Interview

Raynor Winn: Over de kliffen naar een nieuw leven

Raynor Winn en haar man Moth Beeld Hollandse Hoogte / The Guardian & The Observer

Toen Raynor Winn failliet ging, bleek haar man Moth ongeneeslijk ziek te zijn. Ze raakten dakloos en zagen geen andere uitweg dan samen te gaan lopen langs een prachtig kustpad.

Raynor Winn (56) was de eerste helft van haar leven wat je noemt een huismus. Ze was een vrouw die dacht dat haar geluk kwam uit haar moestuin en haar schapen, haar huisje en haar kinderen. Tot ze alles verloor en in een opwelling besloot dan maar te gaan wandelen. “Daar zouden we in ieder geval een tijdje mee bezig zijn.”

Het resultaat was de bestseller ‘Het zoutpad’, over een echtpaar van middelbare leeftijd dat ziek en berooid het duizend kilometer lange South West Coast Path langs Devon en Cornwall aflegt, levend op een toelage van soms 50, soms 20 pond per week. Dat betekende geen bagagevervoer, zoals wandelaars van hun leeftijd gewoonlijk boeken. Het betekende ook geen hotels, geen campings, geen koffie, geen ijsjes of taartjes, bijna geen fruit of groente, geen douches, geen wasmachines.

Het is het verhaal van Winn en haar man Moth, een stel op leeftijd dat ontdekt dat de waarde van het leven niet is gebakken in de stenen van je huis, ook niet als dat een met grote toewijding zelf gerestaureerde lieflijke cottage is, zelfs niet als je twee kinderen er zijn geboren en opgegroeid. Een stel dat ontdekt dat een dokter ook niet alles weet, dat lichtgewicht slaapzakken te dun zijn, dat je niet meteen sterft als je op twee pakjes noedelsoep per dag leeft en dat je ook op je vijftigste nog talenten kunt ontdekken waarvan je niet wist dat je ze had.

“Ik wist niet dat ik kon schrijven”, zegt Winn nu, aan een tafeltje in de pastorie van de St. Mary’s Church van Apple­dore, een minuscuul plaatsje aan de Engelse westkust, in Devon. Door Appledore loopt dat ene pad waar zij, inmiddels zes jaar geleden, ook overheen ging, ter plaatse aangegeven met gouden letters op zwarte bordjes in de kilometersbrede duinen. “Ik wist net zomin dat ik kon schrijven als ik wist dat we nog konden wandelen. Je moet weten: een rugzak aantrekken is op je vijftigste wel even iets anders dan op je vierentwintigste.”

In het boek beschrijft ze hoe haar echtgenoot, de zieke Moth, zich door haar goeiig de rugzak met hun oude katoenen tent, hun pannen en gasstel op zijn rug liet binden. ‘Haal hem eraf!’, kermde hij meteen. Het is vlak nadat de deurwaarders het huis in beslag kwamen nemen en ook nadat de dokter hem vertelde dat hij niet lang meer te leven zou hebben.

Blonde jongen met knalblauwe ogen

Moth, die al tijden kwakkelde, bleek te lijden aan corticobasale degeneratie (CBD), een akelige ziekte die vitale delen in het lichaam afbreekt, met een onvermijdelijke dood door verstikking tot gevolg. Op het moment dat hij zijn diagnose kreeg, schrijft Winn, was haar eerste reactie: “Je kunt niet ziek zijn, ik hou nog van je.”

Nu, in Appledore, wordt haar stem zacht als ze moet vertellen wat voor een man hij is. “Hij is mijn beste vriend sinds mijn achttiende, toen ik hem ontmoette in de kantine van de universiteit. Ik dronk een kop thee en zag aan de andere kant van de ruimte een blonde jongen met knalblauwe ogen een Mars in een kopje dompelen. Ik dacht, heel gek: ‘dat is mijn man’, en het was zo. Moth was de allereerste die ooit tegen me heeft gezegd dat hij van me houdt. Hij is aardig, een doorzetter, iemand die meer aan anderen denkt dan aan zichzelf en het is iemand die nooit opgeeft.”

Moth gaf ook niet op toen hij die rugzak op moest. Dakloos geworden, had hij niet veel meer opties dan mee te gaan in het wandelidee van zijn echtgenote – in ieder geval zouden ze dan samen zijn. Hij scharrelde op Ebay een lichtgewicht tent op, verwijderde onnodige ballast en hoopte dat het voor de rest wel zou wennen, wat ook gebeurde. Het meest verbazingwekkende was zelfs dat hij beter werd. >> Winn: “Het lijkt erop dat zijn ziekte tot stilstand komt zodra hij gaat wandelen.” Medisch is het niet te verklaren, maar het is zo. “Ik zag het lopen niet als helend. Ik dacht dat we het laatste moment aan het vastgrijpen waren, voor hij slecht zou worden. Het voelde alsof we een klein streepje lucht volgden dat snel zou betrekken.”

Raynor Winn op het kustpad Beeld Hollandse Hoogte / The Guardian & The Observer

Van daklozenkrant naar boek

Het boek was zeker niet gepland. Het begon, twee jaar na de wandeling, als een handgeschreven verjaardagscadeau voor Moth, groeide toen tot een artikel in de Britse daklozenkrant en daarna tot boek, dat zelf weer uitgroeide tot een in vele talen vertaalde odyssee. “Ik dacht niet per se dat ik de wereld iets te vertellen had. Ja, over dakloosheid, daar had ik wel iets over te zeggen. Maar toen het af was, spoorde mijn dochter me aan het naar een uitgever te sturen.”

Het resultaat is iets waar Winn nog altijd erg verbaasd over is. Eerst dat maar liefst uitgeverij Penguin het wilde publiceren. Nu dat ze brieven krijgt van lezers over de hele wereld. “Mensen vertellen me wat hun is overkomen. Ik inspireer ze, zeggen ze.” Ze had het nooit gedacht. Ook niet dat het succes zó lang aan zou houden.

Raynor Winn was vorig jaar óók al een keer op het boekenfestival van Appledore. “We dachten: iedereen is toen al geweest, we bieden iets nieuws.” Maar zodra op de website werd aangekondigd dat lezers konden wandelen met Raynor Winn, werden honderden tickets geboekt. De wandeling veranderde in een intieme lezing, de intieme lezing werd een grote lezing. Uiteindelijk was er geen grotere zaal te vinden dan de kerk van het dorpje, die tot de achterste banken stampvol zat. “Ik denk”, zegt Winn, “dat mijn verhaal mensen aanspreekt omdat iedereen wel iets rots meemaakt in zijn leven.”

Het rottige in het leven van Raynor Winn bestond uit verschillende delen. Het eerste deel was de akelige finan­ciële ruzie met een oude vriend van haar echtgenoot Moth, die hen had overgehaald te investeren in een zaak die slecht afliep. Het tweede was het verlies van hun huis, een gevolg van de verkeerde investering en een slepende rechtszaak. Het derde was de ziekte van Moth. Geen idee had het stel hoe het verder moest, tot Winn een blinde greep deed in een doos boeken die zou worden geveild. Ze had een boekje over het kustpad in haar handen, ooit van iemand gekregen. “Laten we gaan wandelen”, zei ze.

“Het was maar een kustpad, zo steil kon het niet zijn”, schrijft ze in het begin van het boek. Naïef, natuurlijk. Want het kustpad gaat over kliffen, door engtes, glibbert over mos en raakt bij een hoge zee soms onder water. Hadden zij en Moth geweten dat ze meer dan vier keer de Mount Everest moesten bestijgen, waren ze er nooit aan begonnen. “De dokter had gezegd dat Moth zich zo min mogelijk moest inspannen.”

Heftige start

Het was een bezoeking eerst. Hij ziek, zij ongelukkig, vaak aangezien voor zwervers, weggestuurd. Tot ze halverwege de tocht op het uiterste puntje van Engeland kampeerden, onder een diepgrijze lucht, met alleen een stukje nylon tussen hen en Canada, en ze merkte dat ze gelukkig was. “We voelden een geluk waarvan we dachten dat we dat nooit meer zouden voelen”, vertelt ze aan haar lezers daar in het petieterige Appledore.

Bij een kop thee geeft ze toe dat het geluk niet de hele weg bij haar was. “We konden niet echt stoppen, maar in het begin vonden we het zo moeilijk. Het was voor Moth ­eigenlijk onmogelijk om in en uit de tent te komen en om zijn rugzak op te doen. Iedere dag was een gevecht. Ik dacht: wat zijn we aan het doen? Dat was nog voor we hier bij ­Appledore waren.”

Beeld Hollandse Hoogte / The Guardian & The Observer

Vlak na het dorp dat iets verderop ligt, een doodsaaie plek met de opgewekte naam ‘Westward Ho!’ werd het vreselijk ingewikkeld, toen kon hij op een bepaald moment niet verder. Hij werd echt ziek. Misselijk, stram. We beseften dat we zijn medicijnen waren vergeten – Moth had ontwenningsverschijnselen. Als er een manier was geweest om weg te gaan, als we ergens een bed hadden gehad, zouden we erheen zijn gegaan.”

“Maar toen werd hij helderder. We hadden nooit in de gaten gehad dat zijn medicatie hem verdoofde. Hij klaarde op. Toen besloten we dat we gewoon doorgingen. Het pad volgen werd ons doel. Het trok ons vooruit. Het trok ons naar een nieuw leven: we moesten het gewoon blijven lopen, zo dachten we.”

Als ze het zuidwestelijke kustpad mag beschrijven, kijkt Raynor Winn net zo dromerig als toen ze haar man beschreef. Het gaat op en neer, zegt ze, het is een rollercoaster, een wildernis. “Breed en smal, tussen de zee en het echte leven. Je loopt uren zonder een mens te zien. Vol wild en weer en wind. Het werd onze wereld. We leefden iedere wolk.

“In mijn achterhoofd had ik steeds het idee dat we nog twee jaar hadden, op zijn hoogst. Dat heb ik nog. Het is nu vier jaar geleden, we leven ieder moment alsof het het laatste is. We laten tijd niet langer gewoon verglijden. We leven met het licht aan, in plaats van in het donker.”

Lopen als nieuw doel

Ze kan het iedereen aanraden, al is de rol van mindfulnessgoeroe niet echt op haar lijf geschreven. Daarvoor is ze te veel in zichzelf gekeerd. Ze schrikt ook nog steeds als mensen naar haar privéleven informeren, zoals bij de lezing in Appledore: ‘Hoe is het met Moth?’ >>

Het gaat goed met Moth. De ziekte is er nog, maar nog altijd werkt het lopen helend. Het stel was net op IJsland. “Hij was slecht in het begin, maar op de laatste dag kon ik hem niet meer bijhouden.” Zo was het ook geweest aan het kustpad. De krukkige man werd in de loop van weken vitaler en vitaler, tot hij uiteindelijk in staat bleek om door kniehoog water te rennen terwijl hij een opgezette tent boven zijn hoofd hield, op een moment dat een idyllische kampeerplek aan het strand werd bedreigd door opkomend tij.

Ook van een andere vraag schrikt ze. “Wat deed het met uw relatie?”, vraagt een bezoeker. Ze moet ter plekke de woorden vinden. “Het pad gaf ons een gezamenlijk doel”, zegt ze, “en het lopen was voor ons een manier om de tijd te stoppen. Ik zei het niet, maar ik had het idee dat ik zijn dood zou kunnen tegenhouden door steeds maar de ene voet voor de andere te zetten. Zolang we een doel hadden, een pad dat ons wees waar we naartoe moesten, hadden we een doel dat de dood op afstand zou houden. Een doel hebben is goed in een relatie.”

Jokken tegen de kinderen

Tot op dat moment, realiseert ze zich, was hun doel geweest om de kinderen zo goed mogelijk in de wereld af te leveren. Ze waren al een heel eind op weg: beiden studeerden, laatstejaars. Maar dat de kinderen daarna geen plaats meer zouden hebben om naar terug te gaan, vrat aan Winn. “Het jaar waarin wij het huis verloren, was het jaar waarin het gezin in de zomer zou hergroeperen. De kinderen zouden na hun studie thuiskomen en van daaruit hun weg in het leven zoeken, zo had ik het bedacht. Maar zonder de kinderen thuis te hebben, voelde ik me niet langer de moeder die kon zorgen dat alles goed kwam. Wat bleef er van mij over zonder dat? Niets.

“We konden ze niet helpen, ook niet met geld. We waren als ouders niet langer de beschermende hand waardoor alles goedkwam. Als moeder was het heel moeilijk om me daaraan aan te passen. Dus ik probeerde het ergste niet aan ze te vertellen. Ik dacht: zij moeten zich concentreren op hun leven. Ik kon niet zeggen: ‘Hoi, we staan hier aan de kust, het regent, het is koud en we hebben honger.’ Ik zei: ‘Ja, het gaat goed, en met jou?’

“Ze wisten wel dat Moth ziek was. Maar weten en weten – ik had zelf nogal veel moeite om te accepteren dat hij zou verdwijnen, dus ik heb het verteld zoals ik het kon verdragen. Ik wilde iets doen, het remmen, niet accepteren dat hij dood zou gaan. Als ik het zou zeggen, was het een feit. Dus de kinderen hadden het idee dat we op vakantie waren, dat we het onder controle hadden.”

In plaats daarvan waren Moth en Raynor eigenlijk zwervers, daklozen. “In het begin waren we daar heel open over. Als mensen ons vroegen wat we aan het doen waren, dan zeiden we; we zijn ons huis kwijt, we zijn dakloos, daarom zijn we onderweg. Maar dat leerden we snel af. Bij het woord ‘dakloos’ kreeg iedereen een bijna fysieke reactie. Ze trokken hun kinderen naar zich toe, gaven de hond meer ruimte, deden een stap achteruit. Alsof alle daklozen verslaafden zijn, of mensen met psychische problemen.

“Toen veranderden we ons verhaal: we zeiden dat we een midlifecrisis hadden, even tot onszelf wilden komen. Toen was de reactie: ‘Wat inspirerend!’ Behalve als degene die het ons vroeg zelf geen huis meer had. Dan konden we terecht met het echte verhaal, dan werd het weinige dat ze hadden met ons gedeeld. Sindsdien doe ik wat ik kan voor daklozen. Ik probeer het aan te kaarten, erover te praten. Ik help bij een project dat daklozen aan werk helpt.”

Weer wennen aan stenen

Nieuwe cijfers onthulden onlangs dat het aantal doden onder Britse daklozen de laatste jaren sterk is gestegen. Gemiddeld sterven nu iedere dag twee mensen die geen huis hebben. De meesten in Londen, het zuidwesten van Engeland komt op de tweede plaats.

“Wij vonden het soms ook eng”, zegt Winn. “Vooral als we op straat moesten slapen in stedelijke gebieden. De wereld op straat is zo hard, dat we alleen om en om onze ogen dicht durfden te doen. Ons vertrouwen in mensen was niet bepaald groot. We hadden onze vriend vertrouwd met zijn investering, we hadden vertrouwd op het rechtssysteem tot het ons ons huis afnam, we hadden de medische wetenschap vertrouwd maar die kon ons niet helpen. Op dat moment realiseerde ik me dat het voor alle daklozen zo is: hun problemen zijn heel vaak het gevolg van andere mensen.”

Over hoe moeilijk het was om weer te wennen aan de mensenwereld gaat haar volgende boek, dat komend voorjaar uitkomt. “Moth en ik hebben nog heel lang de tent opgezet in de woonkamer toen we weer een dak boven ons hoofd hadden. Ik heb het heel moeilijk gevonden om terug te komen in de stenen wereld.”

“Kijk, daar zit hij”. Ze wijst naar een knappe grijze man even verderop in het café. Hij staat op, komt naast haar zitten. Hoe hij zich voelt? “Goed. En trots”, zegt Moth. Dan: “Nederland hè? Is het daar een beetje mooi lopen?” <<

Biografie: 

Raynor Winn had onverwacht succes met haar debuut ‘Het zoutpad’, over de tocht van meer dan 1000 km langs de kust van Cornwall en Devon. Het stond op de shortlist van de Wain­wright Prize en de Costa Book Award. De Nederlandse vertaling, ver­sche­nen in janu­ari, be­ leefde meerdere her­druk­ken.

Lees ook:

Hoe een barre voettocht langs een kustpad tot verdieping leidt
Dakloos geworden, besluiten Raynor Winn en haar zieke man Moth maar te gaan wandelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden