Review

Raymond Aron wilde het best nog een keer uitleggen

De denker Raymond Aron deed nooit wat hoorde: hij steunde De Gaulle, hij zag niets goeds in de Sovjet-Unie, en – het allerergste – hij schreef in Le Figaro. De Nederlander Van Velthoven beschrijft wat Aron bewoog.

Raymond Aron (1905-1983) is hier vaag bekend als een van die ’intieme vijanden’ waar Sartre zich in verheugde, zoals daar verder waren Albert Camus en André Malraux. Zijn werk heeft altijd in de schaduw van kleurrijker Franse figuren gestaan. In een proefschrift heeft de journalist Van Velthoven nu uit de doeken gedaan wat Raymond Aron werkelijk dacht in de ’eeuw van Sartre’ zoals de jaren tussen de oorlog en de val van de Muur wel zijn genoemd.

Het boek is vrij van de pastis-walm die inkijkjes in het Franse intellectuele leven zo vaak begeleidt, en vertelt chronologisch en aan de hand van zijn boeken en artikelen wat de socioloog Aron over het marxisme, de industriële maatschappij en de internationale politiek heeft geschreven.

Net als veel andere Franse intellectuelen was Aron een politieke denker en doener. Maar anders dan de meesten vertoonde hij redelijkheid en praktisch vernuft in zijn voorkeuren. Terwijl Sartre zich in de jaren dertig enthousiast op Heidegger stortte, begreep Aron dat zich in Duitsland een groot gevaar aan het ontwikkelen was. En na de Franse nederlaag in 1940 week hij uit naar Engeland waar hij generaal De Gaulle in zijn poging de strijd gaande te houden terzijde stond.

Na de oorlog, toen alle intellectuelen die niet met de bezetter hadden geheuld linksaf sloegen, steunde Aron de generaal bij zijn pogingen om het chaotische Franse politieke stelsel te hervormen. Intussen werd hij medewerker van de rechtse Le Figaro, waarin hij zijn tegendraadse commentaren leverde tot de krant in de jaren zeventig door een mediatycoon werd opgekocht.

Naast de communistische intelligentsia was hij een vreemde eend in de bijt, die het imperialisme van de Sovjet-Unie van snijdend commentaar voorzag, en de beginselen van de democratie door dik en dun verdedigde. De binnensmondse goedpraterij van linkse dictaturen en de luidruchtige schimppartijen op het kapitalisme waar zoveel landgenoten van genoten, nam hij in 1955 op de hak met een boek dat, vrij naar Marx, ’Opium van de intellectuelen’ heette. Daarin nam Aron ook het Franse zwak voor revoluties onder vuur: ,,De redelijke mens, en zeker die van links, zou de voorkeur moeten geven aan therapie boven chirurgie en aan hervormingen boven revolutie, zoals hij de vrede moet prefereren boven de oorlog en de democratie boven het despotisme.’’

De aanval in 1968 van de studenten op de instituties beschouwde hij als verwend putschisme. Hoewel voor Franse doen een kosmopoliet, betwijfelde hij ten zeerste of naties bereid waren op te gaan in een groot rijk als ’Europa’, of om zich voor langere tijd aan een internationaal rechtsstelsel te onderwerpen. Hij meende dat oorlog tot de akelige maar onvermijdelijke instrumenten van de internationale politiek zou blijven behoren, en dat het linkse pacifisme een verkapte aanval op de westerse vrijheid was. Misschien dat Van Velthoven het te vaak herhaalt, maar tijdens zijn leven en erna gaven de ontwikkelingen Aron vaker gelijk dan ongelijk.

Als je zijn conduitestaat in de politiek en de journalistiek overziet, rijst het beeld op van een behoudende liberaal die het in Nederland tot hoofdredacteur van Elsevier zou hebben gebracht. In zekere zin is zijn reputatie in Frankrijk te danken aan zijn excentriciteit in een land zonder midden. Onophoudelijk herinnerde Aron zijn bevlogen collega’s aan vervelende politieke regels. Dat deed hij niet uit juridische haarkloverij, maar onder de dwang van een grondig begrip van geschiedenis en samenleving, voor de oorlog in Duitsland opgedaan.

Zijn oude linkse vrienden, Sartre voorop, werden niet door inzicht in de economie geplaagd, en stelden zich de geschiedenis als een blokkendoos voor waarmee je naar believen kon bouwen als je de bedillerige instructeurs eenmaal had weggewerkt. Het marxistische aan hem – Aron was de laatste om te ontkennen dat het marxisme een groot onderscheidend vermogen had – was zijn afkeer van lukrake politiek meningen en plannen.

Van Velthoven heeft een verstandig boek geschreven over een verstandig man in een opgewonden land, en wie de geestdrift ziet waarmee Fransen nog steeds de ’straat’ omhelzen, wenst ze vandaag een even deugdelijke schoolmeester toe. Want daaraan herinnert de toon van Aron nog het meest, aan een geduldige leermeester die zijn ongezeglijke klas nog maar weer eens uitlegt hoe de vork in de steel zit. Toch, over zijn vermoeide trekken speelt een toegeeflijk lachje. Al te goed begreep hij wat Jean-François Revel, een grimmige geestverwant, ’de totalitaire verleiding’ had genoemd. In Sartre’s sterfjaar 1980 verzoende Aron zich met de oude radicaal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden