan zijn dood verbonden voelde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden